Oerol

Het grootste Nederlandse locatietheaterfestival Oerol op Terschelling, dat donderdag zijn dertigjarig bestaan viert met 33 premières en zeven internationale producties, behaalt al bijna tachtig procent eigen inkomsten. Maar de 430.000 euro subsidie die het van het rijk ontvangt zijn, volgens hoofd marketing Ria Laanstra cruciaal als ‘vliegwiel’ – juist voor het aanjagen van de eigen inkomsten en het actief werven van sponsors. Zijlstra veroordeelt het festival nu tot het Fonds Podiumkunsten; het Holland Festival is het enige festival dat in de basisinfrastructuur blijft, zij het met vier ton minder. Laanstra: „Halbe Zijlstra vindt eigen inkomsten en cultureel ondernemen van belang. Maar Oerol behaalt 77 procent eigen inkomsten, en in plaats van geprezen worden we daarvoor gestraft, terwijl het Holland Festival maar 29 procent eigen inkomsten genereert, en dat wel wordt gespaard. „Oerol lijkt aan de vooravond van het dertigste festival alsnog te worden gestraft voor 30 jaar cultureel ondernemen. Daar klopt toch iets niet.”