De metamorfose van het aloude TenCate

Het van oorsprong Almelose textielbedrijf Royal Ten Cate heeft de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan. Anno 2011 is het TenCate hard op weg een internationaal defensie- en aerospacebedrijf te worden.

Steven Derix

Gevraagd naar het geheim van kunstvezelproducent TenCate uit Almelo grijpt bestuursvoorzitter Loek de Vries naar het interview dat hij onlangs gaf aan Effect, het blad van de Vereniging van Effectenbezitters. Met de rug van zijn hand slaat hij op het papier. „Die hebben het dus niet begrepen.”

Het vakblad liet Loek de Vries zeggen dat TenCate er naar streeft om altijd tegen de laagst mogelijke kosten te produceren.

„Ongelooflijke bullshit”, zegt De Vries. Hij legt een plastic kaartje op de bestuurstafel. „Dit is onze strategie.” Op het kaartje is een schema geprint: Engelse woorden, met elkaar verbonden door pijltjes, die leiden naar andere Engelse termen. In midden van het kaartje staat het belangrijkste begrip: Value Chain Management.

De zogeheten waardeketen – De Vries legt het rustig nog een keertje uit – is essentieel. Toen TenCate nog een ouderwets textielbedrijf was dat stoffen voor overhemden en tafellakens maakte, werd het bedrijf fijngeknepen – „gesqueezed”, zegt De Vries – tussen de toeleveranciers, die zo hoog mogelijke prijzen rekenden voor hun grondstoffen, en de klanten, die zo min mogelijk geld wilden betalen voor consumententextiel. Dat was het oude industriële model, waarin waarde werd gecreëerd door zo efficiënt en goedkoop mogelijk te produceren. Die tak van sport is aan het einde van de twintigste eeuw uit Nederland verdwenen.

In de eenentwintigste eeuw heeft TenCate uit Almelo nieuwe manieren gevonden om geld te verdienen. Bijvoorbeeld door producten te maken die zo innovatief zijn dat niemand anders ze kan maken. En door er vervolgens voor te zorgen dat dat product de nieuwe, gecertificeerde standaard wordt – zodat ook anderen het wel móeten kopen, willen ze niet hopeloos achterlopen. Dat laatste heet end-user marketing en staat linksboven op het instructiekaartje van bestuursvoorzitter De Vries.

De Vries geeft een voorbeeld. Defender M is een stof die door het Amerikaanse ministerie van Defensie is gekozen als het standaardmateriaal voor de gevechtspakken van honderdduizenden Amerikaanse militairen. Het Pentagon was op zoek naar een weefsel dat soldaten beter beschermt tegen de verzengende vuurzee die ontstaat als voertuig op een bermbom rijdt. Brandvertragend textiel bestond al. Pakken voor brandweerlieden zijn er van gemaakt. Maar Defender M is licht en ademend. Het materiaal is ook nog eens slijtvast, kan worden bedrukt met camouflagekleuren en schermt de lichaamswarmte van de militair af voor spiedende infraroodcamera’s.

TenCate werd door het Pentagon benaderd, vertelt De Vries. „De meeste Amerikaanse militairen in Irak stierven niet door kogels, maar aan brandwonden. Er was een emergency . Toen hebben we een paar keer met elkaar aan tafel gezeten. Binnen een jaar hadden we de opdracht.”

Het geheim van Defender M is rayon, een vezel die niet in Almelo wordt gemaakt, maar door een Oostenrijks bedrijf. Maar TenCate weet hoe die vezel kan worden gewoven. En bij TenCate weten ze als enige hoe rayonvezels kunnen worden bedrukt met inkt – want dat is lastig. En het Almelose bedrijf heeft dan ook nog eens een grote fabrieken in de Amerikaanse staat Georgia staan, waardoor het Pentagon kan volhouden dat het ‘Amerikaans’ inkoopt voor zijn soldaten.

Zie hier een aantal elementen uit de strategie die Loek de Vries heeft proberen samen te vatten op een plastic kaartje ter grootte van een creditcard. Volgens de bestuursvoorzitter dragen alle werknemers van zijn bedrijf het kaartje bij zich.

