'Groei in Amerika is verrassend traag'

Na de Grote Depressie in de jaren 30 duurde het dertig jaar voordat Amerika zijn schuld weer op orde had. Zo’n operatie acht analist Abby Cohen na de Grote Recessie van 2009 ook haalbaar.

De kater na de recessie lijkt in de Verenigde Staten nog lang niet weggespoeld. Afgelopen week stonden de Amerikaanse kranten bol van dalende beurscijfers en ander economisch onheil.

Abby Cohen (59), macro-econoom en financieel analist bij Goldman Sachs, blijft er opvallend kalm bij. In de jaren 90 werd deze kleine dame met grijs krulhaar een alom bekende beursgoeroe, omdat ze op vrij accurate wijze een hausse in de technologie- en internetaandelen wist te voorspellen.

Door het blad Ladies Home Journal werd ze toen uitgeroepen tot „een van de dertig machtigste vrouwen ter wereld”. Maar die roem was van korte duur. Toen de Composite-index van technologiebeurs Nasdaq in maart 2000 met 40 procent kelderde, werd ze door tal van beleggers verguisd.

Cohen heeft haar goede humeur niet verloren. Vorige week schoof ze aan bij een lunch met financiële journalisten in de India House, een oude zandstenen woning in het lager gelegen gedeelte van Manhattan, waar handelaren in de 18de eeuw hun eerste zakelijke transacties regelden.

Tijdens het gesprek legde ze haar gezelschap plots een grafiek voor. „Die kan helpen om alles in perspectief te brengen”, glimlachte ze. Op een tijdlijn sinds 1792 stond de Amerikaanse overheidsschuld. Twee zwarte pieken sprongen in het oog: de Grote Depressie van de jaren 30 en de Grote Recessie van twee jaar geleden.

Na de vorige grote crisis deed de Amerikaanse overheid er dertig jaar over om haar schuld terug te brengen van 120 tot minder dan 40 procent van het bruto binnenlands product. Cohen denkt dat een dergelijke operatie ook in de komende jaren haalbaar zal zijn. Maar dan moeten er dringend knopen worden doorgehakt. Haar reactie op de belangrijkste economische onheilsberichten van vorige week.

‘Aandelenkoersen kelderen door onrust over groei’ (The New York Times, 11 juni).

Abby Cohen: „Ik ben niet verrast door de groeivertraging, maar wel door de intensiteit ervan. Niet alleen de hoge energie- en voedselprijzen spelen ons parten, maar ook het ongunstige weer. Afgelopen winter viel er meer sneeuw dan gewoonlijk, in het voorjaar waren er overstromingen en tornado’s, en nu worden we geconfronteerd met droogte en bosbranden in het zuiden. De Amerikaanse export is wel behoorlijk gegroeid, de banksector komt er weer bovenop en de bedrijfswinsten zijn robuust. Maar sinds het herstel in de zomer van 2009 hebben vooral de grote internationaal opererende bedrijven goed gepresteerd. Middelgrote en kleine ondernemingen, die hoofdzakelijk actief zijn op de thuismarkt, hebben het moeilijker.”

‘Situatie op arbeidsmarkt is grootste financiële zorg van Amerikaan’ (USA Today, 9 juni).

„Het is ontgoochelend dat de werkloosheid in de VS nog steeds ruim 9 procent bedraagt. De arbeidsmarkt was al verzwakt vóór de economische crisis. Generatie op generatie hebben kinderen in dit land meer welvaart gehad dan hun ouders. Die vooruitgang was een intrinsiek onderdeel van de Amerikaanse droom. Maar de afgelopen tien tot vijftien jaar is daaraan abrupt een einde gekomen. Veel mensen uit de middenklasse hebben hun inkomen amper zien verbeteren.”

‘Rentes op woninghypotheken dalen voor de achtste week op rij’ (Los Angeles Times, 10 juni).

„De markt voor residentieel vastgoed in de VS is door de financiële crisis en de recessie met de helft gekrompen. In het commerciële vastgoed zijn de activiteiten slechts met een kwart naar beneden gegaan. Dat is nog altijd een forse krimp, maar niet zo dramatisch als in de huizenbouw. Ik zie overal in stedelijke centra opvallend veel bouwactiviteit. We zijn ervan overtuigd dat een deel van de economische activiteit in de VS op termijn naar stedelijke centra zal verschuiven. En dat zal ook invloed hebben op de huizenmarkt. Jonge mensen willen er graag wonen, want het leven is er energie-efficiënt, het openbaar vervoer comfortabel en de lucht schoner.”

‘Amerikaan is verdeeld over aanpak van overheidsschuld’ (The Washington Post, 9 juni).

„Ik vind die hele discussie rond het schuldplafond – de debt ceiling of het maximale schuldbedrag dat de Amerikaanse overheid kan hebben – nogal eigenaardig. Dat plafond wordt niet vastgelegd op basis van het bruto binnenlands product. Het staat daar volledig los van. Alle politieke heisa rond het schuldplafond zorgt er nu voor dat er over het Amerikaanse begrotingstekort zelf amper een debat wordt gevoerd, terwijl dat tekort – bijna 9 procent van het bbp – historisch hoog is. Normaliter is de goedkeuring door het Congres van een verhoging van het schuldplafond een formaliteit. Maar dit keer niet. De schuldpositie ligt erg gevoelig bij het grote publiek. Toch is de verwachting van de meeste investeerders dat er, na veel politiek theater, goedkeuring komt.”

‘Meerderheid van Amerikanen is niet voorbereid op zijn pensioen’ (The Wall Street Journal, 6 juni).

„Het echte knelpunt voor de Amerikaanse begroting ligt op de lange termijn. In 1957 was er een piek in de geboortecijfers. De babyboomers die toen geboren werden, zullen hun pensioengerechtigde leeftijd bereiken in 2022. Die generatie zal de komende jaren steeds meer geld kosten aan sociale zekerheid en gezondheidszorg, en steeds minder opbrengen. De politici in Washington zouden deze nijpende budgettaire kwestie graag willen aanpakken na de volgende presidentsverkiezingen in 2012. Impopulaire en harde beslissingen zijn in de geschiedenis van dit land bijna altijd genomen aan het begin van de tweede ambtstermijn van een president. In kringen van Democraten en Republikeinen wordt gehoopt dat Obama dan met een verregaand voorstel zal komen om het probleem van de vergrijzing aan te pakken. De vraag is echter: kunnen we tot 2013 wachten?”