Wegens vrede verkocht: de bunker is nu een kaaskelder op een zorglandgoed

Het ministerie van Defensie heeft 53 militaire terreinen verkocht. Ze hebben nieuwe bestemmingen gekregen. Zo dienen de munitiebunkers op Stegerveld nu als prikkelarme woningen voor autisten.

Verscholen in de bossen van Overijssel, niet ver van Ommen, liggen zeven bunkers. Met grond en bomen bedekte bunkers zijn het, gebouwd in 1963 door Defensie voor de opslag van munitie. De bunkers zijn in onbruik geraakt, net als het hele munitiemagazijncomplex. Hol klinken de bunkers, waar volgens de instructies maximaal 100.000 kilogram ontplofbare stof mocht worden opgeslagen. Het is „verboden buskruit op te leggen”, vermelden de „voorschriften voor de werkman” op de dikke stalen deur van bunker S5. En: „Het is geboden in de magazijnen de grootst mogelijke netheid te betrachten.”

Het dertien hectare grote terrein Stegerveld, gelegen midden in een Europees beschermd natuurgebied, is verkocht. Binnenkort worden vier van de zeven bunkers verbouwd tot woningen voor zwaar autistische jongens. Zij hebben intensieve zorg nodig in een ‘prikkelarme’ omgeving. Die krijgen ze op wat een ‘zorglandgoed’ zal heten, omringd door natuur die ze zelf onderhouden.

Andere gebouwen worden gesloopt, alleen de fundamenten herinneren straks als een voetafdruk aan het verleden. Een bunker gaat dienst doen als ‘vleermuishotel’, in twee andere zullen straks streekproducten zoals kaas rijpen.

Volgende maand zal het ministerie van Defensie bekend maken welke terreinen in de lopende bezuinigingen worden afgestoten. Het munitiecomplex Stegerveld is één van de 53 militaire terreinen die Defensie al eerder verkocht aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Samen zo’n 2.200 hectare, voor 15 miljoen euro. „Verkocht wegens vrede”, heet het. Grote oefenterreinen, mobilisatiecomplexen en munitieopslagplaatsen waren overbodig geworden door het einde van de Koude Oorlog. De politiek besloot dat de terreinen, vaak ‘verstopt’ in waardevolle natuurgebieden, in hun nieuwe functie die natuur verder moesten versterken.

Nu heeft de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van Landbouw die terreinen bijna allemaal ‘herontwikkeld’. Ze zijn nu geschikt voor een nieuw leven als natuurgebied en zorglandgoed, soms ook als villaparkje of bedrijventerrein. Voor 15 miljoen euro zijn plannen gemaakt en is overleg gevoerd met provincies en gemeenten, en zijn de terreinen schoongemaakt. Gebouwen zijn gesloopt, oefenmunitie is weggehaald, bodemvervuiling aangepakt, asbest en teerhoudend asfalt zijn verwijderd.

De Dienst Landelijk Gebied kreeg als opdracht de kosten, in totaal 30 miljoen euro dus, terug te verdienen. „Dat gaan we waarschijnlijk nét redden”, zegt algemeen projectleider Annelies Koningsveld. Delen van de terreinen zijn onder strikte voorwaarden – meestal het behoud van natuur – verkocht aan particulieren of projectontwikkelaars die er ‘een randje rood’ mochten bouwen: een paar luxe villa’s, een museum of een toneelschuur.

De opbrengsten uit die bebouwing zijn voldoende om het enorme project budgetneutraal uit te voeren. Daar zijn ze bij de dienst best trots op. „De kosten voor ons eigen personeel vielen hoger uit dan we hadden gedacht. En we zaten met de gevolgen van de kredietcrisis die investeerders voorzichtig maakte. Toch lijkt het te gaan lukken”, zegt Koningsveld. Zij vertelt dat er, „ondanks grote cultuurverschillen”, goed is samengewerkt met het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB), de voormalige Dienst Domeinen. „Wij zijn gewend zo veel mogelijk natuur in te richten, terwijl zij graag zo veel mogelijk geld willen verdienen met bouwen. Maar daar zijn we samen goed uitgekomen.”

Het grootste militaire terrein dat is overgedragen, is het voormalige oefenterrein Havelte-Oost, 519 hectare groot, in Drenthe. Ooit aangelegd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Een luchthaventje in het gebied is twee keer door de geallieerden gebombardeerd en er zijn nog maar enkele resten terug te vinden, zoals een stuk rails, middenin het bos, waarover zand werd aangevoerd voor de bouw van het vliegveld.

Nu wordt het oefenterrein druk bezocht door recreanten. „Op zondag is het hier ontzettend druk”, vertelt Henk de Jong Posthumus, die het gebied namens de Dienst Landelijk Gebied opnieuw heeft ontwikkeld. Vanuit een jeep wijst hij naar de heidevelden, stuifzanden en vennen. In de bossen liggen kraters door het inslaan van geallieerde bommen. Toeristen klauteren op hunebedden.

Grote delen van het terrein gaan naar Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, een deel naar particulieren in de buurt en ook zijn enkele percelen bij openbare inschrijving verkocht. Een klein deel blijft in handen van Defensie. „Dat wil men graag behouden voor het houden van een bivak. Dan hoeven ze voor zulke oefeningen niet voortdurend allerlei vergunningen aan te vragen”, verklaart De Jong Posthumus.

Zo is in tijden van keiharde bezuinigingen het aantal beschermde natuurgebieden toch weer een klein beetje uitgebreid. Zonder extra geld, zoals staatssecretaris Bleker (Natuur, CDA) graag wil. Bovendien is ongeveer 40 procent verkocht aan particulieren zodat van ‘staatsnatuur’ geen sprake is. Aan de bereidheid van particulieren om natuur te beheren, is de afgelopen jaren vaak getwijfeld. Annelies Koningsveld: „Er is wel degelijk belangstelling bij particulieren om natuur te beheren.”