Zonder brede basis ook geen top

Toneelsector Het theater wordt met veertig procent gekort. Vooral jong talent en kleine gezelschappen zijn de dupe – met ingrijpende gevolgen.

Onevenredig hard wordt het theater getroffen door Zijlstra: ruwweg veertig procent wordt hier gekort, tegen ongeveer dertig in andere sectoren. De klap valt vooral bij het kleine zalencircuit en de talentontwikkeling. Terug naar de tijd van vóór Actie Tomaat – dat kan het gevolg zijn. In 1969 gooiden toneelstudenten tomaten tijdens een voorstelling van de Nederlandse Comedie. Na hun actie, gericht tegen de hegemonie van de grote gezelschappen, kwam er binnen het bestel meer ruimte voor jonge makers en experimenteler vormen. Dat leidde tot het veelkleurige theaterlandschap dat Nederland nu kenmerkt. Jonge makers ontdekken hun eigen vorm met een eigen clubje in de kleine zaal, vaak met de hulp van een productiehuis. Hun werk trekt in die fase misschien nog niet zo veel publiek, maar leidt wel tot de vormvernieuwing waar andere landen Nederland om benijden en die bijdraagt aan het hoge artistieke niveau van de sector in zijn geheel.

Juist het Nederlands theater voor de kleine en middelgrote zaal; mime, locatietheater en jeugdtheater, geniet internationaal veel aanzien. Dries Verhoeven, Boukje Schweigman, Lotte van den Berg, jeugdtheatergroep Max; zij zijn in het buitenland graag gezien en veelgevraagd. Daar gaat Zijlstra, die zegt te kiezen voor internationale allure, geheel aan voorbij.

Natuurlijk, het aantal kleine theatergroepen dat subsidie krijgt is de afgelopen decennia explosief gegroeid. Ivo van Hove noemde in zijn Staat van het Theater in 2006 al de grote versnippering: het subsidiegeld wordt verdeeld over heel veel kleine groepen – en het overaanbod dat daardoor ontstond. En zeker: er kunnen groepen weg, zonder dat dat kaalslag betekent. Maar nu gooit Zijlstra het kind met het badwater weg. De veertig procent die de toneelsector inlevert, komt met name voor rekening van de jeugdtheatergezelschappen (samen bijna 50 procent minder), de kleine en middelgrote gezelschappen – die straks allemaal zijn aangewezen op het sterk verkleinde Fonds Podiumkunsten, en de productiehuizen: werkplaatsen waar jong talent zijn eerste stappen zet. Die huizen vormen de humuslaag van de talentontwikkeling. Zijlstra schrapt de subsidie van alle 21, wat in een flink aantal gevallen sluiting betekent.

Talentontwikkeling moet een zaak worden van de grote gezelschappen, zegt Zijlstra. Maar zij krijgen daarvoor geen extra geld (en worden zelf ook deels gekort) dus het is niet te verwachten dat talentontwikkeling bij hen een hoge prioriteit krijgt. Bovendien: het is niet wenselijk dat de leiding van zo’n gezelschap jong talent meteen helemaal kneedt naar zijn eigen smaak en stijl. Dan is wel de opvolging zeker gesteld, maar stolt de artistieke vorm – dat leidt tot hegemonie en smaakdictaat van een paar grote spelers. Veel zinvoller is het om talent in te lijven dat zich al heeft ontwikkeld en dus iets nieuws bijdraagt, zoals Susanne Kennedy bij het Nationale Toneel en Jetse Batelaan bij het Ro Theater – beiden ooit bij een productiehuis begonnen.

Zijlstra kiest voor A-merken als Toneelgroep Amsterdam en het Nationale Toneel. Maar hoe moet het straks als de artistiek leiders vertrekken? Wie moeten nieuwe A-merken creëren? Zonder rijke, veelzijdige basis geen top. Ivo van Hove, Johan Simons en Theu Boermans zijn ooit allemaal begonnen met een piepklein experimenteel groepje, voor weinig publiek. Zij konden doorgroeien omdat de subsidiegevers ze ondersteunden in alle stadia. Wie de onderlaag van nu gaat snoeien, kapt de bovenlaag van morgen weg.

Daarbij botst de keuze voor A-merken met de regionale spreiding. Het Zuidelijk Toneel en Toneelgroep Maastricht, straks beide goed voor 1,5 miljoen euro, zijn al jaren geen A-merk meer. De subsidie van één zo’n gezelschap schrappen maakt drie productiehuizen mogelijk: die kunnen dan enerzijds talenten afleveren die doorgroeien naar de grote zaal, en anderzijds nog enig experimenteel aanbod genereren. Kleinschalige diversiteit was lang de kracht van het Nederlands toneel, ook internationaal. Die erfenis van Actie Tomaat wordt door Zijlstra nu geminimaliseerd.