Bij tennis is de norm meedoen

Het wordt weer eens tijd voor Nederlands tennissucces op de Olympisch Spelen. Als ‘Londen’ zich volgend jaar aandient, is het twaalf jaar geleden dat ‘we’ een medaille hebben gewonnen. De trots over de zilveren medaille van het dubbel Kristie Boogert en Miriam Oremans in Sydney staat in ieders geheugen gegrift. Toch? En voor degenen die erbij waren: wat een feest in het Holland House. Weet je nog? Het was nog lang onrustig rond de biertent in Darling Harbour. Dat Boogert en Oremans in de finale met 6-1 en 6-1 waren geveegd door de Amerikaanse zussen Venus en Serena Williams was geen reden voor ingetogenheid. De tapkraan spoelde een lange leegte weg. De laatste tennismedaille stamde immers uit 1924, toen het gemengd dubbel Kea Bouman en Henk Timmer bij de Spelen in Parijs brons won. Wees eerlijk, dat is weinig olympisch succes voor de KNLTB als tweede sportbond (zo’n 700.000 leden) van Nederland. Nu was tennis tussen 1924 en 1988 weliswaar van het olympische programma verdwenen, maar toch. De Spelen in Londen moeten voor een ommekeer zorgen. Er was echter één probleem: sportkoepel NOC*NSF verlangde voor uitzending van de mannen een plaats bij de beste 40 op een geschoonde wereldranglijst – er is plaats voor maximaal vier tennissers per land – en van de vrouwen een plaats bij de beste 32. Vervelend als Robin Haase momenteel 58ste staat, Thiemo de Bakker 85ste en Arantxa Rus 104de. Mooi en aardig die strenge eisen van NOC*NSF, maar daarmee worden ambities van onze tennissers geneutraliseerd. Hoe wreed kan een sportkoepel zijn, temeer daar de internationale tennisfederatie ITF de beste 64 tennissers van de geschoonde lijsten tot de Spelen toelaat. Maar gelukkig heeft NOC*NSF de normen versoepeld: een man moet in juni 2012 bij de beste 59 staan en een vrouw bij de beste 54. Het heeft even geduurd, maar dankzij de tennisbond heeft NOC*NSF eindelijk de olympisch mores begrepen: meedoen is belangrijker dan winnen.

Henk Stouwdam