'We staan aan de afgrond en krijgen nog een duw'

De kredietwaardigheid van Griekenland is afgewaardeerd tot op het randje van bankroet. De Grieken voelen zich murw bezuinigd, en het wordt nog erger. Maar de hoop dat dat helpt ebt weg.

athene. - Een nieuw record voor Griekenland: het heeft nu de laagste kredietwaardigheid van de wereld. De afwaardering door Standard & Poor’s tot ‘op het randje van bankroet’ – nog onder landen als Pakistan en Jamaica – is de zoveelste in een lange reeks onheilstijdingen.

Maar in plaats van nieuwe urgentie leidt die vooral tot matheid, het algehele gevoel dat de inspanningen van de Griekse regering of het lijden van de bevolking onder de bezuinigingen, allemaal tot niets leidt. Zelfs de sfeer onder de tientallen demonstranten die al maanden voor het parlement kamperen is lijdzaam.

,,Wat kan ik zelf anders doen dan minder uitgeven?” vraagt Fedra Boúri, een vrouw van middelbare leeftijd. Ze koopt in een park in de Atheense wijk Neapoli voor 8 euro een tondeuse bij een magere straatverkoper uit Bangladesh. Zijn zwijgende aanwezigheid bij het gesprek over de laatste ontwikkelingen, maakt des te duidelijker hoe abstract de kredietbeoordelingen zijn.

Maar de recessie is voelbaar vertelt Boúri. Haar dochter en kleinkind zijn net naar het platteland verhuisd, omdat ze de huur in Athene niet meer konden opbrengen. De werkgever van haar dochter liep maanden achter met de salarissen. Het pensioen van opa van 84 is verlaagd. Hij zit naast de doos met handelswaar op het parkbankje en is te doof om aan het gesprek mee te doen. Hij krijgt nu nog 650 euro per maand en is volgens Boúri bang dat ook dit straks niet meer komt.

De regering heeft genoeg in kas om tot midden juli de rekeningen, waaronder ambtenarensalarissen en pensioenen, te betalen. Als vóór die tijd de afgesproken 12 miljard van het IMF – het vijfde deel van de vorig jaar mei overeengekomen lening – niet is overgemaakt, is de staat volgens de meeste definities failliet.

Paniek over de jongste bijstelling van S & P’s is er dinsdagochtend niet. Na een lang Pinksterweekend komt het leven traag op gang. Alle ogen zijn gericht op de voorliggende bezuinigingsplannen en de politieke spanningen daarover.

Parlementariërs staan onder grote druk van de bevolking om tegen de bezuinigings- en hervormingsplannen te stemmen die nodig zijn om steun van het IMF en een volgende lening te krijgen. Sommigen durven de straat niet meer op. Volgens de peilingen staat de regering er slechter voor dan ooit.

De weerstand tegen een volgende miljardenlening, waarmee de staatsschuld nog verder stijgt, is groot. Morgen is de hoofdstad verlamd door een grote staking en naar verwachting massaal straatprotest. Achter de schermen wordt druk uitgeoefend op de dissidenten binnen de regeringspartij die hebben laten blijken dat ze overwegen tegen te stemmen. Zonder hun steun is er geen meerderheid in het parlement.

„We staan op een keerpunt”, zegt postbode Giorgos (51), hij wil zijn achternaam niet in de krant. „In het begin tolereerde iedereen de maatregelen, omdat we dachten dat ze ook iets goeds zouden brengen. Nu is duidelijk dat het de verkeerde weg is, die de economie alleen maar verder kapotmaakt, en willen we niet nog meer opofferingen accepteren.”

Het oordeel van S & P’s ziet hij als onderdeel van een plan, erop gericht om alles in Griekenland zijn waarde te laten verliezen. Als hij iemand van S&P’s op straat tegen komt, slaat hij hem in elkaar zegt hij, gelaten. „Het voelt alsof je op de rand een klif staat en iemand geeft je nog een duwtje”, zegt Giorgos.

Andreas Koutougeras, een advocaat, parkeert zijn motor op de stoep bij het park in Neapoli. Hij hekelt de manier waarop de bezuinigingen worden doorgedrukt, zonder – in zijn ogen – een fundamentele discussie over de vraag hoe de schuld tot stand is gekomen, en onder wiens verantwoordelijkheid. „Alsof we geen democratie maar een junta zijn.” De advocaat pleit voor een referendum over de bezuinigingen. „Zelfs als dat tot een bankroet leidt. Dan is dat tenminste nog onze eigen beslissing”, zegt hij.