De kerk roept om krachtpatsers

Hulpbisschop Mutsaerts reorganiseert het bisdom Den Bosch met harde hand.

Hij is fan van uitgesproken types als Theo van Gogh en Geert Wilders.

Liever confronterend en duidelijk, dan politiek correct en vaag, vindt Rob Mutsaerts (52). Sinds september vorig jaar is hij als hulpbisschop verantwoordelijk voor het terugbrengen van het aantal parochies in het bisdom ’s-Hertogenbosch van 230 naar 57. In een tijd waarin veel katholieken streven naar verzoening om niet nóg meer gelovigen te verliezen, gaat Mutsaerts keer op keer op tenen staan.

Hij vindt pastoors die een weekend in de maand vrij nemen ‘luie donders’. Hij is fan van uitgesproken types als Theo van Gogh, Johan Derksen en Geert Wilders (al stemt hij VVD). „Wat anderen vinden, interesseert ze niet. Je weet wat je aan ze hebt.”

Zonder heldere standpunten verwatert de boel, zegt Mutsaerts. Pastoors die Jezus een toffe peer noemen in plaats van de zoon van God, zetten de geloofwaardigheid van de kerk op het spel, vindt hij. „Een beetje geloven bestaat niet. Het geloof is absoluut.”

Hij zit ontspannen op de zwartleren bank van zijn vrijstaande huis in Meijel – familiebezit. Zwarte broek, zwarte blouse, priesterboord. Op de salontafel voor hem ligt zijn mobiele telefoon en staan de stukken appeltaart voor zijn gasten.

Hij is voor vrijheid van meningsuiting „in de meeste extreme vorm”. Twee jaar geleden beschuldigde hij bisschop Hurkmans van censuur. De bisschop had een pastoor opgedragen een stuk van internet te verwijderen waarin hij het bisschoppelijk benoemingsbeleid bekritiseerde. Uit protest zette Mutsaerts het stuk op zijn eigen weblog. „Iedereen moet zijn zegje kunnen doen. Ook binnen de kerk. Is de kritiek terecht, dan moet je je er iets van aantrekken. Is hij onterecht, dan laat je hem van je af glijden.”

Mutsaerts vindt Nederlanders intolerant als het gaat om minderheidsstandpunten. Het verbaast hem dat ze hem voor de rechter willen slepen als hij de kerkelijke visie verwoordt. „Als de meerderheid van de Nederlanders het homohuwelijk wil toestaan: prima. Ik ben een democraat. Maar volgens de bijbel is het huwelijk iets tussen man en vrouw. Dus is een homohuwelijk in de kerk is een schertsvertoning.”

En hoe verklaart hij dat hij steun betuigde aan een collega-pastoor die op 4 mei de massavernietiging door de nazi’s vergeleek met „de massavernietiging – 30.000 per jaar – in de moederschoot”? Mutsaerts zucht quasi geërgerd. Moeten we het echt over ál zijn confronterende uitspraken hebben? Hij neemt een slok thee en werpt terloops een blik op zijn voorlichter (het bisdom vond de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog destijds uiterst ongelukkig). Nou vooruit dan, kom maar op. „In beide gevallen wordt het menselijk leven ondergeschikt gemaakt aan de wil van anderen.”

Waarom plaatste hij het opiniestuk met de titel ‘brief aan de Taliban’ op zijn weblog waarin Talibanaanhangers vergeleken worden met Smurfen? „Dat stuk was niet van mij. Ik heb het bewerkt omdat ik het gewoon grappig vond. Alle ophef daarover snap ik niet. De Smurfen zijn toch een aardig volkje.”

Wat bedoelde hij toen hij gevraagd werd te reageren op de film Fitna en zei: „Als je echt naar de Koran leeft, word je radicaal”? „Ik heb wel eens soera’s gezien die lijken op te roepen tot geweld tegen niet gelovigen. Maar ik heb me niet heel erg in de Koran verdiept. Ik heb er eigenlijk weinig interesse in.”

Wat wilde hij zeggen toen hij sprak over ‘quasiliturgie’, ‘pseudobijbelse prietpraat’, ‘verburgerlijking van het geloof’? Nou, dan heeft hij het over geloofsgemeenschappen waar het alleen nog draait om het contact tussen mensen, zegt Mutsaerts geduldig. „Daar zeggen ze: ‘Jij bent ok, ik ben ok en we hebben het gezellig samen’. Maar als Onze Lieve Heer niet meer centraal staat, maakt de kerk zich overbodig.”

