Bot en bescheiden het verhoor in

Het Europees Parlement onderwierp de komende topman van de ECB, Mario Draghi, gisteren aan een scherpe ondervraging. Vooral over de Griekse schuldencrisis en zijn rol bij Goldman Sachs.

„Het wordt moeilijk om in Jean-Claudes schoenen te staan. Hij heeft het zo goed gedaan.”

Tweeënhalf uur werd Mario Draghi, hoofd van de Italiaanse Nationale Bank en de enige kandidaat om Jean-Claude Trichet in november op te volgen als voorzitter van de Europese Centrale Bank, gistermiddag ondervraagd door het Europees parlement. En dit was één van de weinige bescheiden dingen die hij zei.

Niettemin kwam voor Draghi’s benoeming vanmorgen al groen licht van vrijwel de hele parlementscommissie Economische en Monetaire Zaken. Het voltallige parlement stemt volgende week.

Europarlementariërs legden hem het vuur na aan de schenen, vooral over rol van de ECB bij de euroschuldencrisis en over Draghi’s omstreden episode bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Draghi, geflankeerd door veiligheidsmannen met oortjes in, antwoordde alsof hij al jaren in Frankfurt woont in plaats van Rome, alsof dit geen sollicitatiegesprek was. Hij straalde macht uit, inhoudelijk overwicht. Vergeleken met de diplomatieke Trichet was Draghi direct, soms op het botte af. Zo beet hij iemand toe: „Als u het antwoord al weet, waarom vraagt u het me dan?”

Elders in Brussel vergaderden EU-ministers van Financiën over extra leningen aan Griekenland, waarbij hevige meningsverschillen spelen over de vraag of en hoe de financiële sector ditmaal moet meebetalen. De Oostenrijkse minister zei: „Het kan niet dat banken er steeds met de winst vandoor gaan en de belastingbetaler de verliezen betaalt.”

Draghi liet merken te begrijpen dat Noord-Europese kiezers willen dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen voortaan meedelen in de risico’s. Maar hij waarschuwde: „De kosten kunnen groter zijn dan de baten.”

Hij zei dat „investeerders niet gedwongen mogen worden haircuts te accepteren. De ECB wijst elke vorm van dwang af”. Ook voorzichtige vormen van dwang, zoals de „drang” waaraan minister Jan-Kees de Jager (Financiën, CDA) later refereerde, kunnen volgens Draghi tot een chaotisch Grieks faillissement leiden.

Dat is duurder voor alle partijen (inclusief de Noord-Europeanen) en veroorzaakt „kettingreacties”: beleggers zullen alle probleemlanden in de eurozone mijden als de pest. Kredietbureaus dreigden gisteren al met afwaardering van drie Franse banken die veel Griekse staatsobligaties in huis hebben.

Draghi zei te verwachten dat beleggers die Griekse staatsobligaties hebben „bovenop ons springen” wegens contractbreuk, zoals gebeurde na het faillissement van Lehman Brothers in 2008. „Beleggers vinden het heerlijk dit uit te buiten. Het faillissement van Lehman was het duurste ooit. Laten we in vredesnaam verstandig zijn. We hebben nu geleerd hoe we banken moeten managen, niet hoe we landen moeten managen.”

Opmerkelijk genoeg vroeg niemand Draghi hoe hij het primaire ECB-doel – prijsstabiliteit handhaven – wil verwezenlijken. Maar hij weet dat hyperinflatie voor Duitsland, het meest dominante land in de eurozone, om historische redenen een groot trauma is. Veel Duitsers vrezen dat Draghi dit door de schuldencrisis vergeet en dat de Italiaan andere prioriteiten heeft. Dus begon hij er zelf over. „Sommige Duitsers zeggen dat ik zo Italiaans ben als een bord pasta. Maar als ik zeg dat ik prijsstabiliteit koester, dan meen ik het. In Italië hebben we dat lang niet gehad. Ik weet als geen ander wat dat betekent.”

Over het uitgeven van euro-obligaties, volgens sommigen dé redding voor de euro, zei Draghi dat oud-Commissievoorzitter Delors dit achttien jaar geleden opperde en dat hij zich het afgrijzen van de ministers levendig herinnert. „Net als nu. We zijn de rivier nog niet overgestoken naar een steviger Unie. Maar als landen dichter en dichter bij elkaar komen, krijgt dit idee meer gewicht.”

Franse europarlementariërs vroegen Draghi hoe hij voor Goldman Sachs kon werken (vicepresident Europa, 2002-2005) terwijl die bank vlak daarvoor de Griekse regering met financiële trucjes had geholpen haar begrotingstekorten voor eurolanden en de ECB te verdoezelen. Hoe kon Draghi betogers op het Syntagmaplein, slachtoffers van dit roekeloze gespeculeer, in de ogen kijken?

De Italiaan koos de aanval: „Die deal was vóór mijn komst. Ik wist er niets van. En ik had de bank gevraagd niet te hoeven werken met overheden, waarvoor ik in eigen land net jaren had gewerkt. Dus ik had alleen met de financiële sector te maken. Dat kunt u iedereen vragen.” Daarna vertelde hij hoe hij zich al jaren inzet – als voorzitter van de Financial Stability Board – voor bankregulering. Gelukkig voor Draghi ging het laatste halfuur van de hoorzitting hierover.

In zijn slotwoord werd Draghi weer even bescheiden: dit was de eerste keer dat hij „democratische verantwoording moest afleggen”, nooit had hij „zoveel geleerd”.

Dat kwam hem op applaus te staan. Sommigen bonkten zelfs van enthousiasme op hun tafel.