Dichter op de baseline, bal sneller nemen

Grastennis is een vak apart. Kim Clijsters, gisteren geblesseerd in Rosmalen en wellicht niet op Wimbledon, heeft zoals velen moeite met de snelle baansoort.

Kim Clijsters mist de onvoorwaardelijke liefde voor grastennis. Ook dit seizoen heeft de Belgische speelsters geen pact met de snelle, groene ondergrond weten te sluiten. Als titelfavoriete ging Clijsters gisteren in de tweede ronde van de Unicef Open in Rosmalen onderuit en blesseerde ze zich aan de rechterenkel en rechterknie. Ze was in het verloop van de partij niet meer opgewassen tegen de Italiaanse Romani Oprandi en verloor in twee sets: 7-6 en 6-3.

De nummer twee van de wereldranglijst zou vandaag foto’s laten maken, maar de kans dat ze aan Wimbledon meedoet lijkt klein. „Als ik fysiek niet in orde ben, valt een groot deel van mijn spel weg”, zei een treurende Clijsters in Rosmalen. „Op gras ben je sowieso al voorzichtiger.”

Tennissen op gras is een vak apart. De internationale tennistop speelt na het gravelseizoen slechts een paar weken per jaar op de groene zoden. Nederland heeft de afgelopen decennia tal van tennissers voortgebracht die succes hadden op gras, onder wie Wimbledonwinnaar Richard Krajicek, Jan Siemerink, Jacco Eltingh, Brenda Schultz, Miriam oremans, Peter Wessels, Sjeng Schalken en Raemon Sluiter. „Allemaal aanvallende spelers met een goede service. Of tennissers met harde vlakke slagen zoals ik”, legt oud-topspeler Schalken op een terrasje van het Nederlandse proftoernooi in Rosmalen uit. Hij stond aan begin van deze eeuw drie keer in de kwartfinales op Wimbledon en won twee keer de finale van Rosmalen.

De cruciale vraag bij de overgang van gravel naar gras blijft: in hoeverre pas je je spel aan? Schalken: „Aan het begin van mijn loopbaan ging ik altijd standaard van baselinetennis naar service-volley. Dat leek het beste. Maar [de Australiër] Lleyton Hewitt liet in 2002 een nieuwe wind waaien. Hij speelde gewoon zijn eigen spel en won Wimbledon. Sindsdien speelde ik op gras mijn eigen spel. En velen met mij. Daarnaast zijn de banen langzamer geworden en de ballen zwaarder. Servicevolley loont bijna niet meer. Vandaag de dag heb je nog maar een paar echte grasspelers zoals Michael Llodra, Nicolas Mahut en Sam Querrey.”

Clijsters speelde gisteren tegen de onvoorspelbare Oprandi ook haar favoriete spel vanaf de baseline. De Vlaamse hoopte na een langdurige kwakkelperiode, waarin ze alleen twee partijen op Roland Garros afwerkte, in Rosmalen ritme op te doen. Ze kwam bedrogen uit. Nadat Clijsters zich in de tweede game van de eerste set had geblesseerd, speelde haar tegenstandster daarop handig in door veelvuldig dropshots achter het net te plaatsen. Clijsters: „Ik kon daar niet steeds op lopen. Aan Wimbledon denk ik nog niet. Ik denk nu vooral aan revalidatie.” De kans is klein dat de 28-jarige Clijsters ooit nog de belangrijkste tennistitel op The All England Club verovert.

Sluiter, die zichzelf een grasspecialist mocht noemen, heeft zich in tegenstelling tot Clijsters altijd thuis gevoeld op gras. Zijn zege op de Rus Jevgeni Kafelnikov in 2003 op het centercourt van Wimbledon beschouwt hij als één van zijn mooiste overwinningen. „Het leuke van grastennis is dat de krachtsverschillen opeens veel dichter bij elkaar komen te liggen”, zegt de oud-prof die tijdelijk coach van Thiemo de Bakker is. „Er kan van alles gebeuren. Kijk naar mijzelf. In 2009 haalde ik nog de finale in Rosmalen. Als Nederlander trainde je in de jeugd vaak vier, vijf maanden binnen op tapijt. Dat is een goede leerschool voor gras geweest.”

De nieuwe lichting Nederlandse tennissers groeide op met het Wimbledonsucces van Richard Krajicek in 1996. „Ja die beelden kan ik me natuurlijk nog herinneren”, zegt Kiki Bertens na haar verloren debuutpartij op de Unicef Open tegen de Italiaanse Sara Errani. De talentvolle speelster ging in twee sets onderuit: 7-6 en 6-1. „Toch heb ik de afgelopen tijd heel veel geleerd. De eerste paar dagen had ik moeite de ballen binnen de lijnen te slaan. De bal stuitert heel anders dan ik gewend was. Op aanraden van mijn coach [Eddy Bank] ben ik aanvallender gaan spelen. En dat werkte.”

Als Sluiter op Rosmalen met De Bakker zou hebben gewerkt – de Nederlandse speler heeft zich vanwege fysieke en mentale problemen voorlopig teruggetrokken uit het profcircuit – dan had hij hem ook een paar stappen naar voren laten zetten. Sluiter: „Zelfs Rafael Nadal past zijn spel aan als hij het gravel voor gras verruilt. Je ziet hem dan veel dichter bij de baseline staan. En hij neemt de ballen veel sneller.”

Schalken is van mening dat de Spaanse nummer één van de wereld Nadal voor een nog grotere revolutie heeft gezorgd dan Hewitt. „Nadal heeft zelfs met het spelen van spinballen Wimbledon gewonnen. Dat is eigenlijk ongelooflijk. Maar dat is niet voor de meeste Spanjaarden weggelegd. Die hebben juist veel nadeel van hun topspin en kunnen niet omschakelen.”

De Nederlander Robin Haase moet vandaag proberen de hoop op een Nederlands succes in Rosmalen levend te houden. De partij van Haase tegen Marcos Baghdatis uit Cyprus staat voor vanmiddag om 16.30 uur gepland. De nummer één van Nederland ziet de Unicef Open als een voorbereiding op Wimbledon, maar zeker niet als een training. „Natuurlijk wil je op Wimbledon pieken, maar als je de kans krijgt om hier de titel te winnen, laat je die niet liggen. Het draait allemaal om winnen.”