Bouwen in het Groene Hart: dat mag

Het kabinet wil de nationale regels voor ruimtelijke ordening versoepelen.

Wat zijn de gevolgen? Mag straks overal gebouwd worden? Zes vragen.

Minder belemmeringen om te bouwen. Nieuwe en bredere snelwegen. Thuiswerken fiscaal aantrekkelijker maken. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) presenteerde gistermiddag haar visie op het ruimtelijke beleid en de infrastructuur in Nederland.

1Wat wil minister Schultz van Haegen precies?

De kern: minder bemoeienis van het Rijk. Er zijn nu 39 nationale regelingen om verrommeling van het landschap te voorkomen, maar veel daarvan zijn volgens Schultz overbodig of achterhaald. In haar visie kunnen er 26 (deels) vervallen. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschappen worden overgelaten aan provincies en gemeenten. Ze mogen zelf bepalen waar bedrijventerreinen en woonwijken mogen worden aangelegd. „Ik ga niet meer voorschrijven waar ruimte moet zijn voor volkstuintjes of sportvelden”, zei ze gisteren in een toelichting. „Daar zijn gemeenteraden mans genoeg voor.”

2Waarom wil de minister dit?

Het kabinet ergert zich aan het „omvangrijke en complexe stelsel van regels en procedures”. Het aanleggen van nieuwe wegen, het bouwen van nieuwe huizen en bedrijventerreinen, het moet allemaal veel sneller. Ook zijn er volgens de minister grote verschillen tussen bijvoorbeeld gemeenten die groeien en gemeenten die juist krimpen. Die moeten zelf kunnen beslissen wat wel en niet is toegestaan.

3 Wat zijn de gevolgen?

Die kunnen groot zijn. Gemeenten in het Groene Hart kunnen weer woningen bouwen. Het neerzetten van bedrijventerreinen langs snelwegen mag weer, omdat de bescherming van het uitzicht over het landschap vanaf de snelwegen (‘snelwegpanorama’s) wordt afgeschaft. Ook worden alle rijksbufferzones, ooit ingesteld om te voorkomen dat steden tegen elkaar aan zouden groeien, geschrapt. Daarmee kan rondom steden weer worden gebouwd. Volgens Schultz is het aan gemeenten en provincies zelf om dat te voorkomen als ze de groene buffers belangrijk genoeg vinden. Natuurorganisaties vinden dat het kabinet de groene ruimte „verkwanselt”. Een oude discussie, vindt Schultz: „Alsof het groen bij het Rijk in goede handen is en bij provincies en gemeenten niet.”

4Wat blijft wel de verantwoordelijkheid van het Rijk?

Het Rijk blijft gebieden beschermen die te belangrijk zijn om aan lokale overheden over te laten. Dan gaat het om gebieden van nationaal en internationaal belang, zoals de Veluwe, het Waddengebied, Schiphol, het Rotterdamse havengebied, en de Amsterdamse Zuidas. Ook alles rondom waterveiligheid blijft een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid.

5Wat wil Schultz nog meer?

Het schrappen van regels gaat samen met de aankondiging om 7,3 miljard euro te reserveren voor nieuwe infrastructuur tussen 2020 en 2028. Daarbij gaat het onder meer om een nieuwe westelijke oeververbinding bij Rotterdam en de Rijnlandroute bij Leiden. Verder moeten alle snelwegen in de Randstad twee keer vier rijstroken krijgen, en buiten de Randstad twee keer drie rijstroken. De filedruk ging in het eerste kwartaal van dit jaar met 16 procent omlaag dus investeren in asfalt helpt, betoogde Schultz. „En dus niet dankzij de economische crisis, zoals vaak wordt beweerd. Er is echt sprake van een trendbreuk.” Treinreizigers op de drukste verbindingen tussen de grote steden in de Randstad, Noord-Brabant en Gelderland moeten in de toekomst elke vijf of zes minuten de trein kunnen pakken.

6Schultz wil alleen meer asfalt dus?

Nee, bestaande wegen moeten ook beter worden benut. Dat kan bijvoorbeeld door thuiswerken fiscaal aantrekkelijker te maken, waarvoor Schultz later nog met een voorstel komt. Andere ideeën: spitsstroken langer openstellen, in- en uitvoegstroken verbeteren zodat daar minder files ontstaan, meer fietsenstallingen bij belangrijke stations en het nieuwe station Utrecht Centraal sneller realiseren om meer treinreizigers te trekken. Het doel van minister Schultz van Haegen is 20 procent minder files aan het einde van deze kabinetsperiode.