Door kaalslag straks 3.000 promovendi minder

„Wetenschappelijke kennis moet meer te gelde worden gemaakt”, zei staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) vorige week, tijdens een overleg met een aantal Kamerfracties. Daaraan voegde hij toe dat dit streven niet ten koste zou gaan van de fundamentele wetenschap. De feiten bewijzen het tegendeel.

De overheid bezuinigt fors op de wetenschap. Promovendi, de jonge talenten, zijn de dupe. Door het wegvallen van de FES-gelden en het verwerken van de vanuit Den Haag verordonneerde efficiencykorting daalt het aantal promovendi aan Nederlandse universiteiten in een paar jaar van ongeveer achtduizend naar vijfduizend. Dat is een slordige 40 procent minder. Drieduizend onderzoeksbanen waarin talentvolle en leergierige scholieren en studenten verder leren en zich ontplooien, verdwijnen. Het betekent drieduizend onderzoekers minder in de laboratoria, waar zij als ‘handen aan het bed’ onmisbaar zijn voor baanbrekend onderzoek. Het zijn drieduizend hoogopgeleide mensen minder die het fundament leggen onder een ambitieuze kenniseconomie.

Terwijl Den Haag praat, proberen wetenschappers de al voelbare kaalslag in hun kraamkamers op te vangen door nieuwe bronnen van onderzoeksfinanciering aan te boren. Omdat NWO geen extra geld geeft, bestoken ze Europese onderzoeksfondsen. Nederlandse onderzoekers zijn daar relatief succesvol. Tussen 2007 en 2010 leverde dat ongeveer 340 promotieplaatsen op. Dat is een druppel op de gloeiende plaat als drieduizend plaatsen wegvallen.

Politiek, bedrijfsleven en universiteiten moeten niet alleen praten over oplossingen. Ze moeten snel en substantieel investeren in onderzoeksplaatsen voor talentvolle studenten en promovendi. Alleen dat leidt ertoe dat we internationaal vooraanstaande onderzoekers houden die succesvol onderzoeksfinanciering uit Europese fondsen werven, leiding geven aan baanbrekende onderzoeksprogramma’s en nieuwe generaties studenten inspireren en motiveren het stokje over te nemen.

Carsten K.W. De Dreu

Hoogleraar psychologie, UvA