De tijgervader

In de discussie over opvoeding en tijgermoeders, zoals de schrijfster Amy Chua hen noemt, mis ik de vader, de tijgervader. Het lijkt wel alsof hij niet meer bestaat en alles zou afhangen van de rol van de moeder. Die dwingt gehoorzaamheid en discipline bij haar kinderen af en jut hen op tot uiterste inspanningen om zoveel mogelijk rendement uit hun leven te halen. De vader staat er maar een beetje bij, handen in de zak, en vindt het allemaal wel best.

Het vreemde is dat ik mijn hele leven veel meer tijgervaders dan tijgermoeders ben tegengekomen. Zelf heb ik geen tijgerouders gehad, maar als er wel eens een klauw uitschoot, was het die van mijn vader, niet van mijn moeder. Hij probeerde ook, in tegenstelling tot mijn moeder, mijn beroepskeuze te beïnvloeden – het begin van de tijgersprong naar een carrière. Van mijn moeder had ik best gelukkig mogen worden als loodgieter of groenteboer, mijn vader zag me liever als zakenman.

Ook bij vriendjes thuis maakte ik eerder tijgervaders dan tijgermoeders mee.

Toen ik zelf opvoeder werd, zag ik ook meer tijgervaders dan tijgermoeders om me heen. Vooral langs de lijn bij sportwedstrijden waar zoonlief aangemoedigd werd om de botjes van de tegenstander te breken; pa zelf zou de scheidsrechter wel voor zijn rekening nemen. Dergelijke taferelen zijn nog steeds waarneembaar langs de velden, meer dan ooit zelfs. Allemaal tijgervaders.

De tijgermoeder mag dan in opmars zijn, de tijgervader is nog lang niet verslagen – het is een springlevend beest, altijd bereid om toe te slaan. Ik durf het, vanwege het succes van de tijgermoeder, nauwelijks meer te zeggen, maar ik heb eigenlijk altijd nogal een hekel gehad aan die tijgervaders. Dwingelanden die omwille van status en prestige hun kinderen opjoegen. Soms ging zo’n kind dan bij rustiger gezinnen uithuilen omdat hij het niet meer aankon.

Als we over de tijgermoeder discussiëren, moeten we dan ook vooral niet vergeten wat de tijgervader allemaal heeft aangericht. Er zijn heel wat psychiaters die daar een grandioze boterham aan hebben verdiend. Ook veel schrijvers hebben hun carrière kunnen plaveien met de trauma’s die ze dankzij hun tijgervader hebben opgelopen. Kafka!

De sprekendste voorbeelden kom je in de sport tegen. Dat ontbreekt in de discussie over de tijgermoeder: hoe kijken die kinderen op zo’n opvoeding terug? Twee interessante voorbeelden zijn Richard Krajicek en André Agassi, twee tenniskampioenen. Beiden hebben veel bereikt, maar de prijs was hoog, te hoog, vinden ze zelf.

Krajicek schrijft in zijn autobiografie Harde ballen dat zijn vader hem nog naar de training stuurde toen hij zijn enkelbanden had gescheurd. „Achteraf bezien vind ik het niet zo gek dat sommigen van de andere tennisouders ons regelmatig met de kinderbescherming hebben gedreigd (...)”. Krajicek heeft jarenlang alle banden met zijn door succes geobsedeerde vader verbroken, evenals zijn zus Michaëlla later. Van zijn eigen zoon zegt Krajicek nu:

„Hij hoeft Wimbledon niet te winnen.”

Agassi werd vanaf zijn prille jeugd door zijn vader geëxploiteerd, hij sloeg als kind 14.000 ballen per week. Hij ging het tennis haten. „Tennis haalde ons gezin uit elkaar”, zei hij na zijn carrière.

„Meer dan eens heb ik me tijdens het schrijven van mijn autobiografie afgevraagd: hoe heb ik dit kunnen overleven?”

Tijgerouders verdienen tijgerwelpen die flink durven terugslaan.