De wietpas is niet alleen schadelijk...

Een slot op de coffeeshop lost de problemen niet op en is slecht voor de veiligheid en de volksgezondheid.

De harde aanpak van justitie heeft gefaald.

Het kabinet wil dat coffeeshops omgevormd moeten worden tot clubs die alleen toegankelijk zijn voor meerderjarige Nederlandse ingezetenen. Daarnaast wil de regering een maximum aantal leden voor coffeeshops vaststellen om de kleinschaligheid te bevorderen. Ook moeten coffeeshops op minimaal 350 meter van scholen liggen. Welke problemen deze maatregelen moeten oplossen is onduidelijk. Maar aannemelijk is wel dat zij de volksgezondheid niet dienen en de huidige problemen zullen verergeren.

Volgens onderzoekers van verschillende universiteiten leiden de maatregelen tot meer illegale handel, meer overlast en criminalisering van cannabisconsumenten. Ze veranderen niks aan de werkelijke problematiek: de ongeregelde achterdeur.

Volgens een aantal grote verslavingsinstellingen hebben de voorgenomen maatregelen aantoonbaar nadelige effecten op de volksgezondheid. Dat schreven zij op 6 juni in een gezamenlijke brief aan de overheid. Zij betogen dat de volksgezondheid in het huidige politieke debat over het drugsbeleid het ondergeschoven kindje is, terwijl dat juist het vertrekpunt voor nieuwe maatregelen zou moeten zijn. Als drugsonderzoeker sluit ik mij volledig aan bij deze stellingname. Het Nederlandse drugsbeleid steunt op twee peilers: gezondheid en veiligheid. Dat maakt ons gedoogbeleid ook zo uniek. De meeste andere landen benaderen drugsproblematiek uitsluitend vanuit opsporing en veiligheid.

De laatste tijd krijgt onze ‘harm-reduction’ aanpak steeds meer navolging in het buitenland. Vorige week bracht de Global Commission on Drug Policy een rapport uit dat aantoont dat de wereldwijde ‘War on drugs’ mislukt is. Elf vooraanstaande personen ondertekenden het rapport, voornamelijk voormalige presidenten en diplomaten. Meest opvallend is de naam van Kofi Annan. De opstellers van het rapport roepen de huidige politieke leiders op publiekelijk te bekennen dat er overweldigend bewijs is dat het niet mogelijk is om drugsproblemen op te lossen met een repressieve aanpak. Zij pleiten voor decriminalisering van druggebruikers en legalisering, waarbij zij Nederland als voorbeeld stellen.

Sinds de invoering van het gedoogbeleid in 1976 heeft het ministerie van volksgezondheid formeel de leiding in het drugsbeleid. Resultaten van dit gedoogbeleid zijn dat blowers niet meer gecriminaliseerd worden, dat zij bij de aanschaf van wiet niet in aanraking komen met andere drugs en dat Nederland grotendeels zelfvoorzienend is geworden (80 procent van de cannabis die coffeeshops verkopen komt tegenwoordig van eigen bodem; alleen hasj wordt nog vanuit het buitenland geïmporteerd). Allemaal goede ontwikkelingen.

Maar er zijn ook problemen. Die spitsten zich voornamelijk toe op de ongeregelde achterdeur van coffeeshops. Sinds 1991 zijn er gedoogcriteria vastgesteld voor de verkoop van cannabis in coffeeshops. Er is echter niets geregeld op het gebied van de productie en aanvoer van die cannabis. Personen die zich bezighouden met hennepteelt en de aanvoer van cannabis naar de coffeeshop kunnen hun activiteiten dus niet openlijk uitvoeren, omdat deze strafbaar zijn. Daarom is dit een erg interessant terrein voor criminele organisaties geworden, waardoor de achterdeur van de coffeeshop een schimmig gebied blijft.

Het oplossen van problematiek aan de achterdeur wordt in politieke kringen onmogelijk genoemd, vanwege Europese afspraken en internationale verdragen die Nederland heeft getekend. In juridische kringen is dit geen uitgemaakte zaak. Nederland heeft in 1988 een voorbehoud gemaakt bij de ondertekening van het Verdrag tegen de Sluikhandel. Strafgeleerde Ybo Buruma (tegenwoordig lid van de Hoge Raad) schreef dat met dat voorbehoud internationaal is vastgelegd dat Nederland een eigen strafrechtelijk beleid kan hanteren waarbij de doeltreffendheid van opsporing en rechtshandhaving niet voorop hoeven te staan. Door verschil aan te brengen tussen handhaving en strafbaarstelling is ruimte gecreëerd om in het belang van de volksgezondheid niet strafrechtelijk te hoeven optreden. Regulering van de achterdeur is een maatregel in het belang van de volksgezondheid en een effectieve manier om georganiseerde misdaad te bestrijden.

Begin van deze eeuw heeft justitie het roer in het Nederlandse drugsbeleid overgenomen. Met een repressieve aanpak van productie en handel wilden zij illegale activiteiten in de wietsector terugdringen. De gevolgen zijn nefast: kleine wiettelers werden opgepakt en georganiseerde criminelen namen de markt grotendeels over. De kwaliteit van de in Nederland geteelde cannabis holt hierdoor met rasse schreden achteruit. Zowel vanuit gezondheid- als vanuit veiligheidsperspectief heeft de bemoeienis van justitie onze samenleving weinig goeds opgeleverd, ondanks alle inspanningen en de enorme bedragen die zijn gespendeerd. Sterker nog, de harde aanpak van justitie verergert het probleem.

Laten we ophouden met deze geldverslindende symboolpolitiek en dit probleem eindelijk eens constructief aanpakken. Stappen in de richting van verdere regulering zijn internationaal goed verdedigbaar wanneer ze vanuit het perspectief van volksgezondheid worden genomen. Daarvoor is alleen wat politieke moed nodig. Deze wijsheid is toch niet voorbehouden aan vooraanstaande personen die hun functie al hebben neergelegd!

Nicole Maalsté schreef het boek Polderwiet. Ze werkt als onderzoeker aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.