Wat zijn nu de regels? Razak bestaat eigenlijk niet

Als een asielzoeker geen verblijfsvergunning krijgt moet hij of zij het land verlaten. Dat moet binnen 28 dagen, op eigen houtje. Asielzoekers die niet zelf hun vertrek kunnen regelen, kunnen naar het vertrekcentrum in Ter Apel. Daar krijgen ze drie maanden om hun vertrek te regelen. Ze mogen dan de gemeente niet uit en moeten zich een keer per dag melden.

De Dienst Terugkeer en Vertrek helpt illegalen om Nederland te verlaten, en kan dat in het uiterste geval ook gedwongen doen. Soms is het onmogelijk voor illegalen om terug te keren naar hun eigen land. Als ze geen identiteitspapieren hebben, moeten ze van het land van herkomst een zogenoemde laissez passer krijgen. Een land als China doet daar bijvoorbeeld heel moeilijk over. De Dienst kan ook financiële steun verlenen.

Er zijn ook mensen die nooit een recht op verblijf in Nederland hebben gehad. Als zo iemand door de vreemdelingenpolitie wordt aangetroffen wordt hij gearresteerd. Dan komt hij in vreemdelingenbewaring. Die duurt maximaal anderhalf jaar. Dat mag alleen als er uitzicht is op vertrek.

Ook asielzoekers die niet uit zichzelf vertrekken, komen in vreemdelingenbewaring terecht. Maar vaak vermijden ze dat door net voor het moment aanbreekt met onbekende bestemming te vertrekken.

Na het generaal pardon is afgesproken dat het Rijk de opvang regelt van illegalen die niet kunnen worden teruggestuurd naar het land van herkomst. In de praktijk spelen gemeenten toch een rol: zo heeft Amsterdam besloten dat tijdelijke steun aan illegalen toegestaan is, bijvoorbeeld bij vrieskou. En Utrecht gedoogt de opvang van illegalen door hulporganisatie STIL, die illegalen medische of juridische hulp biedt of vrijwilligerswerk laat doen.

Als illegaliteit een misdrijf zou zijn, dan zou het helpen van illegalen al snel tot strafbare medeplichtigheid leiden.