Erdogan is een vaderfiguur

De regerende AK-partij behaalde zondag de grootste zege uit haar geschiedenis.

Toch heeft premier Erdogan de oppositie nodig om de grondwet te wijzigen.

Het verschil tussen het Midden-Oosten en Turkije werd dit weekend zichtbaar aan de twee kanten van de grens tussen Syrië en Turkije. Terwijl vanuit Syrië duizenden het geweld ontvluchtten van een president in nood, werd de regeringspartij in Turkije met democratische verkiezingen voor een derde keer op rij herkozen, in een historische zege. Een op de twee Turken koos voor de partij van Recep Tayyip Erdogan. Dat waren ruim vijf miljoen Turken meer dan in 2007. Hoe langer hij regeert, hoe populairder Erdogan wordt.

Met een mandaat van nog eens vier jaar heeft Erdogan zelfs Adnan Menderes voorbijgestreefd, die in de jaren vijftig tien jaar achtereen Turkije bestuurde. Het volk gelooft in goede handen te zijn bij „Papa Erdogan”. Onderzoek laat zien dat meer dan de helft van de stemmen voor de AK-partij voor de premier zelf is, omdat Turken in hem de vaderfiguur zien die ze zoeken. Onder hem boekte Turkije ongeëvenaarde economische groei en werd Turkije een internationale speler van formaat. De honderden miljoenen die de regeringspartij spendeerde aan spindoctors en een Amerikaanse geïnspireerde campagne zijn niet voor niks geweest.

De stedelijke en verwesterde Turkse intellectuelen blijken alleen te staan in hun vrees dat onder deze oppermachtige regering Turkije minder democratisch dreigt te worden, waarbij de conservatieve moslimdemocraten van de AK-partij zich steeds meer bemoeien met de sociale mores.

De grootste oppositiepartij, CHP, die van oudsher mikt op die stedelijke Turken en hun vrees voor de islamisering van het land, kreeg de helft van het aantal stemmen van de AK-partij. Hoewel de nieuwe leider Kemal Kilicdaroglu had beloofd terug te treden als het aantal stemmen onder de 30 procent zou vallen, feliciteerde hij zichzelf met 25 procent van de stemmen, een kleine vooruitgang ten opzichte van zijn voorganger Deniz Baykal, die werd afgevoerd na een affaire met een partijmedewerkster. „De AK-partij moet niet vergeten dat er nu een sterkere CHP is en een jongere CHP”, zei Kilicdaroglu. „Ons doel is om in vier jaar tijd de regeringspartij te zijn.”

Erdogan heeft die oppositie nu nodig. Hij won groots, maar niet groot genoeg. Hij kreeg niet de tweederde meerderheid die de inzet was van de campagne. De partij kreeg niet eens de absolute meerderheid in parlementszetels en moet nu zaken doen met andere partijen om een referendum uit te kunnen schrijven voor belangrijke wijzigingen van de grondwet.

In zijn overwinningsspeech zei Erdogan dat de Turken hem een mandaat hadden geschonken om „te regeren maar ook om een nieuwe grondwet te maken”, maar Erdogan toonde zich uitgesproken nederig en vroeg om samenwerking met andere politieke partijen. Dat is niet bepaald de stijl waarin hij de afgelopen acht jaar heeft geregeerd, maar het moet even.

Die Turkse grondwet stamt nog uit de tijd van de militaire dictatuur in de jaren tachtig. De moslimdemocraten dromen al jaren over het terugdringen van de bemoeienis van het leger met de politiek. Erdogan sprak eerder ook over zijn wens een presidentieel systeem in te voeren, met aanzienlijk meer macht voor de president. Iedereen weet wie de eerste kandidaat zou zijn voor zo’n oppermachtig presidentschap: Recep Tayyip Erdogan.

Behalve op het hoofdkwartier van de AK-partij werd er ook gefeest in het zuidoosten van het land. Het aantal parlementariërs met een Koerdische achtergrond werd verdubbeld tot 36. Onder die parlementsleden zitten een aantal grote namen zoals Leyla Zana die liefst tien jaar in de gevangenis zat omdat ze banden zou hebben met de Koerdische afscheidingsbeweging PKK. Het feest liep gisteravond uit op rellen, nadat het gerucht de ronde deed dat een van de gekozen parlementsleden niet zou worden toegelaten tot het parlement. Dat gerucht bleek vals.

In het Koerdische zuidoosten wordt nog gewacht op een verklaring van de leider van de PKK, Abdullah Öcalan, die een levenslange gevangenisstraf uitzit op het eiland Imrali. Hij dreigde voor de verkiezingen Turkije te veranderen „in een hel” als de regering voor 15 juni niet met hem onderhandelt over meer zelfbestuur voor de Koerden. Maar met de verdubbeling van het aantal Koerdische parlementsleden is de verwachting dat dit dreigement zal worden uitgesteld tot het moment dat duidelijk is wat wijziging van de grondwet betekent voor de Koerden.

De derde grootste oppositiepartij MHP overleefde de seksschandalen die in de afgelopen campagneweken over de tv-kijkers werden uitgestort. Liefst tien leden van de partij traden af nadat verborgen camera’s ze hadden gesnapt in bed met vrouwen die niet hun echtgenoten waren. Maar electoraal had de partij daar geen last van. De MHP haalde dertien procent van de stemmen, genoeg om over de kiesdrempel van tien procent heen te stappen. Ondanks de grootste overwinning van de regerende AK-partij uit zijn geschiedenis, was er met deze uitslag voor iedere wat wils.