Wonen boven de garage

Ruim wonen midden in de stad, dat kan in woonwijk Nieuw Leyden. Op de daken is leven, kinderen spelen op straat.

Midden in de stad Leiden kwam vijfentwintig jaar geleden het vervuilde terrein vrij van het slachthuis en de gasfabriek. Mooi gelegen tegen de eeuwenoude binnenstad aan. Op deze grond bouwen bleek te kostbaar, want bodemsanering is duur. Maar uiteindelijk kregen gemeente en woningcorporatie Portaal toch een bijzonder en betaalbaar plan rond. Nathalie de Vries van architectenbureau MVRDV, verantwoordelijk voor het stedebouwkundig plan van de wijk, wist een manier om de kosten te beperken: huizen boven parkeerkelders bouwen. Voor de aanleg van parkeerkelders is geen dure bodemsanering nodig.

Nu steppen en fietsen kleuters en grotere kinderen slingerend over autovrije straten. Ouders zetten de voordeur open, kinderen lopen in en uit, een gevoel van veiligheid overheerst. Elk huis is anders. Een demonstratie van mooi wonen op kleine stukken grond in een binnenstad en de grootste plek voor zelfbouw in Nederland.

Het gezin van Leo Ouwehand en Henriëtte Francois was een van de eerste eigenaren-bewoners hier: „Ergens anders hadden we nooit zoveel ruimte op zo’n mooie centrale plaats kunnen betalen”, zeggen ze. Ze ontwierpen hun eigen huis, met een grote speelkamer voor dochter Eva (9) en zoon Zed (6) aan de straatkant, een patio achter, en een zojuist afgerond dakterras met prachtig uitzicht. „De wijk is fantastisch”, zeggen ze. Samen met toekomstige buren moest worden bedacht hoe de huizen bij elkaar pasten, en ook hoe de straten zouden worden ingericht. Leo zuchtte wel eens na de zoveelste bouwvergadering, met zoveel uiteenlopende soorten mensen aan tafel. De bouw in de Ampèrestraat nam bijna vier jaar in beslag. Leo: „Maar na een half jaar hier wonen ben je alle sores vergeten. En van tevoren alle buren in je straat al goed kennen is uniek.”

Romantisch of Stijlvol

De oude poort naar het bedrijfsterrein staat er nog. Daarachter ontvouwt zich stap voor stap de nieuwbouwwijk. Er komen 800 woningen, de helft appartementen en de rest woningen op de begane grond met hun voordeuren aan de straat. Huur en koop broederlijk naast elkaar. Zelfbouw op vrije kavels kreeg alle ruimte. Huurders mochten kiezen hoe ze hun huis wilden hebben: model ‘Romantisch’, of ‘Stijlvol’, of nog weer anders.

De basis: een ‘bouwblok’. Meestal een rechthoek opgedeeld in zestien of achttien kavels, standaard zes bij vijftien meter, met een gemeenschappelijke parkeergarage die half onder de grond zit. Het dak van het blok dient als privé-buitenruimte voor de woningen. Zo’n patio vervangt de tuin. Vanuit het huis stap je binnendoor de eigen parkeerplek op, zo ruim dat er ook fietsen en andere spullen kunnen staan. Bij elkaar vormen de blokken een groot patroon van rechthoeken, met tussenliggende autovrije straten van zes meter breed. Voor de (zelf)bouw is geen toestemming van welstand nodig. Wel gelden bepalingen van het stedebouwkundig plan, zoals de plicht om een architect in te schakelen en om twee jaar na afgifte van de bouwvergunning het huis in gebruik te nemen.

Parkjes en speeltuinen beginnen wortel te schieten rondom enkele bewaard gebleven oude bomen. De nog resterende kleine gebouwen van het slachthuis zijn gerestaureerd. Er kwam kinderopvang in een peuterspeelzaal. En, als de wijk over twee jaar klaar is, zit er misschien een restaurant in het monument dat nu tijdelijk het wooninformatiecentrum annex projectbureau huisvest. Volgens projectdirecteur Maurits Klaren staan hier per hectare zeker drie keer zoveel woningen als in een doorsnee vinexlocatie: „Deze wijk is een recept voor stedelijk wonen: het combineert voordelen van wonen in een huis met tuin en een appartement.”

Het ene huis heeft wit stucwerk, strak, en staat naast een pand van donker baksteen, met frivool Frans balkonnetje. Zulke stijlverschillen kunnen, omdat het totaal toch een eenheid vormt. De eigenaren-bewoners wisten een enorme variatie te bedenken. Relatief bleekjes steken daarbij de gevels van de huurhuizen af: wel afwisselend, maar allemaal van baksteen en met identieke daklijsten.

Eén van de huurders is blij met de ruime cascowoning, huur 900 euro per maand, voor zijn gezin met twee kinderen. Maar toch: „We hebben veel geluidsoverlast tussen de verdiepingen, doordat de binnenmuren te dun zijn. Het raam in de badkamer kan niet open, want volgens de adviseur van de corporatie was een rooster ook goed. Daar hebben we spijt van.” Een paar straten verder zit tevreden huurder Vincent van Rossen op een bankje voor zijn huis. Zijn gezin van ‘echte Leienaren’ heeft het enorm getroffen: een heel huis midden in de eigen stad.

Dwars door de wijk heen komt een park dat over de drukke Willem de Zwijgerlaan heen gaat en bewoners te voet of per fiets naar de noordkant van de stad brengt. Langs het water rolschaatsen kinderen al, maar hun circuit is nog niet af.

Voor een wijk met achthonderd woningen is er verrassend veel laagbouw mogelijk. De appartementen komen trager klaar, ook door de algehele crisis in de bouw.

De populariteit van Nieuw Leyden neemt toe nu potentiële bewoners de wijk zien leven en er doorheen kunnen lopen. Voor ongeveer dertig laagbouwkavels die nog vrij zijn, hoeven bewoners niet zelf te bouwen: ze kunnen ook kiezen uit een groot aantal ontwerpen.

Spierwit

Aan de Voltastraat wonen Katja Bilhar en Marc Thiebaut met hun kind. Hun spierwitte huis is van architectenbureau GaaGa. Dat kreeg, voor een ander wit ontwerp in deze wijk, een eervolle vermelding in het Duitse tijdschrift Häuser. Katja heeft met de bakfiets snel een slagroomtaart gehaald om de hoek: „Alles is hier dichtbij, zo centraal. Ook kinderopvang en scholen.”

Op zijn dakterras wijst Leo Ouwehand naar de draaiende molen op een van de Leidse bolwerken. De overbuur- man bouwt aan een laatste fase: een dakopbouw, de buitenmuren worden gestuukt. „Zo gaat dat hier, stap voor stap, telkens iets toevoegen aan je eigen huis.”