De ijzers inwisselen voor wieltjes voor dat beetje extra

Veel marathonschaatsers deden in Otterlo mee aan het NK marathonskeeleren.

Steeds meer schaatsers doen mee aan wedstrijden; skaten is meer dan zomertraining.

In de laatste bocht bij het Nederlands kampioenschap marathonskeeleren gaat titelverdediger Elma de Vries hard onderuit. Ze schuift een paar meter door over de speciaal voor het NK opnieuw geasfalteerde Dorpsstraat in Otterlo en komt vlak voor de stoeprand tot stilstand. Bondscoach Desly Hill, die deze zaterdag langs het rechte stuk voor de finish staat, schrikt van de val en deinst even terug.

Hill heeft haar aandacht weer bij de race als de twee overgebleven koplopers een paar seconden later langszoeven. Ze buigt zich over de dranghekken om de eindsprint te volgen. Honderd meter verderop passeert haar pupil Manon Kamminga (19) als eerste de finish. Ze wint daarmee voor het eerst de nationale titel op de marathon bij het inlineskaten, zoals skeeleren officieel heet.

Hill is sinds 2004 bondscoach van het Nederlandse inlineskateteam. De oud-prof en voormalig wereldkampioen uit Australië kende geen gemakkelijke start in schaatsland Nederland. „De schaatswereld was heel traditioneel”, vertelt Hill. Ze ondervond nogal wat weerstand tegen haar plannen om goede schaatsers voor het wedstrijdskeeleren te behouden. „De trainers begrepen het niet, ze wilden alles bij het oude laten. De focus op schaatsen had in het verleden altijd succes opgeleverd.”

Tegenwoordig gaat het makkelijker. Hill heeft in Heerenveen een groep jonge sporters onder haar hoede die ’s zomers fulltime skatet en in de winter op de ijsbaan staat. Manon Kamminga is een van die beloften. „Toen ik nog bij de gewestelijke selectie zat, werd er wel eens lastig gedaan over het skeeleren”, vertelt Kamminga na de huldiging. Het team van Hill was voor haar een uitkomst. „Nu ben ik in de zomer ook competitief bezig. En van skeeleren word je gewoon erg sterk.”

Skeeleren werd in Nederland populair toen de helden van de Elfstedentocht van 1985, onder wie winnaar Evert van Benthem, in de zomer op skates rondjes om de kerk gingen rijden. De huidige inline cup, een skeelercompetitie van zeventien wedstrijden, is daaruit voortgekomen. Twee jaar geleden werd de skatebond opgenomen in de Nederlandse schaatsbond KNSB. Inline skaten moet het qua grootte nog wel afleggen tegen het schaatsen: er zijn in totaal 2.328 skeeleraars met een wedstrijdlicentie van de KNSB. In het marathonschaatsen zijn dat er 10.085, op de langebaan 12.700.

Sinds de jaren negentig lopen skaten en schaatsen steeds vaker in elkaar over. Skeeleraars als de Amerikanen Chad Hedrick en Derek Parra stapten over en behaalden olympische titels op de ijsbaan. Tegelijkertijd gingen steeds meer schaatsers hun skates niet alleen voor zomertrainingen gebruiken, maar schreven ze zich in voor wedstrijden.

Op het NK marathonskeeleren in Otterlo verschenen zaterdag veel marathonschaatsers aan de start. De latere winnaar Chrispijn Ariëns en nummer twee Ingmar Berga, de huidige Europees kampioen, staan ’s winters op de ijsbaan. Zaterdag reden ze met een gemiddelde snelheid van bijna 38 kilometer per uur rondjes van 1.050 meter door het dorpje op de Veluwe, waar de inwoners hun tuinstoelen en barbecues een keertje voor hun huis hadden neergezet.

Ook langebaanschaatsers Ronald Mulder, Jan Blokhuijsen en Koen Verweij zijn goede skeeleraars. Zij hebben beide sporten van jongsaf aan gecombineerd. Volgens Desly Hill zijn zij de voorhoede van een „nieuwe generatie sporters” die ervoor kiest om in de zomer niet slechts te trainen, maar ook wedstrijden te rijden. Voor de uitdaging en om net dat beetje extra op te kunnen brengen. Volgens Hill worden schaatsers met een verantwoorde aanpak beter van het skaten. „Doordat je met tegenstanders te maken hebt, kun je niet in één tempo rijden, er is soms regen of harde wind, en op wieltjes ondervind je meer weerstand dan op schaatsen. Skeeleren is daardoor ontzettend goed voor je conditie.”

Toch krijgt het schaatsen af en toe nog voorrang. Zo mag Koen Verweij van zijn schaatsploeg Hofmeier niet meedoen aan de EK inlineskaten, omdat het niet in zijn programma past. „Ik kan daar niet veel tegen doen, de jongens worden betaald door de schaatsploegen”, zegt Hill. Zij vindt het jammer, Verweij had zeker kans op een medaille. Ronald Mulder mag van zijn ploeg, Control, wel veel skaten. Maar hij moest dit jaar wel het NK aan zich voorbij laten gaan.

Arie Koops, directeur sport van de KNSB, legt naast de finish in Otterlo uit dat de twee sporten door de technologische ontwikkelingen steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. De wieltjes van de skeelers hebben tegenwoordig een diameter van 11 centimer, in plaats van 8. Daardoor halen de skaters nu schaatssnelheden. „Op het rechte eind gaan ze nu 50 kilometer per uur”, zegt Koops. Hoewel skeeleraars minder schuin en sneller afzetten dan schaatsers, zijn de sporten volgens hem goed te combineren. „Topschaatsers hebben het fysieke vermogen om topinliners te zijn.” De KNSB promoot het skeeleren tegenwoordig bij schaatsverenigingen. „Maar zolang inlineskaten geen olympische sport is, zal schaatsen in Nederland wel belangrijker blijven”, zegt Koops. „De Spelen zijn toch het hoogst haalbare voor een sporter.”

Volgens Koops is skaten, met de vele tempowisselingen, ook goed voor het atletisch vermogen van schaatsers. De skeeleraars zijn dat met hem eens. „In het schaatspeloton herken je de skaters”, zegt Gary Hekman. „Die gaan makkelijker door het peloton heen, kunnen zowel naar links als naar rechts overstappen”, zegt de marathonspecialist. Zijn ploeggenoot Ingmar Berga beaamt dat. „Skeeleren is ontzettend goed voor je conditie en de wedstrijden zijn een ideale voorbereiding op het schaatsseizoen. Op de fiets zitten vind ik maar saai.”