'Wat rest is schaamte'

Ex-bestuursvoorzitter Geert Dales van hogeschool Inholland zou de school hebben benadeeld met zijn autoritaire stijl van besturen. Sommige studenten kregen ten onrechte een diploma. „Ik wist daar niets van, maar het is verschrikkelijk en geeft een gevoel van reusachtige gêne.”

Geert Dales wil verantwoording afleggen. Sinds zijn vertrek als collegevoorzitter van hogeschool Inholland, nu acht maanden geleden, heeft hij gezwegen. Diplomafraude, gesjoemel met declaraties en ruzie tussen bestuurders: de door Dales geleide hogeschool was louter negatief in het nieuws.

Onderdeel van zijn vertrekregeling was dat hij niets over Inholland mocht zeggen zonder dat dit vooraf was goedgekeurd door de raad van toezicht. Toen de spanningen tussen Dales en de school na zijn afscheid hoog opliepen, legde de raad van toezicht hem een dwangsom op van 176.616 euro. Die werd later weer ingetrokken. Dales noemt dit een „volstrekt overbodige en intimiderende actie”. „Ik weet wel waarover ik moet zwijgen en dat doe ik dan ook.”

Nu het laatste onderzoek is verschenen van de Inspectie van het Onderwijs, ditmaal over het declaratiegedrag van de schoolleiding, wil Dales wel reageren. „De functie die ik had, was een publieke functie, met publiek geld, en had een publieke taak: hoger onderwijs. Daarbij hoort publieke verantwoording. Ik had mijn verhaal graag voor een Kamercommissie gedaan, maar die wilde alleen met zittende bestuurders praten. Daarom zo, met een interview.”

Uw opvolger Doekle Terpstra heeft veel kritiek op de manier waarop Inholland werd geleid. De school ging naar de haaien, terwijl het bestuur elkaar de tent uitvocht, stelt hij.

„Ik zeg er niks over. Ik heb kennis genomen van de woorden van mijn opvolger en daar laat ik het bij.”

Heeft dat te maken met de dwangsom die u kan worden opgelegd?

„Nee, ik acht het zinloos om op zo’n dispuut in te gaan. Ik wens Terpstra veel succes.”

Dales was begin 2007 nog geen vier jaar burgemeester van Leeuwarden toen hij werd gebeld door een headhunter. Of hij hogeschool Inholland wilde leiden. Hij twijfelde. „Ik had in Leeuwarden nog niet al mijn bestuurlijke doelen bereikt, maar dacht wel na over wat ik na mijn burgemeesterschap wilde doen. Inholland stond er toen niet goed voor. De inspectie was langs geweest omdat studenten veel klachten hadden over de kwaliteit van het onderwijs.”

Er was duidelijk behoefte aan verandering, zag Dales. „En een veranderproces in gang zetten, leiden en voltooien, vind ik leuk. Ik ben geen winkeloppasser. Dus dit leek me een topbaan. Daarom besloot ik het te doen. Wellicht iets te snel, want achteraf gezien had ik meer gesprekken moeten voeren met de mensen met wie ik zou gaan samenwerken.”

Dales begon met zijn nieuwe klus in juli 2007. Zijn voorganger Jos Elbers was er om hem in te werken. „Daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Hij zou het lopende collegejaar afmaken. Daarna zou hij vertrekken, veronderstelde ik.”

Dat was niet het geval?

„Nee. Mijn voorganger had van de raad van toezicht een nieuw dienstverband gekregen, tot eind 2010, als adviseur. Dat verwacht je toch niet? Het is alsof je Klaas Knot directeur van De Nederlandsche Bank maakt en zegt: je krijgt Nout Wellink erbij.

„Inholland had drastische verandering nodig en ik trof in mijn eerste maanden op de werkvloer een veranderingsgezinde sfeer aan. Ik verwachtte volop gesteund te worden door het hoogste niveau. En als je dan al vrij snel tegen gedoe aanloopt, dan is dat hinderlijk. ”

Welke plannen had u?

