Keuze voor de eredivisie, zonder visie

Zijlstra kiest voor steun aan gevestigde kunst. Vernieuwing krijgt het moeilijk.

Het Nationale Ballet kan het Zwanenmeer blijven opvoeren met zijn tachtig dansers. Maar het is de vraag of jonge choreografen als Ann Van den Broek of Sjoerd Vreugdenhil in de toekomst hun werk nog kunnen tonen in productiehuis Korzo. In ieder geval maakt het rijk er niet langer structureel geld voor vrij.

In zijn brief aan de Tweede Kamer over het cultuurbeleid heeft het kabinet Rutte vrijdag een duidelijke keuze gemaakt. Een keuze om vooral kunst te steunen die zich al ruimschoots heeft bewezen, zoals het Nationale Ballet, Toneelgroep Amsterdam en het Rijksmuseum. Maar een visie op wat kunst betekent voor de samenleving, en daarom overheidssteun verdient, ontbreekt.

Het kabinet bezuinigt vanaf 2013 zo fors op cultuur (200 miljoen euro op een subsidiebedrag van nu nog 490 miljoen) dat de vraag zich opdringt of VVD en CDA überhaupt nog een overheidstaak zien in kunst. Die taak is er nog, zegt staatssecretaris Zijlstra (VVD), maar alleen daar waar de markt onvoldoende aanbod genereert. Dat ‘onvoldoende aanbod’ slaat dan niet op de hele sector, maar geldt slechts voor topinstellingen. De overheidstaak is hiermee verengd tot het steunen van de eredivisie.

De vraag hoe kunst zich moet ontwikkelen blijft open. Vernieuwende kunst, zoals die nu nog wordt gemaakt in de productiehuizen voor theater, krijgt het moeilijk. Talentontwikkeling, zoals op de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, in 1870 opgericht door koning Willem III, vindt dit kabinet niet langer een overheidstaak. De enige reden die wordt aangegeven: in andere sectoren is dat ook zo.

De titel van de 42 pagina’s tellende brief, ‘Meer dan kwaliteit’, is veelzeggend. Dit kabinet wil bij het verstrekken van subsidie niet alleen kijken naar kwaliteit, maar ook of een instelling in staat is voldoende publiek en eigen inkomsten te genereren. Zoals premier Rutte het vrijdag formuleerde: „Te veel mensen in de sector staan met een open knip naar Den Haag. Die mensen moeten zich weer omdraaien.”

Juist topinstellingen hebben het makkelijker om geld uit de markt te halen dan kleinere, erkent ook Zijlstra. Met De Nachtwacht de boer opgaan is nu eenmaal doeltreffender dan met een experimenteel toneelstuk. Dat het rijksgeld toch vooral naar topgezelschappen gaat, rechtvaardigt Zijlstra met de uitleg dat die extra duur zijn en zich niet volledig zelf kunnen financieren. Het is, vindt hij, wel degelijk een overheidstaak om kwalitatief hoogwaardige kunst te steunen.

Voor kleinere instellingen, die geen of fors minder subsidie krijgen, roept het kabinet een bureau voor het mecenaat in het leven. Dat moet hen helpen in contact te komen met private financiers.

De komende jaren zal blijken of dat private geld er ook is. Nu al merken instellingen die veel ervaring hebben met het aanboren van privégelden, zoals Beelden aan Zee in Scheveningen, Foam in Amsterdam of de Kunsthal in Rotterdam, dat het dringen wordt op deze markt. In de aanloop naar de kabinetsbrief zijn veel instellingen zich al gaan oriënteren op andere inkomstenbronnen. De laatste maanden wemelde het van de lezingen en debatten over mecenaat, sponsoring en crowdfunding. Rijksmuseum Twenthe kocht onlangs een schilderij met behulp van crowdfunding, waarbij een beroep werd gedaan op de gulheid van het publiek. Musea en gezelschappen halen de band met donateurs aan.

Het kabinet stelt onomwonden dat het met de majeure bezuinigingen op cultuur een schokeffect wil bereiken. Dat effect is, nog voor de bezuinigingen zijn ingevoerd, al gedeeltelijk bereikt. Kunstinstellingen bekommeren zich meer dan vroeger om bezoekersaantallen. In het Oosten van het land zijn twee orkesten, onder de dreiging van opheffing, nu bereid tot samenwerking. En ze wisten lokale overheden te interesseren voor financiële bijdragen.

Niet alles zal met creativiteit zijn op te vangen. Er zullen kunstinstellingen dichtgaan en ontslagen vallen. Daarvoor heeft Zijlstra al ten minste 150 miljoen euro ingecalculeerd. De oppositie spreekt van een „bomaanslag op de cultuursector”, VVD-Kamerlid Bart de Liefde noemt het een „oplossing voor het overaanbod aan grauwe middelmaat”.

Veel uit de brief aan de Kamer was al bekend. Een verrassing was de oplossing voor het Nationaal Historisch Museum. Het museum zelf komt er niet, maar de taak ervan, de canon van de vaderlandse geschiedenis presenteren, wordt ondergebracht bij het Openluchtmuseum in Arnhem. Daarmee is het museum terug op de plek waar het letterlijk begon: Arnhem. Met deze oplossing zal de Kamer, die destijds met overgrote meerderheid voor de oprichting van het NHM was, gemakkelijker kunnen instemmen dan met het verdwijnen ervan.

Het kabinet is met zijn besluiten op belangrijke punten afgeweken van wat zijn adviseur, de Raad voor Cultuur, heeft voorgesteld. Dat is op zich niet vreemd: een advies is een advies en geen bevel. Maar de raad zelf heeft de afgelopen weken hoog spel gespeeld door te benadrukken dat het advies integraal moest worden overgenomen. Raadsvoorzitter Els Swaab verklaarde meermaals dat de raad zich zou „beraden” als dat niet gebeurde. Eind deze maand, als ook de Kamer zich over de kabinetsplannen heeft uitgesproken, zal blijken of de raad zich zal schikken in zijn rol van adviseur aan dit kabinet dat vooral kiest voor grote kunstinstellingen en gevestigde kunst.

Dat de Tweede Kamer aan de kabinetsplannen niet veel meer zal veranderen, staat op voorhand vast. Zijlstra heeft in zijn plannen de wensen verenigd van zijn eigen partij met die van coalitiepartner CDA en gedoogpartner PVV. De oppositie zal bij het Kamerdebat niet veel meer kunnen doen dan hun afkeuring onder woorden brengen. Ook met het in één keer doorvoeren van de bezuinigingen, in 2013, heeft de Kamer in maart al ingestemd. Het kabinet heeft vrij baan om in hoog tempo een majeure ingreep te doen – een ingreep die niet alleen de komende vijf jaar sporen zal nalaten in de kunstsector, maar ook nog lang daarna.

Birgit Donker Claudia Kammer