Lakens van Egyptisch katoen

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: kamperen of luxe?

We zaten aan een met linnen gedekt tafeltje aan het water. Het was ons tweede afspraakje. We hadden nog niet eens besteld, toen mijn date zijn hand op de mijne legde en zei: „Ik moet je iets vragen. Het is heel belangrijk.” Hij zocht in zijn glas naar woorden. Ik begreep dat mijn antwoord van grote invloed zou zijn op het verloop van deze avond en de rest van mijn leven. De spanning was om te snijden. Toen gooide hij het er opeens uit: „Hou jij van kamperen?”

Mijn hersens gingen koortsachtig te werk. Voor mij zat een man die qua uiterlijk het midden hield tussen Bhagwan en Javier Bardem en van wie ik nog bijna niets wist, behalve dan dat ik na vanavond nog wel een keer wilde afspreken. Ik mocht het nu niet verknallen. Maar wat was het goede antwoord?

In een flits trok mijn kamperend leven aan mij voorbij. Het gehannes met douchemuntjes, lauw bier. Klam en stijf wakker worden op een leeggelopen luchtbed en het verlangen om – al was het maar voor heel even – in een normale stoel te zitten. En natuurlijk de verregende vakan- tie in de Dordogne, toen de rivier buiten haar oevers trad en de muskus- ratten tot aan onze voortent bracht.

„Als het echt moet”, antwoordde ik toen maar, „dan kan ik het wel. Maar alleen als het echt moet.” Mijn date sprong op van blijdschap, kuste me op mijn voorhoofd en wenkte de ober. Hij had zich de hele week zorgen om niets gemaakt.

Dus lag ik een paar weekeinden later in een kingsize bed tussen lakens van Egyptisch katoen in een kamer met seaview op de 33ste verdieping van het Arts Ritz Carlton in Barcelona. We verplaatsen ons per taxi van sterrenrestaurant naar hippe tapastent en lagen – op een steenworp afstand van het strand – op zachte bedjes rond de hotelpool.

Daar zag ik dat geld en smaak niet altijd samengaan. Bij de aanblik van spuitlippen en meloenborsten smaakte het bordje pasta – voor een bedrag waarvan ik mijn gezin een week kan voeden – me opeens niet meer zo. En in de kamer met panoramisch uitzicht kreeg ik het na een paar nachten benauwd. Kon er echt nergens een raampje open?

Op de laatste avond van ons verblijf botsten we tegen Paris Hilton op. (Letterlijk! Dit is geen metafoor of literaire overdrijving.) We gingen in een wufte club een drankje drinken, toen de glamourpoes met haar gevolg net naar buiten kwam. Aangezien zij bij MTV op zoek is naar een nieuwe BFF (Best Friend Forever) en mijn dochter Janne zichzelf geknipt acht voor die rol, aarzelde ik geen seconde en duwde mijn iPhone in het gezicht van Paris Hilton. „Would you please say hello to my daughter?” En als een kleuterjuf kauwde ik het haar voor: „Bye Janne.” Waarop Paris dacht dat haar nieuwe beste vriendin ‘Bye Janne’ heette en zij als een gedresseerd aapje naar mijn camera zwaaide en zei: ‘Hello Bye Janne’.

En toen had ik er opeens genoeg van. Waar was de uitgang uit dit decor van klatergoud? En waar de afslag naar het kampvuur onder de sterrenhemel met gitaarmuziek en liedjes van Cat Stevens?

Ik moest het voorzichtig inkleden. Hem geruststellen dat we niets zullen forceren, dat we beginnen met een nachtje op een luxe accommodatie. Morgen bij het ontbijt zal ik hem een extra glas champagne inschenken en het dan, bijna terloops, vragen: „Zeg lief, wat denk je, wil je een keer met mij kamperen?” Ik zal hem zeggen dat het heel belangrijk voor mij is.