Langzaam aftakelen lijkt me vreselijk

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ik ben gezond. Ik voel het einde nog niet naderen. Hoewel het vandaag nog afgelopen kan zijn – zo realistisch moet je wel zijn op mijn leeftijd. Oud worden is niet leuk, zeggen we wel eens tegen elkaar in mijn wandelclub van vijf vriendinnen.

„Ik heb in mijn leven veel gereisd, boeken verzameld, papieren en foto’s bewaard. Ik dacht: als ik straks oud ben, ga ik dat allemaal lezen en terugkijken. Wanneer ik ooit het huis niet meer uitkan, ga ik in een luie stoel alles nog een keer beleven.

„Maar nu het eenmaal zo ver is, ontbreekt me de energie en concentratie om terug te kijken. Dan pak ik een stapeltje oude foto’s, uit de families van mijn ouders in Engeland nog, en denk ik: dit moest ik eens uitzoeken. Sommige foto’s zijn leuk voor mijn dochters om te bewaren – tenminste, als ik achterop schrijf wie erop staan. Andere foto’s kan ik maar beter weggooien, zodat er straks minder troep achterblijft. Dan begin ik eraan en al snel denk ik: volgende week ga ik wel eens verder, ik heb nu geen zin.

„Voor een deel zit het in mijn karakter. Ik ben nogal uitstellerig van aard. En ik kan moeilijk stilzitten. Ik denk de hele tijd: ik wil daar nog heen, ik wil die nog zien, ik wil dat nog doen. Voortdurend heb ik plannen, maar ik kom lang niet overal aan toe. De dagen en weken glijden zo’n beetje voorbij. Dat stemt me wel eens treurig.

„Ik word steeds langzamer. En vergeetachtig. Sleutels, bril, tas – voortdurend ben ik van alles kwijt. Ik praat erover met een goede vriendin. ‘De Alzheimer zal toch niet toeslaan?’ Daar lach ik dan een beetje om, maar vooral om m’n angst daarvoor te verbergen. Het lijkt me zo vreselijk de grip op je leven te verliezen. Bang voor de dood ben ik niet. Ik heb een lang en goed leven achter de rug. Maar langzame aftakeling, totdat je totaal hulpbehoevend bent – dat lijkt me echt verschrikkelijk.

„Toen ik laatst met een vriendin sprak over al die dingen waar ik niet meer aan toekom, zei zij: maar je hoeft ook niet alles maar alleen te kunnen doen, zeg het gerust als ik je ergens mee kan helpen. Een paar dagen later dacht ik: ja, het zou wel fijn zijn als iemand me bijstaat de wilsverklaring in te vullen. Ik heb de papieren al vier jaar in huis, maar het is zoveel lees- en invulwerk, alles bij elkaar.”

[… Ze loopt naar een kastje, pakt een dikke map en praat intussen door …] „Toen heb ik haar een briefje gestuurd: als je ergens mee zou willen helpen, dan misschien hiermee? Kijk, hierin zitten de papieren: een euthanasieverklaring, een behandelverbod, een papier met een bijzondere clausule voltooid leven, één met een clausule dementie en een volmacht voor iemand die beslissingen voor je kan nemen als je dat zelf niet meer kunt. En al die verklaringen moet je dan in ‘zoveelvoud’ invullen: voor jezelf, je nabestaanden, je huisarts en wie niet al. Ik ben blij dat het zo geregeld is in Nederland, maar ik vind het alles bij elkaar wel een hele papierwinkel.

„Boven heb ik nog een map met papieren, waarop ik ‘Uitvaart’ heb geschreven. Een draaiboek voor mijn crematie zit daar niet in. Het zijn meer knipsels en foldertjes over begrafenissen en crematies die ik in de loop der jaren heb verzameld. Ik ga dat verder niet ordenen of uitzoeken. De kinderen moeten mijn afscheid maar organiseren zoals zij het fijn vinden. Zelf zal ik het allemaal niet meemaken. Een goed en rustig idee vind ik dat.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl. Twitter: #hetlaatstewoord