'We hebben een moord nodig'

Het thriller-echtpaar Nicci French schreef een nieuw boek. Ze eten kroketjes en vertellen dat ze schrijven om hun angsten te bezweren.

et is weer juni, en de uitgeverijen noemen dat de Maand van het Spannende Boek. Dus wordt het Engelse echtpaar Sean French en Nicci Gerrard ingevlogen. Samen schreven ze twaalf thrillers die het uitzonderlijk goed doen in Nederland, ze verkochten al ruim 5,5 miljoen exemplaren. Sterker nog: hun boeken doen het hier zo goed, dat ze eerst in het Nederlands uitkomen en dan pas op de Engelse markt verschijnen.

Voor hen is zo’n retourtje Amsterdam ook spannend: de eerste lezers hebben hun nieuwste boek Blauwe maandag, nu gelezen. Het is deel één van een achtdelige serie over psycho-analytica Frieda Klein, die de politie helpt om moorden – al dan niet begaan door haar patiënten – op te lossen.

Ik mag het echtpaar – ze zijn allebei 52 – twee uurtjes mee uit lunchen nemen in het centrum van Amsterdam. Ik haal ze op bij Hotel Ambassade aan de Herengracht, waar uitgeverij Anthos ze heeft ondergebracht. De hele dag doen ze daar niets anders dan interviews geven.

Monter komen ze de foyer binnenlopen, ze hebben zich even opgefrist op hun kamer. Niets aan hen verraadt vermoeidheid of geen zin. Ze zijn vooral ontzettend Brits hartelijk. „Só nice to meet you.” Vol vertrouwen lopen ze mee naar buiten, de gracht op, steegjes door, ieder een andere kant opspringend om fietsers en scooters te laten passeren, terwijl ze ondertussen beleefd blijven converseren.

Na tien minuten zijn we bij café Luxembourg aan het Koningsplein. Niemand kijkt op als het beroemde echtpaar binnenkomt. Is misschien niet eens zo raar, want zo opvallend zien ze er niet uit. Ze lijken nog het meest op een intellectueel Brits koppel op stedentrip. Zij klein en blond, hij lang en donker met allebei een bril met meekleurend glas.

Na ruim tien jaar huwelijk lijken ze een modus te hebben gevonden voor optredens in het openbaar. Dat gaat ongeveer zo: ze beginnen tegelijk met praten. Hij snel en monotoon, met een lichte slis in zijn uitspraak. Zij, met drukke handgebaren en ogen die de luisteraar vangen. Dan stoppen ze met praten. De een geeft, met een gedwongen glimlach, de ander de ‘beurt’ en blijkbaar houden ze in hun hoofd ongeveer bij wie er mag praten. Hij zwijgt iets vaker dan zij, alsof hij wil laten zien dat hij het feminisme waar zij zo’n voorstander van is, heus een warm hart toedraagt.

Hun gezamenlijk pseudoniem (Nicci French) is een vrouw. De hoofdpersonen in hun twaalf vorige en komende acht romans zijn ook vrouw. Onafhankelijke, werkende vrouwen. Ze is architect, onderzoekster, psychiater. In de boeken vertelt zij het verhaal, in de ik-vorm. Zij is of zelf het slachtoffer, of anders probeert ze wel de toedracht van de moord op een andere vrouw te achterhalen. Ja, in alle boeken draait het om een moord, zegt Nicci Gerrard. „Er moet een crisis zijn, een plotselinge verandering, anders heb je geen verhaal. Wij hebben een moord nodig, of op z’n minst een vermist persoon, anders heb je geen thriller. Een ernstige ziekte is niet voldoende.”

