Sterke Wiggins en Gesink in schaduw van Contador

De Britse wielrenner Bradley Wiggins won de Dauphiné, Robert Gesink klom sterk. In Zwitserland rijden Bauke Mollema en Laurens ten Dam vooraan. Maar kunnen ze in de Tour op tegen Contador?

Spannend secondenspel op de flanken van Le Gollet d’Allevard en La Toussuire, aankomsten bergop in de laatste twee ritten van de Dauphiné Libéré. Prachtig gezicht, drie Nederlandse renners vooraan op de slotklim naar Crans-Montana in de tweede etappe van de Ronde van Zwitserland. Maar alle wielerspektakel in de voorbereiding op de Ronde van Frankrijk bleef in de schaduw van die ene uitspraak, bij een prestatietochtje in Spanje. „Ik doe mee aan de Tour de France”, verklaarde Alberto Contador zaterdag in zijn woonplaats Pinto, even buiten Madrid. Dus toch.

„Contador zou geen deel moeten uitmaken van het peloton”, zei Dauphiné-winnaar Bradley Wiggins eind april al in de Britse krant The Times. De kopman van Sky herhaalde zijn mening op de afsluitende persconferentie na de Franse rittenkoers, toen Contador zijn deelname aan de Tour al had aangekondigd. „Voor de Tour is het goed maar voor de wielersport is het slecht”, zei Wiggins op La Toussuire. „Sportief gezien is het een slechte zaak dat iemand met een positieve dopingtest toch gewoon kan meedoen aan de Tour de France.”

Een paar honderd kilometer verderop reageerde Andy Schleck in de Franse sportkrant L’Equipe juist positief op de aangekondigde Tourdeelname van Contador, na de openingstijdrit in de Ronde van Zwitserland „Ik vind het fijn dat Alberto meedoet, want ik wil hem verslaan”, zei de Luxemburger, de afgelopen twee jaar tweede achter Contador. Vorig jaar verloor hij de Tour onder meer omdat zijn Spaanse rivaal demarreerde toen de jongste Schleck kampte met materiaalpech.

„Wielrennen is een chaotische troep geworden”, oordeelde Fabian Cancellara nadat hij volgens verwachting de openingstijdrit in Zwitserland had gewonnen. In de aanloop naar de Tour, die op 2 juli begint in de Vendée, zijn de sportieve prestaties weer eens ondergeschikt aan discussie buiten de koers.

Contador (28) wordt beschuldigd van het gebruik van het verboden middel clenbuterol in de Tour van 2010. Na lang juridisch getouwtrek en in afwachting van een definitief oordeel richtte hij zich dit voorjaar volledig op de Ronde van Italië, die hij twee weken geleden glansrijk won. Tijdens de Giro maakte het internationaal sporttribunaal CAS bekend pas op 1 september de zaak te behandelen. Juridisch gezien kan Contador dus na de Giro ook de Tour rijden. Maar in het peloton heerst weerstand; naast Wiggins liet ook wereldkampioen Thor Hushovd zich al negatief uit over het meedoen van Contador. Tourorganisatie ASO is niet blij met zijn deelname maar moet zich erbij neerleggen. Met het risico dat straks de winnaar van 2010 en wie weet 2011 uit de erelijst moet worden geschrapt.

Maar kan een renner die zich in een loodzware Giro leeg reed eigenlijk wel op tijd in topvorm zijn voor nóg een zware wedstrijd van drie weken? De laatste die dat lukte was de Italiaan Marco Pantani in 1998, toen het verboden herstelmiddel epo nog niet kon worden opgespoord. Contador, die de laatste zes grote rondes waaraan hij meedeed allemaal won, hield na de Giro-huldiging in Milaan een flinke slag om de arm over Tourdeelname. Maar ook het commerciële belang geldt voor het uithangbord van de SaxoBank-ploeg van Bjarne Riis. „Het is voor het team en de sponsors van groot belang dat ik de Tour rijd”, gaf de drievoudig Tourwinnaar zaterdag in Pinto toe.

Terwijl Contador zich dagelijks uitputte met intensieve inspanningen in de Giro, bouwden zijn concurrenten met uitgekiende hoogtestages aan een degelijke basisconditie, die in de Tour het fundament moet vormen voor topprestaties. Nog geen intensieve belastingen, alleen maar zware en geestdodende duurtraining. Pas nu is het moment daar om de intensiteit af en toe te verhogen in wedstrijden. Voor sommigen de afgelopen week in de Dauphiné, voor anderen komende week in de Ronde van Zwitserland. Bijkomend voordeel van een wedstrijd: de altijd onzekere toprenner krijgt een eerste antwoord op zijn altijd terugkerende vraag: waar sta ik, waar staan de concurrenten.

Winnaar Wiggins kon niet anders dan tevreden zijn na de Dauphiné. In 2009 verraste de meervoudig olympisch en wereldkampioen op de baan in de Tour met een vierde plaats in het eindklassement. Vorig jaar, na een miljoenentransfer naar het Britse Sky, bleef de bevestiging uit. Wiggins (31) veranderde zijn begeleidingsstaf en eigen instelling. Niet te ascetisch, ook ruimte om te genieten. Met een sterke tijdrit en degelijke klimwerk bewees de Brit in de Franse rittenkoers zijn klasse. „Een plaats op het podium is mogelijk”, keek hij vooruit naar de Tour.

De relaxt ogende Robert Gesink liet het klassement lopen, maar eindigde uitstekend als tweede en derde in de laatste twee bergritten. De Rabokopman bleef het antwoord schuldig op versnellingen van de Spanjaard Joaquim Rodriguez, die zijn vorm van de Giro verzilverde met twee ritzeges maar niet meedoet aan de Tour. Voor het eerst sinds Luik-Bastenaken-Luik eind april ging Gesink bergop voluit, en zijn demarrages zagen er direct veelbelovend uit. Hoewel de verschillen nooit groot werden, bleef hij op de slotklim beide dagen Tourconcurrenten als Cadel Evans (tweede in de eindstand), Aleksandr Vinokoerov (derde), en Jurgen Van den Broeck (vierde) voor.

De komende dagen verkent de nummer zes uit de Tour van vorig jaar nog enkele Alpenritten, daarna volgt een tiendaagse hoogtestage in Sankt-Moritz. Het belang van de Dauphiné? „Een bevestiging wat ik al wist: ik ben goed op weg richting Tour.”