Groei in tijden van onzekerheid

De groei in Nederland trekt weer aan, maar consumenten blijven terughoudend. De onzekerheid wordt gevoed door de politiek, onder meer door het pensioenakkoord.

In de komende jaren zal de economische groei in Nederland ongeveer 2 procent per jaar bedragen. De prognoses van De Nederlandsche Bank zijn licht verbeterd ten opzichte van de laatste voorspelling van eind vorig jaar.

Door een positieve uitschieter in het eerste kwartaal zijn de economische vooruitzichten voor dit jaar gunstiger. DNB voorspelt een groei van het bruto binnenlands product van 2,2 procent, tegen een prognose van 1,6 procent eind vorig jaar.

Parallel aan het gematigde internationale conjunctuurbeeld zwakt ook in Nederland de conjunctuur naar verwachting af. Huishoudens blijven dit jaar en volgend jaar terughoudend met hun bestedingen. Ook de sanering van de overheidsfinanciën drukt de binnenlandse vraag, waardoor het groeitempo volgend jaar uitkomt op 1,7 procent.

„De Nederlandse economie laat zich vergelijken met een viermotorig vliegtuig”, zei DNB-directeur Lex Hoogduin vanmorgen in een toelichting. Twee motoren draaien stationair – de overheid en de gezinnen – en twee motoren creëren de snelheid – het buitenland en het bedrijfsleven. De uitvoer stijgt met 5,7 procent en de bedrijfsinvesteringen nemen met 10,0 procent toe.

Pas in 2013 – als het binnenlandse herstel vastere vorm krijgt – trekt de groei aan tot 2,1 procent. De particuliere consumptie groeit dan met 2,1 procent, tegen 0,3 procent dit jaar. De afwachtende houding van consumenten wordt, volgens Hoogduin, gevoed door het onlangs gesloten pensioenakkoord. „De waarde van hun pensioen is minder dan mensen dachten”, zegt de DNB-directeur. „Dat creëert een afwachtende houding bij de bestedingen.” Het financieel vermogen van huishoudens is, volgens Hoogduin, 30 procent minder in vergelijking met de financiële hoogconjunctuur van 2008. Dat komt door de lage huizenprijzen en de sterke waardevermindering van de aandelenportefeuille.

Door de sneller dan voorziene groei in 2011 verbeteren de Nederlandse overheidsfinanciën in een hoger tempo dan eerder werd voorzien. Voor volgend jaar wordt een EMU-tekort verwacht van 2,5 procent en 2,0 procent in 2013. De werkloosheid blijft, volgens DNB, laag en daalt geleidelijk tot onder de 4 procent in 2013. De werkgelegenheid bij de overheid neemt af, terwijl bedrijven nog maar langzaam de werkgelegenheid uitbreiden doordat er nog capaciteit over is van de afgelopen jaren.

De Nederlandsche Bank heeft ook de zogenoemde potentiële groei bijgesteld. Halverwege de jaren negentig bedroeg dit percentage 3, en ten tijde van de vorige opgaande conjunctuurfase lag het op 2 procent. Op dit moment wordt de potentiële groei door DNB geraamd op 1,3 procent – dat is het groeitempo dat de Nederlandse economie over de lange termijn kan volhouden. Door demografische ontwikkelingen – vergrijzing, pensionering van de babyboomers – ligt de groei van het arbeidsaanbod de komende jaren een stuk lager dan voorheen en dat heeft direct invloed op de potentiële groei. Een verbetering zou mogelijk zijn wanneer de arbeidsproductiviteit verbetert.

In de geïndustrialiseerde wereld houdt de economische groei aan, maar verloopt trager dan in eerdere expansieperiodes. In de opkomende economieën (China, Brazilië, India) ligt de groei veel hoger en dreigt al enige tijd een situatie van oververhitting. Deze divergentie in het internationale beeld houdt belangrijke risico’s voor de Nederlandse economische vooruitzichten in. Een verslechtering van de Europese schuldencrisis – of de aanhoudende onzekerheid daarover – kan via de financiële markten doorwerken naar de reële economie van het eurogebied.

Ook in andere geïndustrialiseerde landen, zoals de VS, bestaat het risico dat het economische herstel trager verloopt dan nu voorzien. De dreigende oververhitting in opkomende economieën kan tot uitdrukking komen in hogere exportprijzen en daarmee – bij ongewijzigd monetair beleid – wereldwijd tot een hogere inflatie leiden. De inflatie komt dit jaar uit op 2,5 procent als gevolg van hogere energieprijzen.