Birma nieuwe lieveling van Peking en Bangkok

De Birmese junta heeft burgerkleren aangetrokken en sindsdien stroomt het geld binnen, vooral uit China en Thailand. Birma is strategisch belangrijk voor deze landen.

Dat de Birmese militaire junta begin dit jaar formeel heeft plaatsgemaakt voor een burgerregering, heeft in het Westen weinig indruk gemaakt. Dezelfde militairen zijn nog de baas, zij het zonder hun uniform. Maar voor buurlanden China en Thailand, die zelf immers ook niet zo democratisch zijn, is de cosmetische democratisering het startsein geweest voor een investeringsgolf.

Buitenlandse bedrijven gaan voor 20 miljard dollar (13,9 miljard euro) investeren in Birma, hebben zij toegezegd in het belastingjaar dat afgelopen maart afliep. Dat werd vorige week bekendgemaakt door het Birmese regime in Rangoon. Een recordbedrag, waarmee het land een investeerderslieveling als Vietnam achter zich laat.

Bovendien ruim zestig keer zoveel als in het jaar daarvoor, toen het buitenland slechts 302 miljoen dollar toezegde. In de twintig jaren daarvoor kwam Birma bij elkaar opgeteld niet eens aan zo’n bedrag.

Het grootste deel, een kleine 14 miljard dollar, is toegezegd door China. De rest komt vooral uit Thailand (2,9 miljard) en Zuid-Korea (2,7 miljard). Cijfers die die landen zelf publiceerden, zijn even hoog of nog hoger.

Birma dankt een groot deel van deze interesse aan zijn strategische ligging. Een van de grote projecten van de komende jaren wordt de diepzeehaven bij Dawei, een vissersdorp op zo’n honderd kilometer van de grens met Thailand. Daar gaat een Thais bouwbedrijf voor 8,6 miljard dollar een haven en een industrieel park bouwen. De Thaise regering zal zorgen voor een weg en spoorlijn naar Bangkok. Nu moet alle handel van Thailand met het Westen nog via een omweg om Singapore heen, door de drukke Straat van Malakka. Straks heeft Thailand via zijn buurland een directe verbinding met de Indische Oceaan.

Ook voor China zorgt Birma voor een manier om de Straat van Malakka, waar ze weinig invloed over heeft, te omzeilen. Bedrijven uit China, Zuid-Korea en India zijn begonnen met de bouw van twee 1.100 kilometer lange olie- en gaspijpleidingen van kuststad Kyaukpyu naar Kunming in China.

Zo kan China olie die ze importeert uit het Midden-Oosten en Afrika rechtstreeks naar zijn grondgebied transporteren. Nu wordt nog 80 procent van de olie voor China door de Straat van Malakka vervoerd. De andere pijpleiding zal worden gebruikt om gas uit het Shwe-veld voor de Birmese kust direct naar China te brengen.

Gas is niet de enige Birmese grondstof waar China interesse voor heeft. Chinese bedrijven leggen ook een waterkrachtcentrale aan in het noordelijke Myitsone met een capaciteit van 6.000 megawatt, genoeg om ruim tien miljoen Chinese huishoudens van stroom te voorzien. Tot frustratie van Birmese ontwikkelingsorganisaties, die erop wijzen dat veel Birmezen zelf nog geen elektriciteit hebben. In het noorden van Birma zijn miljoenen Chinezen neergestreken die onder andere investeren in grote landbouwprojecten. Voornamelijk rubberplantages, waar China zelf niet genoeg geschikte grond voor heeft.

Het is dezelfde strategie die China toepast in andere zwakke staten in zijn regio, zoals Laos en – in mindere mate – Cambodja. In het noorden van Laos zijn ook miljoenen Chinezen komen wonen, die rubberplantages aanleggen en casino’s bouwen. Onder bewoners zorgt het voor onrust, zij voelen dat hun land wordt overgenomen.

Maar het zal waarschijnlijk niet veranderen. Kort nadat de Birmese president Thein Sein dit voorjaar was aangesteld, ging hij op een driedaags staatsbezoek naar China. Daar werd hij met veel egards ontvangen en tekenden de leiders een strategisch partnerschap.

Blij werd aangekondigd dat er nóg meer samenwerking op de gebieden energie, landbouw en transport in het verschiet ligt.