Was Wilders onnodig buitensporig?

Over twee weken doet de rechtbank Amsterdam uitspraak in de strafzaak tegen Geert Wilders. De zitting is gesloten, het ‘raadkameren’ is gedaan. De rechters mailen elkaar nu commentaar op een conceptvonnis. Op 23 juni weten we de inhoud. De rechtbank staat onder grote druk om vrijspraak te geven. De verdediging bepleitte het, het Openbaar Ministerie eiste het. Waarom zou de rechter dan nog moeilijk doen? Alleen de slachtoffers betoogden dat Wilders met het uitschelden van de islam Nederland onleefbaar maakt en hun daarom één euro vergoeding moet betalen.

Het proces liep eerst vast in een wraking, waarbij de rechtbank zelf imagoschade opliep. Sindsdien gaat het proces ook over de scheiding der machten. Er wordt hier immers een politicus strafrechtelijk vervolgd vanwege zijn mening. Een onherroepelijke vrijspraak zou dan een bevrijding zijn. Een eventueel hoger beroep een nachtmerrie. De rechters die deze zaak met een vrijspraak netjes opruimen, bewijzen de natie een dienst. Zou je denken.

Maar toch houd ik met een veroordeling ook rekening. En dat komt door Egbert Dommering, messcherp advocaat en hoogleraar. In De Groene Amsterdammer analyseerde hij vorig jaar het requisitoir. Volgens hem een ‘taalkundige deconstructie’ waarin de uitlatingen van Wilders onterecht geïsoleerd werden beoordeeld. Alle samenhang liet de officier van justitie weg. Het totaaleffect werd ontkend. Ook de film Fitna werd onschadelijk verklaard. Terwijl de snoeiharde islamkritiek erin de moslims als doelwit letterlijk in beeld bracht. De slachtoffers zijn door de feitelijke weigering van het OM te vervolgen in de kou gezet – en journalistiek overigens genegeerd. Alles wat Wilders over ‘de islam’ zegt of in zijn film vertoonde, vergroot evident de kans op discriminatie van moslims en een tweedeling van de samenleving, zegt Dommering. Het OM had dat kunnen en moeten beargumenteren. Dat is nu alleen door de slachtoffers ingebracht. Op zich al vreemd.

Deze zaak gaat behalve over vrije meningsuiting ook over de bijzondere verantwoordelijkheid van politici. Hun vrijheid van meningsuiting wordt beter beschermd, juist omdat zij politicus zijn. Zij hebben gedeeltelijke immuniteit. Buiten het parlement hebben politici daarom een bijzondere verantwoordelijkheid. Dát is de norm die het Hof in Straatsburg stelt. Buiten het parlement moeten politici juist democratische waarden uitdragen. Doen ze dat niet dan mag de strafrechter best een sanctie geven. Die ‘positieve verplichting’ van politici, dat is waar dit proces echt om gaat, zegt Dommering. Noblesse oblige: immuniteit in het parlement verplicht tot voorzichtigheid en matiging erbuiten. Wilders neemt echter zijn eigen gelijk als norm. Hij claimt de waarheid en eist dat de rechter hem daarin bevestigt.

Wie door deze bril het requisitoir van het OM leest raakt niet overtuigd van een automatische vrijspraak. Wilders is groepsbelediging, aanzetten tot haat en tot discriminatie ten laste gelegd. Hij sprak over ‘leugenaars en criminelen’ die een generaal pardon kregen, over een Derde Wereldoorlog tegen de ‘islamisering’, over ‘wat zich hier voortplant’ en uitgezet moet worden.

Volgens het OM is er sprake van strafbaar ‘aanzetten tot haat’ als Wilders een ‘intrinsiek conflictueuze tweedeling’ van de samenleving bepleit. En wel op een opruiende manier. Een politicus is verder strafbaar wegens aanzetten tot discriminatie als hij dat op een ‘onnodig buitensporige’ manier doet. En verder is aanzetten tot haat alleen strafbaar als mensen het doelwit zijn, niet religies. Het OM toetste zo’n 28 zeer grove uitlatingen, maar vindt nergens enig strafrechtelijk verwijt. Dat kan haast niet waar zijn. Ook de maatstaf ‘onnodig buitensporig’ is geforceerd. Waar houdt buitensporig op en begint ‘onnodig’ buitensporig? Is buitensporig niet al buitensporig genoeg?

De massieve druk tot vrijspraak kan weerstaan worden. De rechter heeft immers de plicht te mishagen, indien nodig. Het zou kunnen, een veroordeling.

Met één euro schadevergoeding, als lesje van de rechter. Ook weer niet een heel hoge prijs.

Folkert Jensma

reageer nrc.nl/rechtenbestuur