...maar is ook in strijd met onze grondwet

De wietpas is op voorhand tot mislukken gedoemd en zal er niet komen.

Landen om ons heen kiezen juist voor een tolerantere houding. Waarom wij niet?

Het huidige kabinet beoogt overlast van handel in softdrugs en daarmee gemoeide criminaliteit terug te dringen. Coffeeshops moeten het loodje leggen om dit doel te bereiken. De vraag of coffeeshops overlast veroorzaken wordt niet gesteld. Er is wel direct een antwoord geformuleerd: de wietpas wordt als het aan het kabinet ligt in het hele land ingevoerd en coffeeshops mogen zich niet bevinden binnen 350 meter van een middelbare school.

Wat ging er mis met dit kabinet toen het stelde dat overlast de voornaamste beweegreden is om tot de twee aangekondigde maatregelen te besluiten?

Aan de juistheid van het uitgangspunt van de wetgever om softdrugs vanaf 1976 te gedogen kan niet worden getwijfeld: de consumptie van softdrugs brengt, in vergelijking met harddrugs, beperkte risico’s voor de volksgezondheid met zich mee en het gedogen van deze consumptie en de daarmee gemoeide verkoop is goed voor de openbare orde omdat dit overlast voorkomt en de consumptie uit de criminele sfeer wordt gehaald.

Deze twee overwegingen blijven ook na een uitvoerige evaluatie door de overheid van 30 jaar gedoogbeleid overeind. Een belangrijk vraagteken is de georganiseerde wietteelt, maar die heeft grotendeels export van cannabis tot gevolg en heeft minder van doen met coffeeshops. Vanwaar de overlast? Hiervan is wellicht sprake in bepaalde grensgebieden, maar elders in den lande is het rustig rond coffeeshops.

Uit de vele wetenschappelijke publicaties en uit cijfers van de Amsterdamse politie over het functioneren van coffeeshops volgt dat deze geen of nauwelijks overlast veroorzaken. Dat kan bepaald niet worden gezegd van cafés. Vreemd is dit niet, want coffeeshops zijn ooit bedacht ter bestrijding van openbare ordeverstoringen.

Zinloos gemillimeter over een scholenafstand wordt door geen enkele deskundige begrepen. Als middelbare scholieren rookwaar in een coffeeshop willen kopen, wordt hen onverbiddelijk de toegang geweigerd, omdat de coffeeshop anders de deuren moet sluiten. Zo is het nu en zo is het goed.

De wietpas kan op twee manieren worden verstrekt. De eerste is dat de burgemeester dergelijke toegangsbewijzen uitgeeft. De tweede variant is dat de coffeeshophouder deze pasjes distribueert aan een gelimiteerd aantal bezoekers. Dit laatste is het voorstel van minister Opstelten aan de Tweede Kamer. Beide opties zijn op voorhand tot mislukken gedoemd. De wietpas zal er daarom niet komen.

Als de burgemeester verplicht wordt deze wietpassen te verstrekken, rijst de vraag of hij dat wel mag. Het wettelijk kader van het gedoogbeleid ontbeert de mogelijkheid een pasjessysteem in te voeren waarmee sommige burgers van overheidswege worden uitgenodigd om strafbare feiten te plegen door hen toegang te verlenen tot een plaats om softdrugs te kopen.

De burgemeester zal de rechter waarschijnlijk op zijn weg vinden als hij door de minister wordt gedwongen wietpassen te verstrekken. De overheid mag geen vergunningen of toestemmingen geven om de burger in staat te stellen drugs te kopen. Dat is verboden door de Opiumwet en dit verbod mag niet door een lagere regeling worden doorkruist, zo bepaalde de Raad van State bij herhaling. De afspraak om onder voorwaarden niet te vervolgen voor de verkoop en het bezit van softdrugs impliceert niet dat de overheid toegangsbewijzen voor coffeeshops mag verstrekken.

Als de coffeeshophouder wordt gedwongen deze passen te verstrekken handelt hij in strijd met de Nederlandse grondwet, die het maken van onderscheid tussen ingezetenen en buitenlanders verbiedt.

Allen die zich in Nederland bevinden moeten gelijk worden behandeld. Een coffeeshophouder (net als een burgemeester) kan niet worden verplicht zich aan discriminatie schuldig te maken door een wietpas wel of niet te verstrekken met als criterium het weren van buitenlanders. De geopperde verstoring van de openbare orde vormt geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond voor discriminatie van personen die zich in Nederland bevinden.

De burgemeesters in Nederland hebben zich tegen de wietpas uitgesproken. Dit kabinet zal in burgemeesters tegenstanders van formaat vinden. We mogen niet vergeten dat het gedoogbeleid uitsluitend lokaal door de burgemeester wordt gehandhaafd en de minister hierover niets te zeggen heeft. De Opiumwet geeft immers de burgemeester de exclusieve bevoegdheid om gebouwen te sluiten waar drugs aanwezig te zijn om te worden verhandeld.

De weerstand van burgemeesters door het hele land is voorts ingegeven door verschijnselen in steden in Brabant waar coffeeshops al zijn gesloten. Onderzoekers stelden vast dat deze sluiting direct tot gevolg had dat straathandel de openbare orde verstoorde en leidde tot een toename van illegale verkooppunten waardoor problemen van controle en beheersbaarheid zich aandienden. Dit was voor de politie aanleiding om oogluikend enkele illegale verkooppunten vanwege de beheersbaarheid weer te gedogen. Nieuw is dat deze verkooppunten voortaan geen belasting meer betalen. Zo zal het overal gaan waar de dwaze plannen van dit kabinet bewaarheid worden.

Zoals elders op deze pagina wordt bepleit, bestaan verdragsrechtelijke mogelijkheden om de achterdeur te regelen. De tolerante visie op softdrugs die inmiddels in landen om ons heen post heeft gevat zou dit kabinet als een uitnodiging moeten zien om samen op te trekken en tot een slim beleid te komen. De thans ingezette ramkoers is een dwaling met grote gevolgen.

Maurice Veldman is advocaat te Amsterdam.