„Allereerst wilde ik de uitwassen van competentiegericht onderwijs bestrijden. Bij deze onderwijsvorm mogen studenten hun eigen leerdoelen formuleren en daarnaartoe werken, en is de docent naar de achtergrond verdwenen. Dit had geleid tot onaanvaardbaar hoge uitvalcijfers, bij sommige studies in het eerste jaar meer dan zestig procent. Ten tweede moest de organisatiestructuur worden aangepast. Inholland was een centraal geleide organisatie. Ik wilde docenten meer zeggenschap geven. Daar vroegen ze om. En ten derde moest de organisatiecultuur veranderen. Mijn stelregel werd: afspraak is afspraak. ”

Bent u erin geslaagd die radicale veranderingen door te voeren?

„De tevredenheid bij studenten en medewerkers ging met sprongen omhoog en het aantal aanmeldingen nam toe. Dat was mooi, hoewel het me daarom niet te doen was. Mij ging het vooral om de verbetering van het onderwijs en de organisatiecultuur. Maar al snel bleek dat bestuurders die er al zaten voor mijn komst, in het college van bestuur en de raad van toezicht, veel minder veranderingsgezind waren. En toen ik vertrok, in oktober 2010, zaten zij er nog steeds. Dat toont aan dat het mij niet gelukt is die radicale omwenteling te bewerkstelligen.

„Dat komt doordat ik geen doorzettingsmacht had. De buitenwereld dacht: Dales is de bestuursvoorzitter, dus hij is de grote baas. Maar ik was daar niet de baas. Het college van bestuur was een college van gelijken. De baas van Inholland was de raad van toezicht. De onderwijsinspectie zei, en hier kan ik wel vrijuit spreken omdat het niet mijn woorden zijn: ondanks het feit dat Dales drie jaar lang de raad van toezicht op de hoogte hield van bestuurlijke problemen, handelde die raad niet.”

De sfeer was dus al slecht, toen in juni 2010 bleek dat er ten onrechte diploma’s bij de opleiding media & entertainment management waren uitgedeeld?

„Ja. Dat was de laatste druppel die deemmer deed overlopen. In de nasleep van dit nieuws bleek definitief dat we als bestuur niet verder konden. Waarom ik weg ging en de andere bestuurders niet, zult u de raad van toezicht moeten vragen. ”

Het gerommel met diploma’s is nooit op uw radar verschenen?

„Nee.”

Waarom niet?

„Dat heb ik me indringend afgevraagd. Vaststaat dat het bestuur niet geïnformeerd was, laat staan dat we opdracht hebben gegeven om studenten te gemakkelijk aan een diploma te helpen. Dan komt de volgende vraag: had je dat niet moeten weten? Ja, natuurlijk had ik het moeten weten. En dan is de vraag: waarom is het je dan niet gemeld? Daar heb ik lang over nagedacht: hoe is dit in godsnaam mogelijk?

„Inholland had een uitgebreid intern kwaliteitszorgsysteem. Verder waren alle vier de opleidingen die door inspectie als zeer zwak zijn betiteld door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie positief beoordeeld. Als bestuursvoorzitter moet ik kunnen varen op het oordeel van deze gezaghebbende, onafhankelijke kwaliteitsbewaker.”

Waarom is er niemand bij u binnengelopen om alarm te slaan?

„Tja, van sommige docenten hoor je het verhaal dat je niet vrijuit kon praten, omdat anders je kop eraf ging. Die stelling verwerp ik. Ik had een studenten- en docentenpanel, ik deed elke week een paar werkbezoeken, daar was altijd contact met studenten en docenten. Niemand zei iets over gerommel met diploma’s.”

„Hoe het ook zij, ik was verantwoordelijk voor wat er bij Inholland gebeurde. En die verantwoordelijkheid heb ik genomen. Zodra mij bekend was dat er iets niet in orde was bij MEM heb ik een commissie benoemd onder voorzitterschap van Gerd Leers. Die kreeg de vrije hand, anders had hij het ook niet gedaan. Ik heb van meet af aan gezegd: wat er ook in het rapport komt te staan, alles komt naar buiten.”

Wat zegt u tegen de studenten van Inholland? Zij voelen zich in de steek gelaten door het bestuur.

„Hier moet ik terughoudend zijn. Ik draag geen verantwoordelijkheid meer. En het is misschien een beetje goedkoop om achteraf grote woorden te spreken. Maar als ik daar nog gezeten zou hebben, dan zou ik in de richting van de studenten toch wel een heel groot en serieus gemeend ‘sorry’ zeggen. Zoals ze dat in Japan doen, met een hele diepe buiging erbij. Want het is natuurlijk verschrikkelijk dat dit gebeurd is tijdens mijn bestuursvoorzitterschap. Het geeft een gevoel van reusachtige gêne.”