Dit voorjaar presenteerde Koninklijke TenCate royale cijfers. In het eerste kwartaal van 2011 werd 279 miljoen euro omgezet, 46 procent meer dan in het jaar ervoor. De nettowinst over de eerste drie maanden kwam uit op 9,9 miljoen. TenCate is goed uit de crisis gekomen: een jaar geleden leed het concern nog een verlies van 1 miljoen euro over het eerste kwartaal. Daarna trok vooral de verkoop van Defender M het bedrijf uit het dal.

Een jaar eerder was de verkoop bijna stil komen te liggen door geruzie tussen het Pentagon en het Amerikaanse Congres. Verschillende senatoren maakten zich sterk voor klachten van soldaten in het veld: de (grijze) kleurstelling van standaard camouflagepatroon zou veel te veel opvallen in het bruine Afghaanse landschap. Na maanden van discussie koos het Pentagon vorig jaar definitief voor een ander vlekkenmotief: Multicam. Toen duidelijk was hoe de stof bedrukt moest worden, kwamen de orders voor de Amerikaanse fabrieken van TenCate weer op gang. In het laatste kwartaal van 2010 steeg de omzet van de uniformstof tot 41 miljoen euro. Van de circa 1 miljard euro aan inkomsten kwam bijna de helft uit de VS.

TenCate gaat terug tot 1704. Als het Nationaal Historisch Museum er ooit was gekomen, dan had het bedrijf er een plaatsje verdiend. Zonder textielindustrie waren Almelo en Enschede waarschijnlijk nu nog Twentse dorpjes.

Vanaf het begin van de negentiende eeuw bouwden drie generaties Ten Cate – oudste zonen, die allen Egbert werden genoemd – hun handels- en handwerkbedrijf in Almelo uit tot één van de grootste textielconglomeraties van Nederland. De vierde Egbert (1904-1955) was de laatste textielbaron. Vanaf de jaren ’50 ging het familiebedrijf in ander handen over. De huidige stamhouder Egbert ten Cate (1946) werd directeur van zakenbank Ten Cate & Cie in Amsterdam. In die hoedanigheid en „op eigen merites”, zoals hij zelf zegt, werd hij in 2004 gevraagd commissaris te worden van het bedrijf van zijn vader. „Ik had er natuurlijk al heel lang stilletjes op gehoopt.”

TenCate is industrieel erfgoed en toekomst tegelijk. In 1957 ging het toenmalige H. ten Cate Hzn. & Co samen met de Koninklijke Stoomweverij Nijverdal – de eerste bedrijfsfusie in Nederland. Daarna kwamen de gastarbeiders – eerst Spanjaarden en Italianen, snel daarna Turken en Marokkanen. Eind jaren ’60 begon de Nederlandse regering met het verhogen van het minimumloon en kwijnde de textielindustrie Twente langzaam weg. Begin jaren negentig leek het doek voor TenCate gevallen.

Twintig jaar later is TenCate een beursgenoteerd, internationaal bedrijf dat kunstgrasvelden aanlegt in het Verre Oosten en ruimtevaartmateriaal levert aan de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. De meesten van de 4.500 personeelsleden werken in fabrieken in Amerika en Azië. Om misverstanden te voorkomen, wordt de bedrijfsnaam tegenwoordig aan elkaar geschreven.

„Textiel”, placht een oud-directeur van TenCate aan het einde van de twintigste eeuw te zeggen, „is een ongelooflijk complexe manier om geld te verliezen.”

Toen de inkomsten in de jaren ‘70 begonnen te dalen, ging de directie op zoek naar nieuwe markten. De strategie heette ‘diversificatie’. TenCate ging in rubber leidingen en plastic verpakkingen. Het bedrijf koos voor deelnemingen in andere bedrijven. Ondertussen beheerde TenCate nog steeds zijn eigen katoenvelden in het Griekse Thessaloniki. De spijkerbroekenstof voor de Levi’s 501 werd gemaakt van Grieks katoen, door TenCate in Almelo.

