Sport in Beeld, bord op schoot

Necrologie

Bob Spaak was een pionier in de sportverslaggeving op de Nederlandse televisie. Hij werd vooral bekend als het gezicht van Sport in Beeld.

„Coen, Coen, beheers je, alsjeblieft! Jongens, jongens, dit kan toch niet? Wat een afschuwelijke vertoning!” Bob Spaak sprak in 1965 beroemde woorden richting Feyenoorder Coen Moulijn, bij een opstootje met voetballers van Real Madrid. De zaterdag op 93-jarige leeftijd overleden sportverslaggever werd vooral bekend als het gezicht van Sport in Beeld op zondagavond, nu Studio Sport.

Spaak, in de jaren dertig twee keer Nederlands kampioen op de 4x100 meter met de estafetteploeg van de Amsterdamse Atletiek Club, begon zijn journalistieke loopbaan in 1945 als redacteur bij Het Vrije Volk. Na tien jaar werd hij sportverslaggever bij de VARA, voor zowel radio als televisie. Vanaf 1966 was hij chef van de sportredactie bij de NOS, waar hij tot zijn pensioen in 1982 leiding gaf aan verslaggevers als Herman Kuiphof, Koen Verhoeff en Theo Reitsma.

Spaak verwierf nationale bekendheid als schaatsverslaggever. „In de tijd van Ard en Keessie hoorde je via de retourlijn dat de straten in Nederland waren uitgestorven”, vertelde hij de NRC-verslaggever in 2005 in zijn met honderden sportboeken gevulde Loosdrechtse woonkamer. „Iedereen zat naar het schaatsen in Noorwegen te kijken met commentaar van ons. Dat doet je echt wat.”

Vermaard is zijn commentaar bij de eerste herhaling op de Nederlandse televisie tijdens een rechtstreekse uitzending, in 1966. Schaatser Kees Verkerk kwam bij de EK in Deventer ten val. Anderhalve minuut later zag de regie kans de schuiver te herhalen. Mede doordat slowmotion in het fragment ontbrak, riep Spaak verschrikt: „Keessie m’n jongen, val je nu alweer?”

Televisiekijkers herinneren zich zijn sonore, beschaafde stemgeluid, collega’s zijn pionierswerk voor de sportverslaggeving. „We begonnen zonder programmatische systemen en met ondeskundige verslaggevers”, zei Spaak in 2005. „Als ik zo arrogant mag zijn, wil ik wel stellen dat ik ben begonnen met er een lijn in te brengen. Bij vergaderingen van de omroepverenigingen werd altijd gewoon een journalist aangewezen. Zonder voorbereiding, zonder kennis, ging die dan naar het schaatsenrijden. Dat kán gewoon niet.”

Spaak hamerde op een rustige, afstandelijke benadering. „Ik vind sport enorm belangrijk, om wat het veroorzaakt, wat het doet”, vertelde hij de huidige NOS-anchorman Mart Smeets, een van zijn leerlingen, in een interview in 2009. „Maar men denkt wel eens dat alles op sportgebied belangrijk is. Dat is natuurlijk niet het geval. Er zijn dingen die belangrijk worden gepraat. Ik geloof dat we niet moeten overdrijven.”

Na zijn afscheid trok Spaak zich bewust volledig terug, zei hij in 2005. „Ik heb met letterlijk niemand contact meer. Ik maak nergens deel van uit. In mijn visie moet je niet mensen voor de voeten lopen die jouw werk overnemen. Het is een combinatie van bewust afstand nemen en het zo langzamerhand ook wel genoeg vinden.”

De architect van het hedendaagse Studio Sport maakte nog mee hoe de publieke omroep de uitzendrechten van het voetbal in 2005 verloor aan het nu verdwenen Talpa van John de Mol. Spaak haalde er zijn schouders over op. „In deze steeds meer verwarrende tijd kan het onmogelijk grote schokken veroorzaken.”

Bob Spaak maakte Studio Sport een traditie voor miljoenen. Zelf zette hij ook zondagavond het bord op schoot. „Al voelt het niet als een plicht”, zei hij in 2005. „Ik ben zondagavond vaak bij familie en ook daar wordt sport gekeken. Bij belangrijke items worden in de eetkamer alle stoelen zo neergezet, dat iedereen de televisie kan zien. Maar als iemand een keer iets anders wil kijken, is dat ook prima.”