Pas bij Foo Fighters komt Pinkpop los

Pinkpop. Landgraaf. Gezien: 11, 12, 13 juni. ***

Met een stevig „get the fuck off met deze regering” opende Jan Smeets dit Pinksterweekend briesend op het hoofdpodium zijn festival. Zijn statement tegen het cultuurbeleid van deze regering was niet mis te verstaan. Ook op een andere podia onderstreepte de Pinkpopdirecteur dit weekeinde zijn woorden keer op keer. „Kutregering. Brood en Spelen. Zelfs de Romeinen zagen er al het belang van in.”

Niet dat Smeets dit jaar te klagen had over aandacht voor zijn uitverkochte 42de editie in Landgraaf. Met 91.000 bezoekers ontving hij meer mensen dan ooit. Zijn gefoeter op vooral de btw-verhoging riep onder meer een reactie van Christen Unie-fractievoorzitter Arie Slob op. Die twitterde het „makkelijk” te vinden de overheid de schuld te geven van hogere toegangsprijzen vanwege de btw-verhoging, „als je zelf zulke dure bands boekt.” Voor hoofdact Coldplay betaalde Pinkpop 1,3 miljoen euro.

Pinkpop 2011 kenmerkte zich door drie echt grote acts: Coldplay, Kings of Leon en de Foo Fighters. Verder werd een plichtmatig programma geboden met weinig urgente popnamen. De rode draad: gitaren – ruig, zacht of met de mond bespeeld, gierend of spinnend. Veel acts in daglicht leken een opmaat naar de (prijzige) slotacts voor riante honoraria ’s avonds op het hoofdpodium. Met als gevolg dat betaalbare bandjes, gedurende het jaar nog gespot in kleine zalen, ineens ook posities kregen op datzelfde mainstage. Zoals de catchy electropop van Two Doors Cinema Club, of de theatraal gestileerde synthpopduo van Hurts, met operazanger en strijkers.

Maar er was weinig dat echt nadreunde, zoals het overtuigende The Gaslight Anthem. Het was crowdsurfen bij Cage the Elephant en gezellig springen bij de degelijke publiekspleaser Kaiser Chiefs. Verder een waaier aan muzikale binnen- en buitenlandse wonderkinderen als Justin Nozuka, Eliza Doolittle, Selah Sue en Laura Jansen. Opmerkelijk was het gebrek aan sterke hiphopacts. En ook de aantrekkingskracht van de twee danceacts was opvallend. The Bloody Beetroots en Deadmau5 joegen toehoorders met oorverdovende stampbeats de nok van de tent in.

Pijnlijk waren de deals die met managers waren gesloten: Hanson ook moeten contracteren als Kings of Leon komt, Ash op de koop toe bij Coldplay. Zoals elk festival zijn hype of gimmick heeft, werd het ‘Hanson-day’, aangestuurd door het zoete hitje van weleer MMmbop.

„Mag ik even een foto van jullie maken? Dit maak je toch niet elke dag mee,” zei singer/songwriter Tim Knol. Als vervolgens de hele festivalweide de hand lijkt op de steken, weet je dat het goed zit. Maar dat het hard werken is op zo’n immens hoofdpodium, dat weet Knol nu ook. Na een aarzelende opening overwon hij zijn zenuwen en vond het vertrouwde pad terug van mooie gitaarliedjes over alledaagse dingen. Een klein gloriemoment. Later toonden prachtige beelden op de podiumschermen hoe een opgeluchte Knol zijn bandleden in de armen viel.

En dan was er Coldplay op Pinkpop – een ‘wens die uitkwam’. Kosten: twintigduizend euro per Coldplay-minuut. Rond de komst van dit soort dure, exclusieve acts – eerder Red Hot Chilli Peppers, de kille metal met vuurwerk van Rammstein of Bruce Springsteen – zindert de lucht altijd een beetje. Van verwachtingen, van sterrenstof, de hoop op magie.

Maar Coldplay bleek niet de gehoopte droomact. Ondanks de pompeuze lichtballen en vuurregen in de nieuwe opener Hurts Like Heaven, ondanks speels hergearrangeerde hits. De opbouw liep niet: in de show van drie delen stokte steeds de spanningsboog. De band gaf bovendien een festivaloptreden zoals er meer deze zomer komen: sympathiek en welwillend, met stampers als Clocks en God Put a Smile Upon Your Face versus nieuw werk, maar nauwelijks onderscheidend en niet in staat het veld helemaal op te tillen.

Nee, het was het onbevangen Elbow dat dit Pinkpop echt onder de huid kroop. Met slechts acht nummers, breed uitgesmeerd in lange lage en lijnen, werd het veld in een liefdevolle houtgreep genomen door de aaibare frontman Guy Garvey. Meesterlijk hoe de band uit Manchester z’n bedachtzame zieleroerselenrock – hoe passend in de avondschemer, presenteerde. Een prachtige gedragen sfeer werd geschapen, aangezet door het strijkkwartet op het podium. Het publiek verroerde zich niet, begreep het soms misschien niet helemaal, maar hield de adem in. Met Open Arms als anthem uit vele kelen, terwijl grote blauwe Elbow luchtpoppen (‘too blue chaps’) wapperden met armen als liefdesantennes.

Kings of Leon verhulde niet eens de plichtmatigheid van het concert. Zanger Caleb Followill had een kater en werd getergd door heimwee, hoorden we. De stevige set was een sprong terug naar oud materiaal, maar maakte pas echt wat los in het tweede deel bij hits als Sex on Fire en Use Somebody – gefilmd door duizenden telefoons.

Echt los – slotact Foo Fighters kreeg het gisteravond pas echt voor elkaar. Het vederlichte Pinkpop kon het gebruiken: een zinderend veld, bevlogen musici en uitvergrote, niet te versmaden wakker-schud gitaarrock. Met een regenboog van parelmoer aan de hemel als bonus. Zelfs Foo Fighter Dave Grohl stopte even met zingen.