In het amorfe geheel van bedrijven en bedrijfjes bevonden zich ook toen al de activiteiten die nu de kern vormen: een glasvezelweverij in Nijverdal. Al in de jaren ’60 werden daar bewapeningsmatten gemaakt om andere producten te versterken. Daarnaast werden er onder de merknaam Nicolon kunststof weefsels gemaakt die worden gebruikt in de industrie en de weg- en waterbouw.

In de jaren ’70 begon TenCate een joint venture met het Amerikaanse chemiebedrijf Thiokol, dat de traditionele juten achterkant van vloerbedekking had weten te vervangen door kunststof. De tapijtenbusiness was het begin van de huidige kunstgrasdivisie. „Wat nu de kernactiviteiten zijn van TenCate bestond altijd al”, zegt nazaat Egbert. „En alle nieuwe activiteiten uit de jaren ’80 zijn inmiddels verkocht.”

Bestuursvoorzitter Loek de Vries heeft sinds zijn aantreden in 2000 ordening aangebracht in de wirwar. Wat niet rendabel was, of in de strategie past, werd verkocht, of gesloten. „Focus aanbrengen”, noemt hij dat.

TenCate besloot zich te specialiseren in vier thema’s: veiligheid, bescherming, duurzaamheid en milieu. Dat betekende een afscheid van het traditionele consumententextiel. Voortaan produceerde TenCate technisch textiel, geotextiel (kunststofmatten voor de weg- en waterbouw) en kunstgrasvezels.

Tegelijkertijd reisde De Vries de hele wereld over om nieuwe aankopen te doen. ‘Buy and build’, noemt hij dat deel van de strategie. De Vries had in eerdere banen ervaring opgedaan met het opkopen en saneren van bedrijven. Nu kocht hij oude textielbedrijven met interessante technologie, vaak tegen een bedrag dat ver onder de boekwaarde lag. In 2000 nam TenCate het familiebedrijf Southern Mills in Georgia over. Daar wordt nu Defender M gemaakt.

De Vries, zo zeggen verschillende betrokkenen, heeft TenCate uitgebouwd tot het multinationale bedrijf dat het nu is. „Hij heeft een cruciale rol gespeeld”, zegt voormalig commissaris Aad Veenman.

Commissaris Egbert Ten Cate is optimistisch over de toekomst. „In drie van de vier takken van sport die we beoefenen zijn we de grootste ter wereld. TenCate zit op drie continenten. We zijn in een goede positie om verder te bouwen.”

Vorig jaar installeerde het bedrijf uit Almelo een ‘internationale adviesraad’, met daarin grote namen als oud-commandant der strijdkrachten Dick Berlijn en Jaap de Hoop Scheffer, voormalig secretaris-generaal van de NAVO. Behalve brandwerende stoffen voor uniformen en brandweerpakken is TenCate ook gespecialiseerd in het maken van composieten: lichte, maar oersterke verbindingen van glasvezel- en koolstofvezels en harsen, die worden geperst tot laminaat – ideaal materiaal voor de bescherming tegen kogels en granaatscherven.

TenCate maakt ook anti-ballistische platen voor tanks en pantserwagens, en werkt aan nieuwe systemen die soldaten beter moeten beschermen tegen bermbommen (zogeheten IED’s). „Veelbelovend”, vindt Berlijn. „Als je een product kunt maken dat IED’s kan neutraliseren, dan heb je het goed gedaan.”

In de jaren ’80 maakte TenCate nog surfplanken. Anno 2011 is Royal Ten Cate hard op weg om een internationaal defensie- en aerospacebedrijf te worden. In 2008 nam TenCate Amerikaanse ruimtevaartbedrijf YLA en CCS Composites in Californië over. En TenCate maakt ook het materiaal van de vleugels en de luchtinlaten van de Airbus A380, het grootste passagiersvliegtuig ter wereld. De Vries laat een plaatje ter grootte van een badkamertegel zien. Hij tikt er even op. „Dit is ook textiel!”