Microkrediet lijdt onder eigen succes

Het systeem van microkredieten dreigt aan het eigen succes ten onder te gaan. ‘Het grote gevaar was de overdaad, het gevoel dat ons niets kon gebeuren.’

Tot een jaar of twee geleden konden ze geen kwaad doen, nu kunnen ze geen goed doen. De wereld van het microkrediet verkeert in crisis en dat komt door het eigen succes. Investeerders hebben zoveel kapitaal in de markt gebracht dat microkredietorganisaties het niet meer verantwoord kunnen wegzetten. En daardoor is het middel soms erger dan de kwaal geworden. „Het grote gevaar van de afgelopen jaren was de ongebreidelde overdaad, het gevoel dat ons niets kon gebeuren.” Dat zegt de Amerikaan Damian von Stauffenberg, oprichter van Microrate, een bureau dat de prestaties van microfinancieringsorganisaties beoordeelt. Woensdag was hij voor een congres in Amsterdam. „Was dát even vragen om problemen”, zegt hij. „Microkrediet bleek wel degelijk risicovol.”

Microkrediet – heel kleine leningen waarmee burgers in ontwikkelingslanden een zaakje kunnen beginnen – is allang geen kruimelwerk meer. In de afgelopen 35 jaar zijn naar schatting 150 miljoen leningen verstrekt. Vorig jaar ging er wereldwijd ongeveer 68 miljard om in de sector, Nederlandse investeerders hebben 1,6 miljard euro uitstaan.

De sector heeft zo hard kunnen groeien door commercialisering: voorheen gesubsidieerde organisaties gingen zelfstandig kapitaal aantrekken bij banken en zo meer en grotere leningen verstrekken. Tegelijk verschoof de doelstelling vaak van armoedebestrijding naar winst maken. Mede door ontbrekend toezicht is in veel landen een situatie ontstaan waarin klanten gemakkelijk leningen krijgen terwijl ze al andere leningen hebben lopen. Zo bouwen ze een schuld op die ze nooit meer kunnen terugbetalen. Hoe dit kan misgaan bleek vorig jaar in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh, waar meer dan zeventig boeren die te diep in de schulden zaten, zelfmoord pleegden. Lokale politici riepen op om leningen niet meer terug te betalen, de koers van de beursgenoteerde geldverstrekker SKS Microfinance stortte in. In Nicaragua en Bosnië spelen vergelijkbare crises.

Zijn de gebeurtenissen in Andhra Pradesh exemplarisch?

„De organisaties daar hebben duidelijke fouten gemaakt, die je vaker ziet. Als een organisatie jaar na jaar met 80, 100 of 120 procent groeit, dan weet je dat het management dat niet kan hanteren, hoe gemotiveerd die mensen ook zijn. Vroeger of later gaan ze onderuit.

„Ook hebben ze er verkeerd aan gedaan om de leningen aan groepen te geven en niet aan individuen. Als je dat doet vertrouw je er maar op dat de groep in de gaten houdt of alle leden terugbetalen. Je hebt geen overzicht over die leden, je weet niet of zij hun deel gebruikt hebben voor hun bedrijf, of voor een bruidsschat of een televisie. In de praktijk wordt het overgrote merendeel besteed aan consumptie. En je weet niet of individuen niet ook bij andere organisaties leningen hebben lopen. Als er steeds meer spelers komen en de markt verzadigd raakt, krijg je onherroepelijk dit soort crises.”

Veel organisaties geloven juist in de controlerende werking van de groep.

„Als je de lening aan een individu geeft weet je tenminste zeker dat er een bedrijf ís, dat er op de een of andere manier inkomsten mogelijk zijn.”

Zijn de problemen verhevigd door de financiële crisis of zijn ze uitsluitend toe te schrijven aan systeemfouten?

„De microkredietorganisaties wisten niet hoe snel ze dekking moesten zoeken toen in 2008 de financiële crisis losbarstte, bang dat investeerders zich zouden terugtrekken. Ze zijn meteen stevig op de rem gaan staan en hebben hun groei teruggebracht. Omdat de crisis de ontwikkelingslanden pas een jaar later trof, waren ze goed voorbereid. Het werd dus lang niet zo erg als gevreesd. De sector groeit nog, zij het minder hard.”

Overheden worden vaak opgeroepen de microkredietmarkt te reguleren, maar toen India dat deed kwam er veel kritiek. Wat moet de rol van overheden zijn?

„Zij moeten bijvoorbeeld vaststellen wat de liquiditeit van de verstrekkers moet zijn, en die regels handhaven. In India zijn regels ingevoerd waarvan we allang weten dat ze niet werken. Renteplafonds bijvoorbeeld. Als je daar aan begint, weet je dat echt arme mensen geen lening kunnen krijgen, omdat de transactiekosten voor kleine leningen in verhouding hoger liggen en de rentes dus ook. Ook is het onverstandig om een grens te stellen aan het totale bedrag dat uitgeleend mag worden. Je wilt juist dat klanten steeds grotere leningen vragen, omdat hun onderneming groeit. Als ze nu 1.500 of 2.000 dollar hebben geleend en verder willen groeien, is er geen plaats meer waar ze kunnen aankloppen. Dit zijn gewoon domme interventies.”

Hoe kan krediet toegankelijker worden voor de allerarmsten?

„Dat we de allerarmsten moeten bereiken, is politieke retoriek. Zij zijn niet bezig met bedrijfjes, maar met het eten voor die dag. Daar staat tegenover dat er altijd een risico is dat organisaties steeds meer de voorkeur geven aan grotere leningen, om zo de kosten te drukken. Op een bepaald moment gaat het niet meer om microkrediet, maar om gewoon kleinzakelijk krediet. Dat is riskanter, want die ondernemers hebben meer vaste lasten, waardoor de kans groter is dat ze niet terugbetalen. We moeten heel duidelijk weten aan wie we lenen en waarom.”