Weer moet er geld naar die topsectoren in wetenschap

Het kabinet wil geld voor fundamenteel onderzoek besteden aan negen ‘topsectoren’. Dit is niet verstandig. Innovatie valt niet op die manier te plannen, stelt De Jonge Akademie.

Nederland lijdt aan een innovatieparadox. We verrichten veel wetenschappelijk onderzoek, maar dat creëert onvoldoende economische kansen. Daarom zijn negen ‘topteams’ gevormd. Die ontwikkelen plannen binnen negen ‘topsectoren’. Dit moet wetenschappelijk onderzoek en innovatie beter op elkaar laten aansluiten. Komende week presenteren deze teams hun plannen aan de bewindslieden.

Volgens het Nederlands Observatorium van Wetenschap en Technologie (NOWT) is de achterblijvende samenwerking van Nederlandse innovatieve bedrijven met universiteiten en onderzoeksinstellingen een van de oorzaken van de innovatieparadox. Het valt te prijzen dat de regering deze situatie wil verbeteren. Daarbij mag alleen niet worden vergeten dat fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in veel gevallen de motor achter innovatie is.

Antropologisch onderzoek naar kannibalisme in Papoea Nieuw Guinea leidde bijvoorbeeld tot de ontdekking van de prionziektes, waaronder de gekkekoeienziekte. Hiervoor werden Nobelprijzen uitgereikt in 1976 en in 1997. Onderzoek naar atoomkernspinresonantie wordt gebruikt voor MRI-scans. Taalkundig onderzoek leidde tot automatische spraakherkenners. Onderzoek naar magnetische lagen leverde onmisbare hardware op voor computers. Hieruit blijkt dat innovaties ontstaan doorgaans op onvoorspelbare manieren uit fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

Een aanzienlijk deel van de budgetten van de twee belangrijkste spelers in het fundamentele onderzoek in Nederland – de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) – zullen moeten worden besteed binnen de negen aangewezen gebieden. Het is cruciaal dat dit wordt uitgevoerd met grote zorg.

Wetenschappers in Nederland presteren excellent wat betreft hun publicaties (tweede in de wereld) en de impact van die publicaties (vierde in de wereld). Dat is het gevolg van investeringen in het verleden. Ruimte om het budget verder af te romen hebben we niet.

Nederland besteedt slechts 0,8 procent van het bruto nationaal product aan wetenschap. Dit is flink minder dan andere westerse landen en lager dan het in de Europese Unie afgesproken streefcijfer. De geplande budgetverschuiving van fundamenteel naar toepassingsgericht onderzoek betekent dat we een zeer goed systeem (wetenschap) aantasten in een poging om een minder goed werkend systeem (innovatie) te verbeteren. Dat is geen goede ontwikkeling.

We moeten een vruchtbare voedingsbodem creëren en in stand houden. Dat begint bij creativiteit, durf en een onderzoekende geest. Het beleid dient zich ook te richten op de juiste tijdschaal. Tussen een onderzoeksdoorbraak en de impact ervan zitten doorgaans enkele decennia. Investeer daarom op de lange termijn. Omdat het onvoorspelbaar is uit welke velden belangrijke innovaties zullen komen, moeten investeringen bovendien divers zijn. Ook in sociaal-wetenschappelijk en geesteswetenschappelijk onderzoek moet worden geïnvesteerd.

Een deel van de gelden voor de topsectoren zou moeten worden geoormerkt voor fundamenteel onderzoek. Zo blijft een dynamische en vruchtbare pool van wetenschappelijk onderzoek bestaan. Die is misschien niet onmiddellijk ‘nuttig’, maar blijft wel een onuitputtelijke bron voor innovatie. Het is bovendien de enige manier om talent te werven en vast te houden.

Ook moet het bedrijfsleven zelf investeren in innovatie. Sterke, concurrerende economieën investeren veel meer dan Nederland.

Een uitzondering is het Nederlandse hightechbedrijf ASML. Dat investeert veel geld in onderzoek en ontwikkeling. Het verdient daar goed aan. Veel van deze positieve uitzonderingen vallen al binnen een topsector. De vraag is of extra overheidsgelden in deze gevallen nodig zijn. Misschien belemmeren zulke gelden juist private investeringen.

Creatief en innovatief onderzoekstalent kan het best bottom-up worden gefaciliteerd. Via open competitie moet het budget worden geïnvesteerd in de mensen met de beste ideeën. Laat dat talent niet verloren gaan. De Jonge Akademie staat klaar om mee te denken over de verdere beleidsontwikkeling.

Dit is de bekorte versie van een brief van Beatrice de Graaf, Appy Sluijs en Peter-Paul Verbeek, namens De Jonge Akademie. Dit platform is een zelfstandig onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.