Bettine

Ach, Hazerswoude. Zorgelozer kon een plek niet zijn. Iedere zomer was ik er op vakantie bij een boerenfamilie. Als stadsjongen slenterde ik in grote kaplaarzen langs de vaart waarin karpers het door mij toegeworpen wittebrood met een smakkend geluid onder water zogen.

Droomdorp van mijn jeugd.

Mijn hand in de tandeloze bek van een kalf. Gangen maken in de hooiberg. Voetballen tussen molshopen.

In de avond mocht ik een potje tafeltennissen tegen mijn lievelingsnichtje. Ik werd altijd ingemaakt. Ze zat op de plaatselijke tafeltennisvereniging Avanti. Daar trainde ook Bettine Vriesekoop. Bettine, het stoere meisje dat alles retourneerde en het balletje met harde stampen op de vloer voorzag van extra snelheid.

Ze werd getraind door Gerard Bakker. Gehakt uit beton. Een bloedfanatieke, rossige man met zo’n grote bril als die van Lee Towers. Hij zat tijdens wedstrijden van Bettine langs de kant in een vierkant trainingspak. Ze vonden elkaar in een maniakale missie: de top halen.

Regisseur Dirk Jan Roeleven ging voor de Pinkster-uitzending van Andere Tijden Sport met Vriesekoop terug naar Peking, waar ze destijds als broekie een paar maanden op de sportuniversiteit verbleef. Haar kleine slaapkamertje op de campus was er nog, er woonde nu een Chinees meisje. Bettine vroeg wat ze deed? „Tafeltennissen.”

Ze ontmoette haar trainster van vroeger, mevrouw Liu. Hoe zal ik haar typeren? Lief streng. Liu testte Bettine destijds op weerbaarheid. „Dit.” De vrouw tikte op haar slaap. „Ze was mentaal erg sterk.”

Aan China lag het niet, dat zag ik meteen. Bettine houdt van het land.

In een sportzaaltjes waar de Chinese jeugd traint, ging Bettine zitten voor een interview. Langzaam schoof het onderwerp richting de verhouding met coach Bakker, die haar lichamelijk op het randje van de afgrond bracht. Hoe kon ze na een gewonnen finale met haar armen om hem heen een rondje dansen?

Op archiefbeelden wordt Bettine afgeblaft door Bakker na een gewonnen partij tijdens de Spelen in Seoul. Zij: „Ik leed gezichtsverlies.” En over die vernedering door haar coach: „Als mens ben ik er niet, er wordt totaal over me heen gekeken.”

Bettine als tafeltennismachine, Bakker als koele onderhoudsmonteur.

De regisseur wilde nog een tree lager in haar onderbewustzijn afdalen. Hoe kon dit gebeuren? Bakker en Bettine, dat was toch dat sportduo waar alles aan leek te kloppen?

Bettine toonde een lach vol verdriet. Rode lippen op elkaar, ogen turend in de lucht. Stilte. Ze kon er niet over praten. Te veel oud zeer. Ze draaide zich om en keek naar de Chinese jongetjes die met hun batjes tegen het balletje ramden. Piepende zolen op de vloer vormden de soundtrack bij haar achterhoofd.

Ze wilde er niet veel over kwijt. Ze zag Bakker niet meer en had haar eigen leven op orde.

Niemand draagt haar verdriet zo waardig als Bettine Vriesekoop. Geen tijd voor vals sentiment. Ze haalde de top, ten koste van zichzelf. Een periode waarin ze geen meisje als andere meisjes mocht zijn.

Met een zucht ging de tv uit.

Hazerswoude is wat ons bindt. Ik, zo vrij als een vogel, buiten met mijn hengeltje langs het slootje van de Voorweg, wachtend op een zeelt. Zij, binnen zwetend achter de tafeltennistafel bij Avanti, wachtend op het zoveelste balletje.

Wilfried de Jong