In hun boeken geen bruut geweld, lijken of autopsies. De dreiging speelt zich af in het hoofd van de vertelster, en haar zoektocht naar de dader gaat vaak samen met haar eigen innerlijke zoektocht. Geen klassieke detective die de moord oplost, geen onbekende dader die psychopaat blijkt. Vrijwel altijd is de dader iemand uit de directe omgeving van de vrouw. Zij: „Ook in het echt is het slachtoffer meestal vrouw en is de moordenaar in negen van de tien gevallen een bekende.” Hij: „Bij elke moordzaak in het nieuws doen wij de ‘man of minnaar’- weddenschap. De dader is bijna altijd één van de twee: de echtgenoot óf het vriendje.” Zij, corrigerend: „Niet dat moord voor ons een grapje is. Wij laten nooit massa’s mensen sterven, zoals in andere thrillers soms met levens wordt gesmeten. Het is er maar één, en het is altijd een belangrijke gebeurtenis, nooit anoniem. Voor ons is elk leven kostbaar en kwetsbaar.” Hij: „Het leven kan met één heartbeat compleet veranderen.”

Nicci: „We proberen het allerergste te doorgronden, onze eigen doodsangsten te onderzoeken en daar op een intelligente manier over schrijven.” Als je met die blik hun twaalf boeken bekijkt, moeten ze nogal wat angsten hebben. Eenzame opsluiting, lustmoorden, stalking. „Lang dachten we dat de moord op een jong kind voor ons taboe was. Dat we dat niet aan zouden kunnen, omdat het te dichtbij kwam.” Nicci had al een zoon en een dochter van een man die haar had verlaten toen ze Sean leerde kennen. Samen kregen ze twee dochters. Inmiddels is er toch een kind bezweken in een van hun boeken. „Door te schrijven kun je je eigen angst componeren en controleren. Het zo bewerken dat het betekenis krijgt.”

Het gesprek komt, het kan bijna niet anders, op Maddy, het driejarige Engelse meisje dat in 2007 verdween uit de hotelkamer in de Portugese badplaats Praia da Luz, terwijl haar ouders honderdtwintig meter verderop aan het eten waren. Ze veren allebei op. Zij, om te vertellen dat alleen een schattig, mooi, middenklasse meisje zoveel publiciteit kan genereren en dat dat nooit was gebeurd als ze elf jaar en zwart was geweest. Hij om te zeggen hoe goed je aan deze zaak kon zien dat elke ouder die een kind verliest het verdriet en de rouw op de juiste manier moet uitdragen. De ouders van Maddy, allebei arts, deden dat volgens de Britse tabloids niet goed genoeg. „En dus meldde The Daily Express dag na dag dat ze hun dochter vast zelf hadden vermoord. Niet omdat er bewijs tegen de ouders was...” Zij vult aan: „... maar omdat de moeder te weinig emoties toonde naar de smaak van het publiek.” Hij: „Britse tabloids zijn meedogenloos.” Zelf worden ze redelijk ongemoeid gelaten door de bladen. „Ze kondigen één keer per jaar onze scheiding aan. Dat is alles.”

Allebei waren ze journalist voor gerenommeerde Engelse kranten. Zij voor The Observer, hij voor The New Statesman. Zij versloeg de rechtzaak tegen Fred en Rosemary West. Het echtpaar folterde, verkrachtte en vermoordde samen in twintig jaar tijd ten minste twintig jonge vrouwen. Hij bekende en pleegde zelfmoord, zij kreeg levenslang. Nicci: „Die zaak heeft mijn kijk op het leven voorgoed veranderd. De details waren zo gruwelijk dat ze de krant niet eens haalde. Wat me het meest trof was dat de slachtoffers die het overleefden, vertelden dat Rose tussen het martelen door kopjes thee bracht. Ze was zo moederlijk. In alle gevallen ging het om meisjes uit tehuizen. Meisjes die door niemand gemist werden, ook niet toen ze nog leefden. Rose bleek in haar jeugd zelf ook misbruikt. Ze werd prostituee. Zij deed het seksuele deel, Fred was de voyeur. Ik kon medelijden hebben met een vrouw die zo in en in slecht was. Sindsdien begrijp ik dat emoties oneindig complex kunnen zijn.” Hij, mompelend: „Al jouw interviews eindigden in tranen.” Nietes. Welles. Hij: „En met Kate Winslet dan?” Hij bedoelt de Oscar-winnende Engelse actrice. Zij: „Dat kwam door de gin.”

