Rivaliserende elites - dat is democratie

Baudet overdrijft

Thierry Baudet classificeert de Nederlandse politiek als „ondemocratisch” (Opinie & Debat, 4 juni). De feiten ondersteunen zijn verhaal niet. Een kleine greep uit de fouten.

Volgens Baudet is monisme „dodelijk voor de democratie”. Wat daar ondemocratisch aan is, blijft onduidelijk. Nederlanders kiezen effectief tussen een tiental partijen en niet tussen 150 individuele politici. Een dergelijke keuze tussen rivaliserende politieke elites is de kern van democratie, juist omdat die elites via verkiezingen met elkaar wedijveren om de macht. We hebben vrije toegang tot het politieke bestel. Continu worden met succes op nationaal en lokaal niveau nieuwe partijen opgericht, door kiezers die ontevreden zijn met de bestaande opties. Zij kanaliseren het wantrouwen en verversen het politieke systeem.

Volgens Baudet bepaalt de landelijke partijtop wie de kieslijsten in de grote steden aanvoeren. De stelling wordt helaas niet met voorbeelden ondersteund. Voorbeelden van het tegendeel (Ahmed Marcouch) kennen wij wel. Baudet negeert dat uiteindelijk altijd de lokale partijleden zelf hun eigen lijsttrekker kiezen, niet de partijtop.

Baudet stelt: „Niemand kan ontkennen dat in ons land sprake is van een ernstige vertrouwenscrisis tussen de burger en de politiek.” De feiten liggen anders. Het politiek vertrouwen is hoger dan in de meeste omliggende landen – mede doordat we hier geen districtenstelsel hebben. De tevredenheid met de democratie stijgt al sinds de jaren 70. Het vertrouwen in de regering kende slechts tussen 2003 en 2006 een dip. Van een crisis is geen sprake.

Volgens Baudet verklaart de macht van partijelites „waarom ‘populisten’ zo succesvol zijn.” Kiezersonderzoek bewijst dat populistische partijen vooral aanhang vergaren via hun inhoudelijke standpunten. Politieke onvrede speelt slechts een secundaire, niet-oorzakelijke rol.

Baudets ‘oplossingen’ (voor welk probleem precies?) zijn zwakkere partijen en sterkere politici. Het archetype van zo’n systeem is de Verenigde Staten, een land dat bekend staat om zijn structurele politieke wantrouwen en zijn politieke ruilhandel. De quasi-oplossingen van Baudet zullen leiden tot ondoorzichtige en inefficiënte koehandel. De recente ophef over de stem van het Zeeuwse Statenlid Robesin is slechts een voorbeeld daarvan.

Om het Nederlandse systeem „ondemocratisch” te noemen, is een gotspe. Baudet bedrijft hier een staaltje fact free philosophy.

Dr. Tom van der Meer en dr. Sarah de Lange

Politicologen aan de Universiteit van Amsterdam

Waardevolle kritiek

Zinnige radicale kritiek is schaars in de Nederlandse media. Dit maakt de beschouwing van Thierry Baudet over de politieke oligarchie des te waardevoller. Met valide argumenten hekelt hij de wijze waarop de top van de grote politieke partijen het politieke proces – tot op lokaal niveau – domineert. Het door Baudet geschetste beeld krijgt nog meer reliëf als we ons niet beperken tot het politieke domein, maar ook de verbindingen tussen de politiek en de rest van de samenleving in beschouwing nemen.

Want de inhoud van het politieke proces, de politieke besluitvorming met haar ingrijpende gevolgen voor de burgers van dit land, laat Baudet opmerkelijk genoeg onbesproken. Zijn betoog suggereert dat het in de politiek vooral gaat om de verdeling van aantrekkelijke banen. Echter, het is onwaarschijnlijk dat dat het enige is dat de dominerende politici interesseert.

De samenleving waarvan de politiek deel uitmaakt, vertoont grote verschillen in inkomen, bezit, opleiding en macht.

De mogelijkheid dat de politieke macht wordt gemonopoliseerd door een inner circle om deze verschillen te bestendigen en wellicht te vergroten, kan niet worden uitgesloten.

Als dit inderdaad zo is, zullen we beseffen dat de sympathieke maatregelen die Baudet voorstelt, tekortschieten.

Daan Brouwer

Auteur van Waarom de mensen balen van de politiek, Amsterdam