Optimisme van Arabische betogers bijna schrijnend

Jarenlang weet een regime zijn bevolking stevig onder de duim te houden, en dan opeens lukt het niet meer. Het gebeurde in 1979 in het Iran van de sjah, in 1989 in de communistische landen in Midden- en Oost-Europa en dit jaar gebeurt het in de Arabische wereld. De oude intimidatie werkt niet meer, mensen gaan de straat op en riskeren hun hachje. Anderen sluiten zich erbij aan, de opstand wordt groter en krijgt zijn eigen dynamiek.

Soms weet het bewind de geest toch weer in de fles te krijgen (zoals in China in 1979 gebeurde en in Iran twee jaar geleden). Soms brengt de heersende macht een offer, maar zonder de touwtjes uit handen te geven (Egypte). En soms lukt het de opstandelingen met vereende krachten om de geschiedenis werkelijk een nieuwe wending gegeven.

Maar hoe het ook uitpakt, er zijn in al die situaties vaak ook mensen die het aandurven om tot actie over te gaan. Zij spelen een sleutelrol. Ze willen zich niet langer koest houden. Ze pikken het niet meer.

Maar wát ze niet meer pikken is in de chaos en de opwinding van het moment voor de buitenwereld niet altijd goed uit te maken. En hoe de smeulende onvrede zich kan ontwikkelen tot een uitslaande brand evenmin. Dat wordt vaak pas later duidelijk.

De nieuwe sociale media, vooral Facebook en Twitter, speelden begin dit jaar in Egypte een cruciale rol bij het organiseren van de massale betogingen tegen president Mubarak, wisten allerlei internationale media destijds te vertellen. We waren getuige van een heuse Facebook-revolutie!

Dat was een aardig etiket, maar altijd al een twijfelachtig verhaal. Het zei vooral veel over waar de journalisten in kwestie zélf op dat moment vol van waren.

Een opiniepeiling die deze week verscheen laat zien dat televisie nog altijd verreweg de belangrijkste bron van informatie is voor de overgrote meerderheid (84 procent) van de Egyptenaren – wat eigenlijk ook niet zo gek is in een land waar ruim een kwart van de bevolking analfabeet is. Ook het beproefde sociale medium ‘gesprekken met familie en vrienden’ houdt veel Egyptenaren nog op de hoogte. Slechts zes procent noemt Facebook als belangrijkste informatiebron – en het aantal twitteraars was zelfs te klein om gemeten te kunnen worden.

Dezelfde peiling vroeg naar de motivatie van de Egyptenaren die in januari en februari de straten en pleinen op gingen. De antwoorden laten weinig over van het idee dat ze vooral in actie kwamen om vrijheid en democratie op te eisen, zoals het in veel westerse verslagen gemakshalve heette. Voor 64 procent was het voornaamste motief de onvrede over hun beroerde economische situatie of werkloosheid. Het gebrek aan democratie motiveerde slechts 19 procent.

Het is niet alleen van historisch belang om te weten waarom de Egyptenaren in opstand kwamen. Wat er terechtkomt van de hoop en verwachtingen die ze koesterden, kan bepalen hoe het verder gaat.

In de tweede helft van april, toen de opiniepeiling werd gehouden, zei nog 77 procent van de ondervraagden veel, dan wel enig vertrouwen te hebben dat de huidige regering de grote problemen van het land aan kan. Men ziet de toekomst vol verwachting tegemoet en vindt dat het land op de goede weg is. Maar liefst 95 procent zegt bij de verkiezingen dit najaar te gaan stemmen.

Het optimisme is bijna schrijnend. Want de stemming kan snel omslaan, als dat niet al gebeurd is. Als de verkiezingen doorgaan is dat mooi, al is voorlopig het leger nog altijd stevig aan de macht. Maar verkiezingen zijn hoe dan ook van beperkte waarde, als de voornaamste drijfveer voor de opstand de armoede was.

In Egypte blijven de toeristen nu al maanden weg en is de economie mede daardoor ernstig in het slop geraakt. Onder zulke omstandigheden dreigt bittere teleurstelling in het project waarvoor mensen zoveel op het spel hebben gezet.

Hoop is moeilijk te meten, maar in tijden van verandering een onontbeerlijk sentiment. Zonder het geloof dat het mogelijk is een autoritair of dictatoriaal bewind omver te werpen, komt een opstand niet van de grond, zonder hoop valt een nieuw systeem niet op te bouwen. De demonstrant die lijf en goed op het spel zet moet op zijn minst enig vertrouwen hebben dat het iets oplevert – voor hem zelf, of anders ten minste voor zijn familie en vrienden, voor zijn land, desnoods op de lange termijn.

Gedreven door die hoop hebben mensen in de Arabische wereld dit jaar niet alleen grote risico’s genomen, honderdduizenden hebben er ook een hoge prijs betaald: ze hebben het niet overleefd, zijn gewond geraakt of op de vlucht gedreven. In de landen waar de strijd nog woedt, maar ook in de landen waar de straten en de pleinen weer leeg zijn, dreigt de hoop nu uit te doven. Dat is een somber perspectief.

Juurd eijsvoogel