Groente weggooien is het laatste werk

De verdenking dat Spaanse komkommers de bron van de EHEC-besmetting waren bleek vals, maar in Almería blijft de klap doordreunen. ,,Er moesten hier maar veel Duitsers op vakantie komen.”

Toen Duitse autoriteiten vorige maand Zuid-Spaanse komkommers aanwezen als bron van de EHEC-bacterie, merkte José Martínez dat nog dezelfde dag. „Op 25 mei trokken al onze klanten hun bestellingen ineens in. Van de ene op de andere dag, in buiten- en binnenland”, vertelt de voorzitter van Unica, een coöperatie van 1.500 telers in zijn kantoor in La Mojonera, midden in het uitgestrekte kassengebied van Almería. „Zelfs vrachtwagens die al onderweg waren moesten we laten terugkeren.”

Een week later verdwenen de Andalusische komkommers geleidelijk uit beeld als schuldige. Inmiddels lijken in Duitsland geteelde groentekiemen de bron van de besmetting. Martínez: „Maar terwijl bijna al onze Spaanse klanten de afname weer hervatten, komt deze uit de rest van Europa nog amper op gang. Niet alleen komkommers, sla en tomaten, maar ook ons fruit wordt nog steeds gewantrouwd. We hebben al 5 miljoen euro minder omgezet dan vorig jaar en 600 mensen moeten ontslaan.”

Drie weken nadat ze geuit werden, dreunen de Duitse verdenkingen in Almería nog steeds door. Volgens de tuinderbond Fepex bedraagt de schade voor de hele sector 200 miljoen euro op weekbasis. Duizenden banen zijn verloren gegaan.

Vooral Almería is zwaar getroffen. De provincie in de zuidoosthoek van Andalusië geldt als de groentekas van Europa. Ze telt 26.000 hectare aan kassen, een gebied drie keer zo groot als het Westland. Van bovenaf gezien ziet het landschap er uit als een eindeloos uitgestrekte lappendeken van rechthoekige stroken wit en grijs landbouwplastic.

In de winter rijden hier dagelijks duizend vrachtwagens vol groente en fruit noordwaarts. Dat Nederlanders het hele jaar door tomaten en paprika’s kunnen eten, is grotendeels te danken aan Almería. En dat deze voedselcrisis in mei plaatsheeft, is een geluk bij een ongeluk. In januari of februari was de schade nog vele malen groter geweest. „Dan hadden we echt gehangen. Hadden we de hele boel kunnen opdoeken”, aldus Unica-voorzitter Martínez. „Zoals de Nederlandse tuinders nu, die midden in hun hoogseizoen zitten. Als er één land lijdt, is het Nederland wel.”

Dit relatieve geluk kan de verontwaardiging in Spanje amper verzachten. Door haar strenge optreden en populistische taal jegens zuidelijke eurolanden maakte de Duitse regering zich recentelijk al niet erg populair. Dat uitgerekend Duitsland nu een belangrijke economische sector als de tuinbouw onnodig veel schade aandoet, versterkt de woede.

Het uit zich in grote solidariteit met de tuinders, door politici, media en tal van Bekende Spanjaarden openlijk beleden. Zo maakte motorcoureur Jorge Lorenzo na het winnen van zijn GP reclame voor Spaanse komkommers. Internationaal bekende topkoks als Martín Berasategui en Ferran Adrià deden hetzelfde.

„Merkel zei laatst dat wij Spanjaarden alleen maar feestvieren en eindeloos met vakantie gaan. Maar door toedoen van dat mens uit Hamburg [Cornelia Prüfer-Storcks, de wethouder verantwoordelijk voor Gezondheid en Consumentenbescherming, red.] begint mijn zomervakantie dit jaar een stuk eerder”, stelt ook Nuria López.

López is magazijnmedewerkster bij inpakbedrijf Hortamar, in Roquetas del Mar. Van hun 600 collega’s zijn er sinds de EHEC-crisis 400 ontslagen, vertelt collega Dolores Fuentes terwijl ze na de lunchpauze een kop koffie drinkt in de schaduw. „Het enige dat we nog doen, is producten weggooien. Wanneer dat na volgende week ook niet meer nodig is, hoeven we tot eind augustus niet meer op werk te rekenen.”

In de zomer is er altijd minder werk, omdat noordelijke landen zelf kweken. De vraag in Almería is nu vooral of het zin heeft in augustus weer te gaan zaaien en planten voor een nieuwe winteroogst. „Dat heeft alleen zin als het wantrouwen over onze producten geheel weggenomen is. Anders telen we weer voor de afvalbak”, zegt voorzitter Martínez van de tuindercoöperatie.

Naast een financiële compensatie voor de geleden schade eist Spanje daarom ook dat Duitsland onomstotelijk aantoont wat de oorzaak van de besmetting was. Vervolgens zou het land actief moeten uitdragen dat aan Spaanse tuinbouwproducten niets schort, bijvoorbeeld met reclamecampagnes. „De ervaring van eerdere voedselcrises leert dat vertrouwen in een paar seconden verloren gaat en er maanden over doet om terug te keren”, zei de Spaanse minister van Arbeid gisteren in een ontmoeting met buitenlandse correspondenten. „Duitsland heeft hierin zeker een verantwoordelijkheid te nemen.”

Inpakster Nuria López en haar collega’s volgen het Europese debat over een compensatieregeling voor hun sector met gemengde gevoelens. Ze begrijpen dat de tuinders miljoenen euro’s nodig hebben om zaden te kunnen kopen voor een nieuw oogst. „Natuurlijk is dat ook voor onze banen belangrijk”, zegt ze. „Maar de werknemers zullen niks van die Europese hulp zien. We zullen onze vakantie een stuk soberder moeten doorbrengen. Er moesten hier dit jaar maar veel Duitsers op vakantie komen om onze toerismesector te steunen.”