Turken behouden 'Papa Erdogan'

De Turkse premier Erdogan boekte dit weekeinde zijn derde verkiezingszege op rij. De vrees onder intellectuelen voor islamisering van het land delen de kiezers niet.

Dit is het verschil tussen Turkije en de rest van de regio. Aan de westgrens wankelt collega-premier George Papandreou onder de woede van het volk over een bankroet Griekenland. Aan de zuidgrens ontvluchten duizenden Syriërs het geweld van een president in nood. Aan de oostgrens houdt een president vast aan de macht die volgens een groot deel van de Iraniërs niet legitiem is.

Maar in Turkije werd de zittende regeringspartij dit weekeinde niet alleen voor een derde keer op rij gekozen in vrije en eerlijke verkiezingen, maar was de zege groter dan ooit tevoren. Een op de twee Turken koos voor de partij van Recep Tayyip Erdogan. Dat waren ruim vijf miljoen Turken meer dan in 2007. Hoe langer hij regeert, hoe populairder Erdogan wordt.

Met een mandaat van nog eens vier jaar heeft Erdogan zelfs Adnan Menderes voorbijgestreefd, die in de jaren vijftig tien jaar achtereen Turkije bestuurde. Het volk gelooft in goede handen te zijn bij „Papa Erdogan”. Onder zijn regie boekte Turkije ongeëvenaarde economische groei en werd Turkije een internationale speler van formaat.

De stedelijke en verwesterde Turkse intellectuelen blijken alleen te staan in hun vrees dat onder deze oppermachtige regering Turkije een minder democratisch land wordt, waarin de conservatieve moslimdemocraten van de AK-partij zich steeds meer bemoeien met de sociale mores.

De grootste oppositiepartij, CHP, die van oudsher mikt op die Turken en hun vrees voor de islamisering van het land, kreeg net de helft van het aantal stemmen van de AK-partij (25,9 procent). De nieuwe leider Kemal Kilicdaroglu trok maar vier procent meer stemmen dan zijn norse voorganger Deniz Baykal, die werd afgevoerd na een affaire met een partijmedewerkster.

„De AK-partij moet niet vergeten dat er nu een sterkere CHP is en een jongere CHP’’, zei Kilicdaroglu. „Ons doel is om in vier jaar tijd de regeringspartij te zijn.” Maar de oude garde in de partij slijpt de messen al en de vraag is of allemansvriend Kilicdaroglu bij de volgende verkiezingen nog partijleider is.

Erdogan heeft die zwakke oppositie nu nodig. Hij won wel groots, maar niet groot genoeg. Hij kreeg niet de tweederde meerderheid die de inzet was van de campagne. Zijn partij komt net vier zetels te kort voor een absolute meerderheid in het parlement en moet nu zaken gaan doen met andere partijen om een referendum te kunnen uitschrijven voor belangrijke wijzigingen van de grondwet.

In zijn overwinningsspeech zei Erdodan dat de Turken hem een mandaat hadden geschonken om „te regeren maar ook om een nieuwe grondwet te maken”, maar Erdogan toonde zich uitgesproken nederig en vroeg om samenwerking met andere politieke partijen. Dat is niet bepaald de stijl waarin hij de afgelopen acht jaar heeft geregeerd, maar het moet even.

Die Turkse grondwet stamt nog uit de tijd van de militaire dictatuur in de jaren tachtig. De moslimdemocraten dromen al negen jaar over het terugdringen van de bemoeienis van het leger met de politiek.

Erdogan sprak eerder ook over zijn wens een presidentieel systeem in te voeren, met aanzienlijk meer macht voor de president. Iedereen weet wie de eerste kandidaat zou zijn voor zo’n oppermachtig presidentschap: Recep Tayyip Erdogan.

Vanuit Brussel kwam na de overwinning de hoop dat Erdogan snel werk gaat maken van de nieuwe grondwet. Het enthousiasme voor toetreding is in de afgelopen jaren danig bekoeld, zowel in Europa als in Turkije. Slechts één van de 35 onderhandelingshoofdstukken is tot nu afgerond. „Het openen van nieuwe hoofdstukken is niet het belangrijkst”, zei de speciale rapporteur voor Turkse toetreding, Ria Oomen-Ruijten. „Het belangrijkst is dat een land dat toetreedt tot de Europese Unie een democratische rechtsstaat is.” Het Europees Parlement liet in de afgelopen maanden zorgen horen over de persvrijheid in Turkije. Bijna zestig journalisten zitten momenteel in de gevangenis.

Behalve op het hoofdkwartier van de AK-partij werd in de afgelopen 48 uur ook gefeest in het zuidoosten van het land. Het aantal parlementariërs met een Koerdische achtergrond verdubbelde tot 36. Onder die parlementsleden is een aantal grote namen, zoals Leyla Zana, die liefst tien jaar in de gevangenis zat omdat ze banden zou hebben met de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Het feest liep gisteravond uit op rellen, nadat het gerucht de ronde deed dat een van de gekozen parlementsleden niet zou worden toegelaten tot het parlement. Dat gerucht bleek vals.

In het Koerdische zuidoosten wordt nog gewacht op een verklaring van de leider van de PKK, Abdullah Öcalan, die een levenslange gevangenisstraf uitzit op het eiland Imrali. Hij dreigde voor de verkiezingen Turkije te veranderen „in een hel” als de regering voor 15 juni niet met hem onderhandelt over meer zelfbestuur voor de Koerden. Maar met de verdubbeling van het aantal Koerdische parlementsleden is de verwachting dat dit dreigement wordt uitgesteld, tot het moment dat duidelijk is wat wijziging van de grondwet voor de Koerden betekent.