Rosenthal klaagt: EU verdeeld over Libië

Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) heeft vanochtend Duitsland, Frankrijk en Italië bekritiseerd, wegens de in zijn ogen overhaaste erkenning van de Nationale Overgangsraad als het wettig gezag in Libië.

De opmerkingen van Rosenthal, die hij maakte in het NOS Radio 1 Journaal, onderstrepen de verdeeldheid tussen lidstaten van de Europese Unie over de omgang met de Overgangsraad, waarin de Libische rebellenleiding zitting heeft. Tijdens een verrassingsbezoek aan Benghazi erkende de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle de Overgangsraad gisteren als „de legitieme vertegenwoordiger van het Libische volk”.

Rosenthal vindt dat „Frankrijk, Italië en Duitsland zich beter zouden kunnen houden aan de lijn die we in de Europese Unie hebben afgesproken”. Dat betekent volgens Rosenthal dat de Overgangsraad weliswaar een gesprekspartner is, maar niet de officiële vertegenwoordiger van het Libische volk. Rosenthal zei dat de Overgangsraad niet voldoende „representatief” is buiten het door de opstandelingen gecontroleerde gebied in Oost-Libië, omdat de raad „geen banden” zou hebben met andere delen van het land.

Rosenthal onderstreepte dat Groot-Brittannië, waarop de Nederlandse regering zich binnen de EU sterk richt, niet tot officiële diplomatieke erkenning van de Overgangsraad is overgegaan. Ook de Verenigde Staten erkennen de Overgangsraad niet als het wettelijke Libische gezag, maar beschouwen deze slechts als een gesprekspartner. Als eerste erkende de Franse president Sarkozy de Nationale Overgangsraad als wettelijk gezag in maart.

Gisteren werd op verschillende plaatsen in Libië strijd geleverd tussen opstandelingen en troepen die trouw zijn aan kolonel Gaddafi. Tussen de steden Ajdabiya en Brega in Oost-Libië kwamen gisteren 21 rebellen om het leven. De westelijke havenstad Misrata werd door regeringstroepen bestookt met raketten.