Zijlstra ontziet top van kunstsector

Bij de besparingen op de cultuursector ontziet het kabinet de rijksmusea en topinstellingen als De Nederlandse Opera en het Nederlands Danstheater, ten koste van kleinere instellingen. De podiumkunsten en de beeldende kunst moeten in verhouding meer inleveren dan musea: 30, 35 en 10 procent.

Dat blijkt uit de brief die staatssecretaris Zijlstra (VVD, Cultuur) gisteren aan de Tweede Kamer stuurde. Zijlstra negeert het advies van de Raad voor Cultuur om de bezuinigingen uit te smeren. Hij wil de korting van jaarlijks 200 miljoen in één klap per 2013 doorvoeren.

Zijlstra neemt het advies over van de raad voor acht theaterinstellingen verspreid over het land. Hij wil geen structurele subsidie meer voor de 21 productiehuizen voor talentontwikkeling. Waar de raad nog geld wilde voor tien orkesten, wil Zijlstra dat beperken tot zeven. Maar orkesten als het Rotterdams Philharmonisch en het Haagse Residentie Orkest kunnen wel samen een aanvraag indien. Behalve het Nationale Ballet behoudt ook het Nederlands Danstheater de positie van gezelschap met internationale statuur. Het kabinet stopt de subsidie aan het Nationaal Historisch Museum (6 miljoen), maar trekt wel 2 miljoen uit voor het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem om, in samenwerking met het Rijksmuseum, de canon van de Nederlandse geschiedenis (digitaal) te presenteren. Het Rijksmuseum, dat in het advies van de raad nog fors moest inleveren op zijn wetenschappelijke functie, mag met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documenten een wetenschappelijk topinstituut ontwikkelen. Directeur Wim Pijbes is „opgelucht”. „Gelukkig is er helderder gekozen.”

In een reactie zegt de Raad voor Cultuur te betreuren „dat prestigieuze instellingen worden ontzien ten koste van middelgrote en kleine en dat een fasering in de bezuinigingen ontbreekt”. Voorzitter Els Swaab: „Wij gaan de plannen analyseren. Het woord is nu aan de Tweede Kamer.” De Kamer spreekt op 27 juni met Zijlstra. Daarna zal de raad zich „beraden” op de consequenties, voor de kunsten en voor zichzelf. Kamerlid Jetta Klijnsma (PvdA) noemt de plannen kil en bot. Ze voorspelt een kaalslag. De Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (PvdA, Cultuur): „Het kabinet decentraliseert ook hier belangrijke taken en verantwoordelijkheden zonder daarbij het geld te leveren.” Maar Kamerlid Bart de Liefde (VVD) is overtuigd dat de maatregelen „de oplossing zijn voor het structurele overaanbod van grauwe middelmaat”. De belangenvereniging Kunsten ’92 spreekt van een bezuiniging „die alle proporties te buiten gaat” en voorspelt „een periode van genadeloze afbraak”.