Niet meer weg te denken uit de hockeywereld

HGC won de Euro Hockey League door een 1-0 zege op het Spaanse Club del Campo.

De EHL is een uithangbord voor de sport en graadmeter van het Nederlandse niveau.

Tot midden in de nacht werd de eerste Europese titel voor HGC sinds 1997 gevierd op de Roggewoning in Wassenaar. Op dezelfde plek als waar vier jaar geleden ook de allereerste EHL-ronde ooit werd georganiseerd. Madeleine Buise, die de afgelopen vier jaar voorzitter was van HGC en eind mei is afgetreden, vindt het mooi om te zien hoe de EHL gegroeid is. „Vier jaar geleden was het nog een probeersel en erg spannend. Nu is het toernooi niet meer weg te denken uit de hockeywereld.”

Buise meent dat vooral de groei van het hockey in de breedte aan de EHL is toe te schrijven. De oude Europacup I werd gespeeld met acht teams. Aan de EHL doen 24 teams uit twaalf landen mee. „Ook de clubs uit kleinere hockeylanden doen nu internationale ervaring op waardoor de sport in de breedte groeit.”

De groei in de breedte is ook één van de redenen waarom de KNHB vorig jaar besloot te investeren in de EHL. De EHL bleek een duur concept. „Per jaar zijn we een half miljoen euro aan reis- en verblijfkostenvergoedingen voor de teams kwijt en een half miljoen aan mediakosten”, aldus Jons Hensel, sinds september voorzitter van de EHL en samen met Maurits Hendriks initiatiefnemer van het toernooi.

Mede-eigenaar Pro Sport kon de kosten niet meer geheel opbrengen. Hensel, die tien jaar lang voorzitter was van hockeyclub Amsterdam, ging op zoek naar extra sponsors, maar schakelde ook de nationale bonden in. De Spaanse bond zorgt inmiddels voor 75.000 euro per jaar en de KNHB voor 100.000 euro. Andere nationale bonden zijn volgens Hensel ook van plan te gaan investeren. „Ik heb het dit jaar hard gespeeld”, lacht hij grimmig. De eerste ronde van de EHL werd gehouden in Eindhoven en in het Spaanse Terrassa, de tweede en derde ronde in Bloemendaal en het finaleweekend in Wassenaar. „Wanneer je als bond niet wilt investeren, krijg je van mij ook geen evenementen toegewezen. Daarom weet ik zeker dat onder meer de Engelse en de Duitse bond snel zullen volgen.”

Directeur van de hockeybond Johan Wakkie vindt een Europacup toernooi essentieel en was daarom met de KNHB al snel bereid te investeren in de EHL. „Door het toernooi krijgen ook de spelers die niet in het Nederlands team zitten de mogelijkheid om het op hoog niveau tegen buitenlandse hockeyers op te nemen.” Hij meent dat daardoor het algehele niveau van de Nederlandse competitie omhoog gaat.

Bondscoach Paul van Ass prijst de opzet van de EHL. Behalve de groei in de breedte is ervaring opdoen volgens hem een belangrijk element. Vooral omdat het knock-outsysteem van de EHL te vergelijken valt met eindtoernooien van het Nederlands team. „Hockeyers moeten finales leren spelen en leren omgaan met die spanning, daar leent de EHL zich uitstekend voor.”

Een ander belangrijk aspect van het Europese toernooi is volgens Van Ass dat het niveau van de Nederlandse competitie elk jaar afgemeten wordt aan buitenlandse competities. Tot nu toe stonden in de vier edities van de EHL twee Nederlandse teams in de halve finales, één in de finale en twee keer kwam er een Nederlandse winnaar uit; Bloemendaal in 2009 en dit jaar HGC. „De Nederlandse competitie behoort nog steeds tot de top maar het is belangrijk om dat in de gaten te houden en te zorgen dat het zo blijft.”

De toekomst van de EHL lijkt voorlopig veilig te zijn gesteld. Volgens voorzitter Hensel heeft het toernooi door nieuwe sponsors en de inmenging van de bonden voor het eerst sinds de oprichting winst gemaakt. Om hoeveel geld het gaat wil hij niet zeggen. De opbrengsten zullen worden geïnvesteerd in het beter positioneren van de EHL in de media om meer aandacht te genereren voor de hockeysport. Zondag keken bijna 130.000 mensen naar de finale die de NOS live uitzond. Hensel: „Dat is mooi, maar het kan altijd beter.”