Na het rapport van Leers volgden onderzoeken van de inspectie die het hele hbo in de problemen brachten. Wat vond u daarvan?

„Het hoger beroepsonderwijs ligt zwaar aangeslagen in de touwen. En hoewel er fouten zijn gemaakt, is dat niet helemaal terecht. Ik ben onder de indruk geraakt van wat de hogescholen voor elkaar krijgen. Het hbo is ingewikkelder dan het universitair onderwijs, met een zeer diverse instroom qua niveau, die de afgelopen jaren ook nog eens is geëxplodeerd.

„Staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs heeft een goed pakket maatregelen gepresenteerd, maar als we het hbo echt willen klaarmaken voor de toekomst, zal er nog een aantal zaken serieus besproken moeten worden. Ten eerste moet de doorgeslagen ideologie van het competentiegericht onderwijs een halt worden toegeroepen. Verder heeft het hoger onderwijs een opdracht die niet te vervullen is. In 2020 moet de helft van de beroepsbevolking hoger opgeleid zijn. Dat kan niet zonder dat je de poorten wagenwijd opengooit en iedereen binnenlaat. Dat gaat onherroepelijk ten koste van het niveau.

„En ook zeer belangrijk: Nederland heeft vergeleken met andere Europese landen en helemaal met Azië een relatief gering hogeronderwijsbudget. Dan kan je twee dingen doen: meer geld uitgeven, of je doelen bijstellen. Wij pretenderen in de topvijf van kenniseconomieën te willen horen, maar zijn niet bereid daar budget voor vrij te maken.”

Het laatste rapport van de onderwijsinspectie over Inholland verscheen gisteren. De declaraties van de hogeschoolbestuurders werden daarin tegen het licht gehouden. Geert Dales wordt relatief weinig verweten: hij dineerde soms te duur en de cataloguswaarde van zijn leaseauto was te hoog. Verder reisde per jaar voor 20.000 euro naar het buitenland, vooral naar de Inholland-vestiging in Suriname.

Is dat laatste bedrag niet wat veel?

„Zo’n vestiging kan je niet alleen vanuit Den Haag bestieren, dus ik ben daar drie keer per jaar geweest. Inholland heeft een groot internationaal netwerk, dat ontstaat niet vanzelf. Je moet relaties opbouwen en onderhouden. In landen als China en Brazilië moet je dan als president wel je gezicht laten zien. Je kunt ook niet naar het buitenland gaan, maar dan heb je ook niets. Geen verblijf van je studenten daar, bijvoorbeeld.”

Heeft uw wel eens getwijfeld over de beslissingen die u nam?

„Niets menselijks is mij vreemd. Dus ik heb me vaak afgevraagd of ik het goed heb gedaan. Ik denk dat mijn grootste fout was dat ik niet eerder ben opgestapt. Ik dacht door het gebrek aan veranderingsdrang bij de top heen te kunnen breken, maar dat is mij niet gelukt. Veelzeggend is dat na mijn vertrek iedereen is vertrokken: bestuur en raad van toezicht. Daarmee is de omwenteling die Inholland nodig had, alsnog bereikt.

„Wat rest is die schaamte tegenover de studenten. Dat laat me niet los, dat sleep ik met me mee.”

U bent wethouder in Amsterdam geweest, verantwoordelijk voor de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Daar heeft u veel kritiek gehad. Nu bij Inholland weer. Bent u wel geschikt voor de publieke zaak?

„Kritiek komt altijd meteen, de credits komen later. Ik kan daarmee leven. De tijd zal uitwijzen wie gelijk heeft. Ik zou nog best in het openbaar bestuur willen werken. De publieke zaak blijft interessant en spannend.”

U ziet de publieke zaak dus nog zitten, maar de vraag is ...

„ ... of de publieke zaak mij nog ziet zitten. (lacht) Dat zullen we zien. Dit soort dingen is altijd beschadigend. Ook al kun je het allemaal uitleggen, er blijft altijd iets hangen. Daar kan ik over jammeren, maar dat is gewoon zo.”