De Amerikaanse economie moet harder groeien

Tim Pawlenty en Larry Summers, twee overigens onwaarschijnlijke kameraden, lijken het er over eens te zijn dat groei van het bruto binnenlands product (bbp) de sleutel is tot de oplossing van de Amerikaanse begrotings- en werkgelegenheidsproblemen. Vergeet de door Pawlenty bepleite groeidoelstelling van 5 procent van het bbp. De historische gemiddelde groei – rond 3,3 procent – zou meer dan genoeg zijn om de tekorten te laten teruglopen en de werkgelegenheid te bevorderen. Maar dat percentage kan alleen bereikt worden met het juiste beleid.

Hoe fantasierijk de aspiraties van Pawlenty voor de economische groei ook mogen zijn, hij heeft gelijk als hij zich richt op het boven het huidige niveau tillen van de groei. Door dat relatief lage niveau blijft de groei van de inkomens vlak en de werkloosheid hoog. In een nieuw commentaar onderstreept Summers, tot vorig jaar adviseur van president Obama, het gevaar van een Amerikaans ‘verloren decennium’, dat zich kan meten met dat van Japan.

Vóór de crisis van 2008 is de Amerikaanse economie sinds 1950 jaarlijks met gemiddeld 3,3 procent gegroeid. De helft kwam door de aanwas van de beroepsbevolking, de andere helft door productiviteitsverbeteringen. Maar het tempo is de afgelopen twee decennia naar 2,8 procent gedaald. Veel economen zien het verder afnemen, nu de jaarlijkse groei van de beroepsbevolking van 2 procent in de jaren ’70 is gedaald naar 0,5 procent. Als de productiviteit constant blijft kan de bbp-groei op slechts 2,2 procent uitkomen.

Het zou een groot verschil maken als er hier en daar wat meer groei kan worden uitgeperst. Het McKinsey Global Institute voorspelt dat de Amerikaanse economie 21 miljoen banen zal moeten genereren om de werkloosheid in 2020 omlaag te krijgen naar 5 procent. Dat is een realistische doelstelling als de economie gemiddeld met 3,3 procent per jaar groeit. Een groei van 2,6 procent zou slechts 9 miljoen banen opleveren.

Om het arbeidsaanbod uit te breiden beveelt McKinsey een verschillende maatregelen aan, inclusief het wegnemen van belemmeringen voor goed-opgeleide immigranten en het verlagen van de belastingen, die er nu voor zorgen dat ouderen en vrouwen niet aan de slag kunnen blijven of komen. En om de productie van deze extra werknemers te verhogen, beschouwt McKinsey het soort dingen dat Pawlenty aanbeveelt, zoals het terugdringen van de regels voor het bedrijfsleven, als noodzakelijk maar niet toereikend.

Landen ontkomen zelden aan een schuldenval door louter hun uitgaven omlaag te brengen. Amerika moet ook de investeringen in de infrastructuur verhogen – iets wat Summers bepleit – en in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Maar zelfs met het perfecte beleid kan Amerika niet hopen ook maar half zo snel te kunnen groeien als China of India. Gelukkig voor Washington hoeft dat ook niet.

James Pethokoukis

Vertaling Menno Grootveld