Over het seksueel misbruik binnen de katholieke kerk mag Mutsaerts van zijn voorlichter niets zeggen. Alleen de landelijke woordvoerder doet hierover uitspraken.

Mutsaerts werd in Tilburg geboren als jongste in een gezin van vijf. Zijn vader was textielgrossier, zijn moeder huisvrouw. Elke dag baden ze het rozenhoedje en gingen ze naar de kerk. Net als familie en buren. Maar toen iedereen in de jaren zestig en zeventig afhaakte, bleef Mutsaerts gaan. „Ik vond het slap om weg te blijven. Ik heb zelden goede argumenten gehoord om niet meer te gaan.”

Hij ging na het atheneum rechten studeren en werd later juridisch adviseur bij de ABN AMRO. Tot er op een zondag in zijn kerk gevraagd werd te bidden om jongens die hun leven in dienst van het geloof wilden stellen. Die vraag liet hem niet los.

Zes weken later meldde hij zich als 29-jarige bij het zojuist geopende Sint-Janscentrum. Hij was student nummer vier. Zijn besluit stond vast. Hij zou pastoor worden. Dat werd hij en hij was gelukkig. Hij trainde de D1-jongens van de plaatselijke voetbalvereniging – hij is fervent PSV’er –, hij leidde de geloofsgemeenschap. „Al is de kerk in crisis, dorpspastoor is een mooi ambt.”

Tot de man die het contact tussen Nederland en het Vaticaan verzorgt (de nuntius) hem vorig jaar onverwachts op zijn kantoor in Den Haag ontbood. De bisschop in Den Bosch heeft een hulpbisschop nodig, zei hij. Of Mutsaerts – toen dorpspastoor in Heeze – wilde. „Ik zei: ‘Liever niet.’ Hij vroeg of ik het toch wilde doen. Ik zei: ‘Ja.’ Zo gaat dat in de kerk.”

Op 18 september 2010 werd hij tot bisschop gewijd. Officieel tot bisschop van Uccula, een symbolisch gebied in het Noorden van Afrika, waar al lang geen katholieke geloofsgemeenschap meer is, maar een bisschop zonder gebied bestaat niet. Daarnaast werd hij benoemd in de functie: hulpbisschop in het bisdom ‘s-Hertogenbosch.

Hij koos bij zijn wijding als wapenspreuk: Veritas vos liberat, de waarheid zal jullie vrijmaken. Want hij is tegen subjectivisme in de religie. Hij heeft niets met theologen die praten over de symbolische betekenis van de vermenigvuldiging van de broden, of het genezen van zieken door Jezus. „Het is waar of niet waar. Als Jezus pretendeert de zoon van God te zijn, maar dat niet is, is hij een oplichter, een krankzinnige. Dan bouwt het katholieke geloof op de grootste fraude allertijden.” Volgens Mutsaerts is alles in de Bijbel ‘raar maar waar’. Anders had hij nooit besloten zijn leven erop te bouwen.

Zijn telefoon gaat. Hij kijkt wie het is. Mag hij hem even opnemen, vraagt hij. Hij zal het kort houden. Telefonerend loopt hij rond. „Nee, John, dan kan ik niet. Dan ben ik op voetbalkamp.” Minuten later zit hij weer op de bank. „Waar waren we.”

Samen met hulpbisschop Liesen helpt Mutsaerts bisschop Hurkmans, die de afgelopen vier jaar twee maal langdurig ziek was. Hij leidt voortvarend de saneringsoperatie die het bisdom in 2008 inzette. „Nu hebben de gezamenlijk parochies in het bisdom een vermogen van 140 miljoen euro. Maar als we zo doorgaan is dat over tien jaar nog 40 miljoen. Er moeten kerken gesloten worden.”

De katholieken in Nederland zullen op termijn „een klein clubje” vormen, zegt Mutsaerts. „Het is belangrijk dat die kleine kern authentiek is, zodat er weer iets uit kan groeien.” De kerk heeft volgens hem behoefte aan krachtpatsers als Franciscus van Assisi en moeder Theresa. Zij legden anderen hun wil niet op, maar waren radicaal voor zichzelf. „Zulke mensen creëren geloofwaardigheid.”