Extreem strak ritme en alles herhalen

Een laag IQ, gestoord gedrag – het Kingma College biedt veel jongeren nog kans op een simpele baan.

Valt dat onderwijs weg, dan zullen ze ontsporen.

Vier jongens van 16 jaar staan met witte jas en schort aan het aanrecht. Ze kneden deeg. Drie volwassenen houden toezicht: docent horeca Jack de Jong leert de jongens pizzarondjes bakken. Hun vaste leerkracht en een begeleidster van zorgorganisatie Cordaan letten op gedrag. Je moet ze extreem strak houden, zegt De Jong, en alles steeds herhalen. Want ze vergeten snel.

„Doe je jasje dicht en je sloof voor, Soefian, je ziet er niet uit.” Weten jullie de volgorde nog, vraagt De Jong. Ryan: „Beginnen met handen wassen.” Juist, dan kneden, het deeg afdekken, de groenten snijden. „Nee”, zegt Ryan. „Eerst de oven voorverwarmen.” Soefian krijgt weer een waarschuwing: „Stop als ik aan het praten ben, anders doe je het precies verkeerd. Met zoveel bloem en water wordt het een enorme smeerboel.”

Het Kingma College voor speciaal onderwijs heeft drie scholen (twee in Amsterdam-Noord, één in de Bijlmer) en ongeveer 300 leerlingen. De meesten hebben een laag IQ, een kleine groep heeft ook nog een zware gedragsstoornis. Het zijn jongeren van 12 tot 20 jaar die intensieve begeleiding nodig hebben om mogelijk te belanden op een sociale werkplaats of een heel simpele begeleide baan. Als vakkenvuller bij de C1000, bij de Makro, de plantsoenendienst of als schoonmaker van vliegtuigen op Schiphol. Het is, zegt de school, een hele toer om hen „achter de geraniums vandaan te krijgen”.

Dylan zit op de trap. Al anderhalf uur. Omdat een jongen op de schommel in de pauze „nou” tegen hem zei. De aanpak van de school: negeren. Zo kalmeert Dylan het snelst. Al het andere werkt averechts.

„Wat er ook gebeurt”, zegt orthopedagoog Josje Hoeve, directeur van locatie Wognumerplantsoen van het Kingma, „verwijderen doen wij in principe nooit. Deze kinderen hebben al een hele geschiedenis achter de rug. Dit is hun eindstation. We zitten er bovenop. Het is een kleine school met kleine klassen. Iedereen spreekt de leerlingen aan op hun gedrag. We willen vertrouwen en veiligheid uitstralen.”

Dennie (15) valt binnen. Omvangrijk, stekeltjeshaar, diepliggende ogen: zwaar autistisch. Dennie heeft ruzie met een Turkse jongen die aan het radicaliseren is. De jongen dreigt met wapens. Bedreigt leerlingen. Hij heeft zich bij een Turkse groep aangesloten en zegt: „Als het even anders was gelopen, waren jullie nu deel van het Ottomaanse rijk.” Hoeve heeft de buurtregisseur ingeschakeld. Kom straks maar even bij me, zegt ze tegen Dennie. „Ik wil dat jullie elkaar weer tegen kunnen komen op de gang.”

Voor het Kingma betekenen de bezuinigingen: grotere klassen, minder leraren, minder stageplekken, minder extra begeleiding. „Deze kinderen hebben een netwerk nodig om sterk te staan in de maatschappij”, zegt Hoeve. „Anders zitten ze thuis met een uitkering of leiden een zwervend bestaan.” Dat is gevaarlijk: sommigen worden door criminelen misbruikt die hen op de uitkijk laten staan bij gewapende overvallen. Maar omdat ze niet zo slim zijn, lopen zíj tegen de lamp als de politie komt. „Als deze jongens niet geholpen worden”, zegt horecadocent Jack de Jong, „weet ik wel waar ze over vijf jaar zitten.”

Als de extra begeleiding wegvalt, zegt directeur Chris Tetteroo, willen bedrijven geen stageplaatsen meer ter beschikking stellen. Dan wordt het te ingewikkeld voor ze. „Mét begeleiding zijn bedrijven blij met deze werknemers, want onze kinderen doen graag repeterend werk. Dat vinden ze rustgevend.”

Het kabinet wil 75 procent van de jonggehandicapten uit de Wajong naar de bijstand overhevelen. Ook dat gaat het Kingma treffen. „Veel van onze jongeren zitten in de Wajong en hebben een jobcoach. Gaan ze naar de bijstand, dan moet de gemeente zelf passend werk gaan aanbieden. Maar dat is er niet.” Tetteroo waarschuwt ook voor de plannen om verstandelijk beperkte kinderen terug te sturen naar het reguliere onderwijs. „Ze eisen veel aandacht. Dat gaat tot enorme problemen leiden.” Het regulier onderwijs krijgt het, los daarvan, al moeilijker door afname van de budgetten om persoonlijke hulp in te huren.

Na 36 jaar in het vak concludeert Tetteroo dat de veranderingen in de maatschappij het speciaal onderwijs steeds zwaarder hebben gemaakt. Hij somt op: „Er is minder betrokkenheid van ouders, we zien een groeiend gebrek aan sociale vaardigheden, allochtonen leggen de opvoeding bij de school neer, het aantal tienerzwangerschappen groeit, internet verstoort dag- en nachtritme van de kinderen. Er is veel kopieergedrag, van muziekclips en tv-series als Oh Oh Cherso. Deze rolmodellen zijn met name voor onze jongens heel gevaarlijk. In het speciaal onderwijs kun je hierover nog met die kinderen praten. Valt dat weg, dan zullen ze ontsporen.” Zestig procent van de Amsterdamse jeugdgedetineerden is zwakbegaafd, waarschuwt hij. „Aan de buitenkant zie je vaak niks aan ze, maar als je met ze praat, merk je dat ze bijna niks begrijpen.”

Even verderop, op locatie Beijerlandstraat van het Kingma College, kijkt juf Linda Kruikemeier toe bij de gymles van haar klas. De kinderen gooien vrolijk frisbees over, doen evenwichtsoefeningen op een rijdend karretje. Ze is dol op haar kinderen. Op de Marokkaanse Mohamed (15), zwaar autistisch, die de laatste vier maanden is opgebloeid. „Hij leert lezen en kan nu tot duizend uit zijn hoofd rekenen.” Op Sean uit Ghana (15), ook autistisch, die geleerd heeft met pesten om te gaan. „Vroeger was hij bang voor ruzies, dan werd hij agressief. Nu haalt hij zijn schouders op.” Op Remco (15), die in een tehuis woont en altijd alles kapotmaakte. „Hij is cognitief enorm vooruitgegaan, van [leesniveau] avi 0 naar avi 9. Hij is nu heel lief en mag volgend jaar op stage.”

Gymleraar Frank Honkoop geeft de kinderen simpele aanwijzingen. Hij vindt het heel bevredigend werk. Je geeft ze het zelfvertrouwen dat ze van huis uit niet hebben meegekregen, zegt hij. „Je ziet ze stralen als ze uiteindelijk toch over die evenwichtsbalk kunnen lopen.”