Wat ik niet mag weten over mijzelf

Minister Donner werkt Roel van Duijn tegen bij de zoektocht naar zijn AIVD-dossiers

Twee jaar geleden heb ik de AIVD gevraagd om de spionnendocumenten aangaande mijn persoon.

Het antwoord verbijsterde mij. Ik ontving een doos vol documenten die door de voormalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) gemaakt waren. Vanaf mijn negentiende jaar was ik gevolgd. Infiltranten hadden berichten op schrift gesteld. „Dit is alles wat wij na grondig onderzoek hebben kunnen vinden”, berichtte de AIVD.

Uit de inhoud van al die 354 documenten kon ik afleiden dat er nog veel meer documenten over mij en de door mij aangevoerde bewegingen in het AIVD-archief moesten zitten. Ik maakte bezwaar. Want men had alleen in mijn persoonlijk dossier PD106043 gezocht en niet in de dossiers betreffende Ban-de-Bom, Provo, Kabouters, Groene partijen. Als gevolg zond men mij een tweede dossier. „Dit is alles wat een grondig, aanvullend onderzoek heeft opgeleverd.”

Al deze papieren wierpen een nieuw licht op mijn levensloop, zodat ik besloot een boek over het verschil tussen de BVD-documenten en mijn werkelijke leven te gaan schrijven. Memoires. Bestudering van het nieuwe dossier leidde opnieuw tot de conclusie dat er nog veel meer documenten in het geheime archief moesten zijn.

„Nee”, antwoordden de juristen van de AIVD mij, „wij hebben u nu alles gestuurd wat wij na grondig onderzoek hebben kunnen vinden”.

Ik ging naar de rechter en eiste tal van documenten op. Ik beriep mij erop dat ik onmogelijk nog een actueel object kon zijn, omdat ik een lintje had ontvangen wegens mijn zeer langdurige inzet voor de democratie. Hoe kon men mij dan ook nu nog als een gevaar beschouwen?

„Nee”, verweerde de AIVD zich onnavolgbaar, „wij kunnen niet verklaren dat deze man geen actueel probleem meer is. Anders dan de opgeheven CPN zijn Provo en de Kabouterbeweging nooit officieel opgericht en dus ook nooit opgeheven. Deze meneer maakt deel uit van een samenwerkingsverband van nog levende personen.” De achtergehouden documenten – van een halve eeuw geleden – werden door de woordvoerster van de AIVD bestempeld als documenten die om reden van bronbescherming niet konden worden overhandigd.

Wie schetst mijn verbazing toen ik na de rechtszitting vriendelijk werd opgebeld door een onderzoeksbureau met de mededeling dat zij een al een half jaar eerder een Provodossier van de AIVD hadden ontvangen?

Ik wist niet wat ik zag. Open en bloot lagen daar allerlei documenten die ik had opgeëist en waarvan de woordvoerster van de AIVD met een stalen gezicht beweerd had dat die mij onmogelijk gegeven konden worden. „In het belang van de veiligheid van de staat.” Bovendien nog allerlei documenten die met mij te maken hadden, waarvan ik het bestaan niet wist.

Woedend was ik. Met dit derde dossier had ik nu het bewijs dat de AIVD mij nog maar het topje van de ijsberg gezonden had.

Ik wendde mij tot de Commissie van Toezicht voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Met het verzoek al ‘mijn’ AIVD-documenten te inventariseren. En daarover een zelfstandig advies te geven.

Maar nu verrees er een nieuwe muur, in de persoon van minister Donner. Nog voordat de rechtbank uitspraak had gedaan, ontving ik een brief van Donner, waarin hij beweerde dat mijn verzoek niet door de CTIVD in behandeling kon worden genomen, omdat het voor mij raadzamer was in hoger beroep te gaan. De minister deed de deur van de enige controle-instantie op slot. Dus weer een jaar moeizaam procederen, in plaats van een openstaand loket te mogen gebruiken.

Opmerkelijk is ook dat Donner een kopie bijsloot van het Provodossier dat naar het onderzoeksbureau was gezonden. Als sigaar uit eigen doos, want mij was dat al dankzij het onderzoeksbureau bekend. De minister stuurde mij datgene waarvan de AIVD zojuist aan de rechter verzekerd had dat het mij onmogelijk gegeven kon worden.

Waarom had de AIVD dit Provodossier een half jaar geleden wel naar het onderzoeksbureau gestuurd, maar niet naar mij?

Hiervoor had Donner een lumineuze smoes. Het onderzoeksbureau had om stukken aangaande Provo „in algemene zin” gevraagd, terwijl ik gevraagd had om stukken „aangaande mij of aan mij gerelateerde bewegingen”. Overduidelijk gaat het om precies dezelfde documenten, maar met deze woordentruc had Donner mooi tijd voor zinloze geheimhouding gerekt.

De rechtbank oordeelde dat mijn klachten gegrond waren. Stukken die via politie en justitie ooit aan de geheime dienst zijn toegestuurd, mogen aanvragers niet worden geweigerd.

De AIVD moest over de brug komen. Na lang wachten ontving ik een mager dossier, met als refrein dat dit alles was dat na grondig onderzoek mij wettelijk kon worden toegestuurd. Mijn vierde dossier. Lezing ervan leerde me dat er zich in het archief van de AIVD nog honderden andere documenten over mij moeten bevinden. Niet verwonderlijk als er dertig jaar een bataljon spionnen aan het werk is die allemaal onzinnige ‘informatie’ afleveren. Na twee jaar procederen heb ik nog altijd lang niet alle opgevraagde documenten.

Waarom houdt de AIVD zoveel gedateerde documenten voor de geschiedschrijving verborgen? Waarom is er voor burgers geen controle op het archiefbeheer van de AIVD?

Hopelijk hakt de Tweede Kamer, die binnenkort over deze vragen vergadert, een flinke spleet in de muren rond de AIVD, om controle op het archiefbeheer mogelijk te maken. Hopelijk verwijdert de Kamer ook Donners beschermende hand boven de mysteriecultuur van de AIVD.

Roel van Duijn is ex-politicus en publicist. Zijn memoires verschijnen dit najaar.