'Door bezuinigen valt fundament weg onder Toneelschuur Haarlem'

Productiehuizen

Het verdwijnen van het Haarlemse productiehuis heeft veel gevolgen voor het Nederlandse theater.

„We hebben het talent iets op te bouwen, niet het talent om te slopen.” Frans Lommerse, directeur van de Toneelschuur in Haarlem, verwoordt zijn grootste angst voor de verregaande bezuinigingen op cultuur die vrijdag door staatssecretaris Zijlstra zijn aangekondigd. Als de voorgenomen korting van 950.000 euro op de Toneelschuur Producties met ingang van 2013 doorgaat, dan dreigt ook het theater de Toneelschuur te verdwijnen. Toneelschuur Producties maakt voorstellingen mogelijk van jong talent. De Toneelschuur zelf biedt het podium.

Lommerse: „De Toneelschuur is meer dan een regulier theater. Sinds de oprichting eind jaren zestig programmeert de Toneelschuur eigen producties, die zijn ondergebracht in de Stichting Toneelschuur Producties. Onze taak is aankomend talent te ontwikkelen. Met deze jonge regisseurs zorgen we jaarlijks voor zo’n 120 voorstellingen.”

In de Toneelschuur in het hart van Haarlem is het altijd druk. Het geanimeerde publiek komt voor toneelvoorstellingen in een van de twee zalen. In de filmzalen draaien de nieuwste films (vooral arthouse), ook is voorzien in een ruime programmering van filmklassiekers.

Lommerse en zijn artistieke staf bieden op theatergebied meer dan alleen een opvoeringsplek. De begeleiding van jonge regisseurs is intensief en persoonlijk. „Er is altijd een gezamenlijke maaltijd”, zegt Lommerse. De Toneelschuur maakt mogelijk wat binnen de grote gezelschapsstructuren onmogelijk is. Wij kunnen namelijk jonge regisseurs en spelers een veilige entourage geven waarbinnen ze zich kunnen profileren.”

Zonder de Toneelschuur Producties hadden regisseurs als Gerardjan Rijnders, Ivo van Hove, Johan Simons, Jan Joris Lamers en Guy Cassiers nooit hun artistieke mogelijkheden kunnen verkennen. Ook een jongere generatie theatermakers heeft in de Haarlemse zalen zijn sporen al verdiend, onder wie Thibaud Delpeut en Eric de Vroedt. En er is een nog jongere generatie in aantocht.

Toneelschuurdirecteur Frans Lommerse benadrukt dat hij „de band tussen de voorstelling en het publiek als cruciaal beschouwt”. Daarom heeft hij in de loop van de decennia een alliantie opgebouwd met theaterzalen door het hele land. Bovendien produceert de Toneelschuur mede voorstellingen voor Toneelgroep Amsterdam en het Ro Theater. „Het opheffen van de Toneelschuur Producties heeft een desastreus domino-effect”, zegt Lommerse. „Wijzelf kunnen minder voorstellingen geven, we krijgen ook minder aanbod dus het fundament onder de Toneelschuur valt zo goed als weg.”

Lommerse vestigt al zijn hoop op de „wijsheid” van de Tweede Kamer die uiteindelijk moet beslissen. „We roepen de Tweede Kamer op om het gezond verstand te gebruiken in het politieke debat over de kunsten. Bovendien is de overheid verantwoordelijk voor toekomstige generaties toneelmakers en toneelliefhebbers, die mag je niet in de kou laten staan.”

Afgelopen weekeinde bewees de Toneelschuur zijn bestaansrecht: gezelschap Orkater bracht twee voorstellingen, Hartfalen en 237 reden voor seks, voor uitverkochte zalen. Vele honderden enthousiaste toeschouwers lieten een brief achter waarin ze de Tweede Kamer aansporen het voortbestaan van het Productie Huis van de Toneelschuur te garanderen.