Krankzinnig bedrag

Zullen we maar bestellen? Ze bestuderen de kaart. „Hij houdt van rare dingen”, zegt zij. Kroketten, zegt hij. „Ik houd van kroketten.” Garnalenkroketten worden het. Ook voor haar. Als er besteld is, zegt Sean dat zo’n lunchinterview hem vaag bekend voor komt. Staat er niet ook iets dergelijks in de Financial Times? Hij herinnert zich een interview dat een collega van hem daarvoor deed. „Met Roger Waters. De oprichter van Pink Floyd. Hij bestelde voor een krankzinnig bedrag vis en raakte het met geen vinger aan.” Het stuk staat op de site van de FT. Het was inderdaad vis, Gravad Lax, en die kostte 75 pond.

Alleen Sean bestelt een glas witte wijn. Zij houdt het bij Spa rood. De vraag moet nu maar gesteld: zijn hun thrillers literatuur? Op al hun boeken staat dat het literaire thrillers zijn. Zo’n vraag is een risico, ze studeerden allebei Engelse literatuur in Oxford en voor je het weet hebben ze het de halve middag over de definitie van literatuur en daar hebben we geen tijd voor want ik moet ze stipt om half drie weer afleveren bij hun hotel. Sean doet een sublieme openingszet: „In a way is Misdaad en straf van Dostojevski óók een thriller.” Waarmee hij wil zeggen dat hij niet gelooft in de „muur” tussen literatuur en thrillers. Zelf was hij jarenlang recensent, van films en boeken. „Het was een sport om boeken van anderen zo gemeen mogelijk te bespreken.” Zij: „Voor ons maakt het niet uit hoe je het noemt.” Wat haar wél uitmaakt, is gelezen worden. „Zonder lezers is het geen boek.” Net bladerde ze door zo’n tijdschrift waarin vijfhonderd thrillers worden gerecenseerd. „Soms krijgt een boek nul sterren. Nul. Daar word ik fysiek onwel van.”

Boeken, zegt Sean en Nicci, moeten een stem hebben. In hun boeken hebben ze met z’n tweeën één stem. Hoe doen ze dat? Zo: vooraf bespreken ze plot, personages en toon. Dan begint de een, in een eigen kamer met een eigen computer en stuurt het per mail naar de ander die ermee verder gaat. „Die ander mag alles veranderen, zolang die maar niet zegt wat er met de tekst mis was. Gewoon doen. Anders wordt het ruzie.” Zo gaat de tekst nog een paar keer over en weer. Een keer hebben ze, als symbolische daad, geprobeerd echt samen het laatste hoofdstuk van een boek te schrijven. Dat werkte niet.

Wie welke zin schreef, is ook voor henzelf nooit meer te achterhalen. Maar er lijkt wel een soort taakverdeling te zijn. Hij is de man van de ratio, van de feiten en weetjes. Zo iemand die de pen uit mijn handen trekt om namen en boektitels op te schrijven die hem te binnen schieten. Hij bewaakt de grote lijn in het boek, waakt voor de continuïteit. Zij vertegenwoordigt de emotie. Dikke tranen wellen op in haar ogen als ze vertelt dat hun jongste dochter, de laatste die nog thuis woont, nu, terwijl ze het zegt, uit het ouderlijk huis verhuist om te gaan studeren. Zou Nicci soms meer letten op de karakterontwikkeling, de innerlijke monologen, de psychische tweestrijd?

Zij: „We zijn nog nooit samen zonder kinderen geweest. Als we straks thuis komen, zijn we voor het eerst alleen.” Komt goed uit dan, dat er nog zeven delen geschreven moeten worden in de reeks van psychoanalytica Frieda Klein. Met deel twee zijn ze bijna klaar. De boeken zullen afzonderlijk te lezen zijn, maar ook samen een geheel vormen. Hij: „Er is één allesomvattend plot.” Zij noemt het liever een „reis” of „een avontuur” dat ze samen zullen gaan beleven. In hun werkkamers dan. Tot ze er volgend jaar juni weer uitmogen, om te horen wat de Nederlandse lezers ervan vinden.