Zelfs Apple kan geen tech-talent vinden

De werkloosheidcijfers van de Oeso beloven weinig goeds. Maar wie op zoek is naar een baan in de technologiesector heeft kansen te over.

De Oeso, de organisatie waarin 34 westerse landen hun sociaal-economische politiek coördineren, maakt deze week de nieuwe werkloosheidcijfers bekend. De dalende trend die in 2010 werd ingezet, lijkt tot stilstand te gekomen te zijn. Maar in één sector zijn de werknemers niet aan te slepen. Technologiebedrijven weten van gekkigheid niet meer op welke manier ze nieuwe medewerkers kunnen vinden.

Apple-medewerkers worden normaal gesproken geacht hun mond te houden over de gang van zaken binnen het bedrijf. Maar ze zijn nu door het hoofd personeelszaken op pad gestuurd om nieuwe technici te ronselen. Via Twitter roepen ze ervaren programmeurs op om te komen werken aan de net aangekondigde iCloud-dienst, die in het najaar moet werken. De beloning: een royale bonus van 10.000 dollar voor elk nieuw personeelslid dat ze aan weten te dragen.

Deze werkwijze is tekenend voor het nijpend tekort aan personeel in Silicon Valley, waardoor met name grotere bedrijven problemen hebben om hun groeiambitie te verwezenlijken. Bedrijven als IBM, Microsoft en HP reizen Amerikaanse universiteiten af om studenten te aan te trekken – IBM zet er zelfs zijn allerslimste computer, Watson, voor in.

Uit een onderzoek van wervingsbureau Topprospect blijkt dat Google en Microsoft de meeste nieuwe mensen trekken omdat ze relatief groot zijn. Maar uitgerekend deze bedrijven raken ook de meeste mensen kwijt, vooral aan Facebook.

Andere bedrijven die veel talent weten weg te lokken van de grote jongens zijn Twitter, Zynga, LinkedIn en Groupon. Sociaal netwerk LinkedIn is net aan de beurs genoteerd, advertentienetwerk Groupon maakte twee weken geleden zijn beursgang bekend. Groupon groeide in twee jaar tijd van 39 naar 7.100 medewerkers.

De vraag naar hooggeschoolde technici in de Verenigde Staten lijkt echter weinig invloed te hebben op de algemene Amerikaanse werkloosheidcijfers. Die zijn, zo bleek vorige week, in het laatste kwartaal gestegen naar 9,1 procent. Dat belooft weinig goeds voor de cijfers die de Oeso woensdag bekendmaakt. In 2010 liep de werkloosheid op tot gemiddeld 8,6 procent, en die daalde gestaag tot 8,2 procent in februari 2011). In maart bleef het Oeso-gemiddelde op 8,2 procent hangen.

Hoe doet Nederland het volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling? Met 4,2 procent (cijfers van maart 2011) hoort Nederland samen met Noorwegen, Luxemburg en Zuid-Korea tot de best scorende landen onder de 34 lidstaten. Het tekort aan hoogopgeleid technisch personeel speelt trouwens ook bij Nederlandse technologiebedrijven als Hyves, NXP en TomTom. Deze proberen zoveel mogelijk talent, desnoods uit het buitenland, aan te trekken. Maar de signalen wijzen erop dat de vacatures amper vervuld kunnen worden.

De slechtst presterende landen in Oeso-verband zijn allemaal Europees: Spanje is met 20,7 procent ruim koploper, gevolgd door Slowakije, Estland en Griekenland, die allemaal rond de 14 procent scoren.

Ook Ierland, dat een behoorlijk grote technologiesector heeft, scoort slecht. Daar zorgde de economische crisis voor een verdubbeling van de werkloosheid in minder dan twee jaar tijd. Volgens de laatste cijfers zit 14,8 procent van de Ierse beroepsbevolking zonder werk. Dat is nog onder de 14,9 procent uit december 2010 – het dieptepunt. De verwachting is dat de Ierse economie zich dit jaar wel zal herstellen, maar dat dit pas in 2012 tot substantiële banengroei zal leiden.