Zo ziet Nederland eruit, maar blijft dat ook zo?

Het rijk moet zich minder gaan bemoeien met ruimtelijke ordening, vindt het kabinet. Wordt Nederland straks net zo rommelig als België?

De ruimtelijke ordening van Nederland is beroemd. Het land ligt er, vergeleken met de rest van de wereld, bijzonder geordend bij. Veel steden lijken scherp afgetekende vlekken in het landschap. „Waar Nederlanders goed in zijn, is het behouden van het verschil tussen stad en platteland. Dat vind ik kenmerkend aan Nederland. Daar zijn talloze voorbeelden van, en ik hoop dat dat zo blijft”, zegt Barrie Needham, emeritus hoogleraar planologie.

De afgelopen eeuw zijn veel steden uitgebreid met soms uitgestrekte buitenwijken. De steden werden steeds groter. Maar bij alle bouwwoede was de aanleg van deze buitenwijken toch aan strenge regels onderworpen. ‘Compact bouwen’ was de norm. Anders zouden er maar ‘Belgische toestanden’ ontstaan, genoemd naar het land waar projectontwikkelaars, lokale overheden en burgers meer vrijheid hebben om te bouwen wat en waar ze willen. „Je beleeft daar weinig verschil tussen stad en platteland”, zegt Needham.

Dit kabinet wil nu provincies en gemeenten, projectontwikkelaars en burgers meer vrijheid geven, staat in de vanmiddag gepresenteerde ontwerp-structuurvisie infrastructuur en ruimte. „Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschappen laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Het budget voor provinciaal en regionaal verkeer en vervoer komt ook bij provincies en gemeenten te liggen. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol”, staat er letterlijk in.

Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) heeft dit beleid al eerder aangekondigd. „Het roer moet om in de gebiedsontwikkeling”, zei ze enkele maanden geleden. Schultz gaat met haar visie verder met beleid dat zeven jaar geleden werd ingezet door toenmalig minister Sybilla Dekker (ook VVD). Die stelde in haar Nota Ruimte dat met name provincies het werk van het Rijk moesten overnemen. De provincies werden ‘regisseur van de ruimte’. Het Rijk zou zich beperken tot het stellen van regels voor gebieden van nationale betekenis. Zoals de Randstad en het Groene Hart of de kennisregio Eindhoven.

Een storm van protesten stak toen op. Milieuorganisaties spraken al over het failliet van de Hollandse ruimtelijke ordening. Dezelfde protesten zijn er nu weer. „Het kabinet moet ons nationale unieke landschap beter beschermen tegen volbouwen en verrommeling en dit niet overlaten aan de provincies en gemeenten”, zeggen zes natuur-, milieu- en landschapsorganisaties naar aanleiding van de plannen. „De landelijke overheid maakt het volbouwen van de open ruimte met woonwijken en bedrijventerreinen afhankelijk van besluitvorming en belangen van twaalf provincies en 418 gemeenten”, stelt directeur Tjerk Wagenaar van Stichting Natuur en Milieu. En directeur Jan Jaap de Graeff van Vereniging Natuurmonumenten laat weten: „Het Nederlandse landschap is van nationaal belang en daarvoor is ook nationale bescherming nodig.”

Emeritus hoogleraar Needhamdenkt dat het met die verrommeling wel mee zal vallen. „Ik heb het vertrouwen dat provincies en gemeenten geen Belgische toestanden willen.” Ook moeten steden bij uitbreiding eerst zoeken naar ruimte binnen de eigen stad. „Eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe voorziening, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of de bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en bereikbaarheid”, schrijft Schultz. Verder nog geruststellend: provincies en gemeenten moeten wel degelijk rekening blijven houden met nationale belangen, zoals infrastructuur en de natuurgebieden.

Maar bovendien, zegt Hugo Priemus, hoogleraar besluitvorming infrastructurele projecten aan de TU Delft, kan Nederland best wat Belgische toestanden gebruiken. „De centralisatie van de ruimtelijke ordening heeft geleid tot groeikernen en Vinexwijken. Als je daar rond loopt, weet je vaak niet waar je bent.” Meer invloed van lokale bestuurders kan leiden tot meer verscheidenheid, en grotere regionale verschillen.

Nee, echt gevaarlijk voor het aanzicht van Nederland zal de beleidsomslag niet zijn, denken de hoogleraren. Wel is er volgens Needham een „risico” dat een enkele gemeente zich niets aantrekt van de wens om stad en land gescheiden te houden, en gemakkelijk vergunningen afgeeft voor de bouw van industrieterreinen en weidewinkels. Needham: „Dat kan er een race to the bottom ontstaan, tussen concurrerende gemeenten die alle normen laten vallen om zo’n aantrekkelijke weidewinkel binnen te halen.” Daarom is „toezicht” door de provincie belangrijk, en ook een vorm van toezicht door het Rijk op de provincies. „Die lijkt er straks niet meer te zijn.”

Ook is het volgens Needham „heel slecht” dat het kabinet de handen aftrekt van de nationale landschappen, die pas enkele jaren geleden werden aangewezen. Maar ach, zegt hij, anderzijds gaan de ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening zó langzaam, dat niemand zich grote zorgen hoeft te maken. „Als het echt fout gaat, dan draait een volgend kabinet de maatregelen wel weer terug.”