Feesten met de metalheads van Kairo

 

Mouna wil weten wat mijn favoriete heavy metal band is . Ze draagt een zwarte hoofddoek, zwarte nagellak, een zwarte broek en een zwart t-shirt met in rode letters ‘Sepultura’. Ze is nauwelijks verstaanbaar door het oorverdovende geschreeuw van de band op het podium. Ehm, Guns N’ Roses? Mouna glimlacht vriendelijk. Dat is hard rock. Ze wil weten wat ik hier kom doen als ik niet naar heavy metal luister. Ik kom voor jullie zeg ik. Voor ons? Ik knik.

Een half uur geleden liep ik naar binnen. Een besloten heavy metalfeest in Kairo waar een vriend die hier woont mij over tipte. Niemand vroeg of zei iets. Dus stond ik maar een beetje aan de zijkant van de zaal met uitzicht op ongeveer honderd Egyptische jongeren in gitzwarte metal-tenues, soms met bijpassende hoofddoek. Met mijn gele tshirt en rode gympen steek ik nogal af, maar de jongeren die in rijtjes naast elkaar staan te headbangen hebben geen oog voor deze kleurige muurbloem. Mouna houdt niet van headbangen. Ze zou willen dat er gewoon gedanst werd op heavy metal. Dat kan prima, zegt ze. Thuis doet ze het regelmatig. Het liefst op death metal, een wat hardere variant van wat we nu horen.

Ik vraag of het normaal is, een islamitisch meisje dat naar death metal luistert. Mouna glimlacht. Helemaal niet, zegt ze. Haar ouders dachten dat er satanistische boodschappen in de muziek zaten. Maar ze heeft de teksten voor ze vertaald. Nu luistert haar vader soms mee. Amir komt bij ons staan. Hij blijkt de organisator van deze avond en hij wil even zeggen dat hij het ontzettend leuk vindt dat ik er ben. Als mensen me negeren moet ik dat niet persoonlijk opvatten, zegt hij. Metalheads in Kairo zijn een beetje gesloten en het duurt even voor je er tussenkomt. Hij vraagt wat ik wil drinken. Hij heeft alles, zolang er geen alcohol in zit. Ja, hij weet ook wel dat een heavy metal feest zonder drank een beetje a-typisch is. Maar we moeten goed op ons imago letten, zegt hij. Er gaan rare verhalen over ons. Over seks en drank. Ik had gehoopt dat de revolutie de dingen zou veranderen, de mensen opener zou maken, maar wij zijn nog steeds buitenbeentjes.  

Met mijn cola in de hand kijk ik naar de buitenbeentjes, meeschreeuwend met de band. Ik zou verwachten dat ze boos zijn, in deze stad, in dit land waar zo weinig ruimte voor ze is. Maar ze zien er niet boos uit. Eerder lief. Ondanks de zwarte kleren en het geschreeuw. Ik deel mijn observaties met Amir. Hij knikt. Als je hier iemand aanspreekt zal je zien dat wij de liefste heavy metal scene van de wereld hebben.

De laatste band begint. Mouna rent naar het podium. Ik loop achter haar aan. Bijna iedereen in de zaal maakt het beroemde heavy metal handgebaar. Wijsvinger en pink gestrekt, andere vingers ertussen gevouwen. Ik wil meedoen. Steek mijn hand in de lucht. Dat is ‘hang loose’ zegt een jongen naast mij zonder spoor van ironie. Een andere jongen schiet me te hulp. Hij vouwt mijn hand zoals het hoort. En nu de lucht in. Ja, zo ja. Hij lacht me vriendelijk toe. De lichten gaan aan. Het is tien uur ’s avonds. Het feest is afgelopen. De liefste heavy metal scene van de wereld moet naar huis. Onderweg naar de uitgang kom ik Amir tegen. Hij drinkt uit een plastic flesje zonder etiket. Alcohol? fluister ik. Amir giechelt. Ik mag een slokje.