Dieper kan Griekenland niet vallen

De druk op Europese ministers nieuwe noodhulp aan Griekenland te geven neemt toe, nu het land de laagste kredietwaardigheid ter wereld heeft. Een nieuw reddingspakket is in de maak.

Heel veel dieper kan Griekenland niet meer vallen. Gisteren verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor’s de rating van Griekenland. Griekenland is nu minder kredietwaardig dan Burkino Faso, Egypte,Venezuela en Pakistan. Met de verlaging groeit de druk op Europese ministers van Financiën die vandaag in Brussel bijeenkomen voor een spoedvergadering om tot een akkoord te komen over nieuwe noodhulp aan Griekenland.

Griekenland is in anderhalf jaar snel afgegleden in de ogen van kredietbeoordelaars. Eind 2009 werd Griekenland nog als stabiel gezien. De felbegeerde AAA-rating bezat het land nooit. Dat ultieme keurmerk van kredietwaardigheid is in de eurozone voorbehouden aan Duitsland, Nederland, Finland, Frankrijk, Luxemburg en Oostenrijk. Landen die of het economische hart van de eurozone vormen, of die een lange geschiedenis van begrotingdiscipline kennen. Daar heeft Griekenland nooit toe behoord.

Maar de A-rating van Griekenland was zeker niet slecht. Volgens S&P zijn landen met zo’n beoordeling financieel stabiel en bezitten ze „een sterke capaciteit” om hun financiële verplichtingen na te komen. Wel zijn landen met een enkele A minder bestand tegen economische veranderingen dan landen met een beoordeling van triple A.

Sinds in 2009 bleek dat er was gesjoemeld met de Griekse statistieken en dat het land er economisch veel slechter voorstond dan gedacht, volgde een serie verlagingen van de rating. Met de huidige status CCC heeft het land de twijfelachtige eer de laagste kredietbeoordeling ter wereld te bezitten. Een belangrijke kanttekening is dat alleen landen worden beoordeeld waar beleggers mogelijkerwijs in zouden willen investeren. Momenteel beoordeelt S&P de kredietwaardigheid van 119 landen. Arme en turbulente landen, als bijvoorbeeld Jemen, worden buiten beschouwing gelaten.

Dat neemt niet weg dat het bijzonder negatieve oordeel over Griekenland zorgelijk is voor Europese regeringsleiders. Volgens S&P presteert de Griekse economie slechter dan verwacht. Zo is de werkloosheid harder gestegen dan verwacht. In maart vorig jaar zat 11,6 procent van de beroepsbevolking zonder baan. In maart van dit jaar was dat 16,2.

De kans dat Griekenland failliet gaat is volgens S&P de afgelopen maanden aanzienlijk gestegen. Het land kampt vooralsnog met een onoverbrugbaar financieringsgat. Tussen nu en eind 2013 moet het land 95 miljard euro aan aflopende schulden opnieuw zien te financieren. In 2014 is dat nog eens 58 miljard. In het hervormingsprogramma dat Griekenland vorig jaar afsprak met de trojka (het IMF, de ECB en de Europese Commissie) in ruil voor 110 miljard euro noodsteun, staat dat het de bedoeling is dat het land terugkeert naar de internationale kapitaalmarkten. Maar het lijkt uitgesloten dat de Grieken geld bij beleggers kunnen ophalen gezien de exorbitante rentes die Griekenland zou betalen.

Dat Griekenland het niet gaat redden met de huidige noodlening beseffen Europese regeringsleiders en de trojka ook. Een nieuw reddingspakket is in de maak. Daar vergaderen Europese ministers van Financiën vandaag over in Brussel. Volgens schattingen heeft Griekenland de komende twee jaar ruim 170 miljard euro nodig. In de pot van de vorige noodlening zit nog ruim 55 miljard en de grootschalige privatisering van staatsbedrijven moet 30 miljard opleveren. Dat betekent dat er een gat is van 85 miljard. Op welke voorwaarden dat gefinancierd wordt is onderwerp van een hoogoplopende ruzie tussen Duitsland en de Europese Centrale Bank.

Duitsland vindt het onacceptabel dat alleen belastingbetalers reddingsactie bekostigen. De Duitse minister van Financiën Schäuble wil per se dat banken, de houders van Griekse obligaties, meebetalen aan een volgende redding. De ECB wil per se van niet. Als banken worden gedwongen aflopende obligaties te ruilen voor nieuwe of afboekingen op de waarde te accepteren dan zou dat door de markt gezien worden als een faillissement van Griekenland, luidt het mantra van ECB-president Jean-Claude Trichet. De gevolgen zouden volgen Trichet bijzonder nadelig zijn. Vooral Griekse, Duitse en Franse banken verliezen miljarden, met het risico op een domino-effect door heer Europa. Ook zouden Griekse banken geen noodleningen van de ECB meer kunnen ontvangen, aangezien Griekse obligaties niet meer als onderpand gestald kunnen worden. De vrees is dat de Griekse banksector weggevaagd wordt.

In Brussel, Berlijn, Parijs en Frankfurt is het grote onderhandelen begonnen. Om een nieuw reddingspakket mogelijk te maken moeten eerst Duitsland en de ECB op één lijn zien te komen. Vorige week zei Trichet op een persconferentie van de ECB dat een bijdrage van banken alleen acceptabel was als die compleet vrijwillig is zonder enige vorm van dwang.

Een compromis tussen Europese leiders en de ECB op het informele beraad vandaag en op de officiële vergadering van Europese ministers van financiën volgende week in Luxemburg heeft geen enkel nut als de markten (lees kredietbeoordelaars) de uitkomst negatief beoordelen. Dat wordt nog een pittige opdracht.

Een vrijwillige ruil van aflopende obligaties in nieuwe papieren met een langere looptijd is niet ongewoon, schrijven analisten van S&P. Maar, vervolgen zij, hoe lager de kredietwaardigheid van een land hoe minder aannemelijk het is dat een vrijwillige bijdrage inderdaad vrijwillig is. Er is dan eigenlijk sprake van dwang want als banken niet vrijwillig hun obligaties omruilen zijn de gevolgen nog negatiever. Het land kan dan waarschijnlijk niet meer aan de betalingsverplichtingen voldoen en zal de waarde van de staatsobligaties moeten afwaarderen. Dat betekent een nog groter verlies voor de banken.

S&P waarschuwt daarom: iedere bijdrage van banken waardoor ze „minder gunstige voorwaarden” accepteren is funest. Griekenland stevent dan heel hard af op een D-rating, de laagst mogelijke beoordeling die gelijk staat aan bankroet.