Klein boekje, grote verwachtingen

Filosofie Een vroege kopie van de Ethica van Spinoza dook op in het Vaticaan. Hoe kwam die daar? Is hij anders? Karel Berkhout

De aanduiding ‘eeuwenoud manuscript van Spinoza’ roept beelden op van foliovellen op een lessenaar, maar de fotokopieën van dit handschrift van de Ethica tonen een compact boekwerk – een soort opschrijfboekje. Het is een reisexemplaar, klein genoeg om te kunnen lezen in een postkoets. De band, ooit een keer vervangen, vertoont de slijtagesporen van verre tochten en langdurig leeswerk.

Het boekje mag klein zijn, het wekt grote verwachtingen bij Spinoza-liefhebbers. Onlangs werd bekend dat het handschrift uit 1675 is gevonden in de archieven van het Vaticaan. Dat is alleen al een sensatie omdat het invloedrijke oeuvre van de filosoof Benedictus de Spinoza (1632-1677) in omvang bescheiden is. Bovendien is deze versie van de Ethica een paar jaar ouder dan de eerste gedrukte editie van dit hoofdwerk van Spinoza, dus wie weet wat voor verrassingen de velletjes brengen.

“De ontdekking zal naar verwachting het Spinoza-onderzoek op zijn kop zetten”, schrijft Magazine Littéraire, het belangrijkste literaire tijdschrift van Frankrijk. De Britse historicus Jonathan Israel, die Spinoza heeft bestempeld tot filosoof van de Radicale Verlichting, is een stuk voorzichtiger. “Het lijkt een opwindende vondst”, mailt Israel, maar hij wil de tekst eerst bekijken voor hij een uitspraak doet: “De vondst kan belangrijk zijn, maar ook leiden tot een paar alternatieve lezingen van ondergeschikt belang.”

Piet Steenbakkers, filosoof en een van de meest gezaghebbende Spinoza-kenners ter wereld, heeft als een van de weinigen een kopie van het handschrift ingezien. Hij werkt samen met de latinist Fokke Akkerman aan een nieuwe kritische editie van de Ethica, die volgend jaar in Frankrijk moet verschijnen. “Ik ben heel blij dat we dit vroege handschrift nog kunnen betrekken bij het bezorgen van onze editie”, zegt Steenbakkers.

Het manuscript, dat op zijn vroegst in augustus in druk verschijnt, is volgens Steenbakkers om drie redenen belangrijk: “We kunnen nu beter zien hoe de tekst van de Ethica tot stand is gekomen. We krijgen een beter beeld van de circulatie van de manuscripten van Spinoza onder zijn vrienden. En de lotgevallen van dit het manuscript vertellen iets over de receptiegeschiedenis van de Ethica, en het beleid van de katholieke kerk jegens Spinoza.”

Die drie redenen hebben een gemeenschappelijke noemer: vriendschap. Spinoza was een man van vriendschappen, in woord en daad. De vrienden discussieerden over zijn filosofische geschriften, correspondeerden met de filosoof en hielpen met de publicatie van zijn werk. Hun belangrijkste wapenfeit was de postume publicatie van de Opera Posthuma (1677), waarin de Ethica was opgenomen.

De ene vriend was de andere niet, zegt Steenbakkers: “Spinoza ging op gelijke voet om met generatiegenoten, die hij al heel lang kende. In brieven aan deze mannen toonde Spinoza interesse in hun persoon. Dat gold niet voor de groep van jongere vrienden in zijn latere leven. Voor deze soms groupie-achtige bewonderaars toonde Spinoza nooit persoonlijke interesse. Hun brieven beantwoordde hij beleefd, maar hij schreef hun nooit uit zichzelf.”

Tot deze laatste categorie behoorde Ehrenfried Walther von Tschirnhaus, een rijke jongeman van Duitse adel. In 1675 begon Tschirnhaus aan een rondreis langs Europese hoofdsteden, een zogeheten Grand Tour. Hij liet een kopie maken van de Ethica, die Spinoza eind 1674 had voltooid, door vriend Pieter van Gent. “Van Gent was een tragische figuur: getalenteerd, een goed Latinist maar straatarm”, zegt Steenbakkers.

Het is dit manuscript dat de Nederlandse filosoof Leen Spruit en zijn Italiaanse collega Pina Totaro hebben ontdekt. “Totaro weet nog niet helemaal zeker dat het handschrift van Van Gent is, maar ik heb geen enkele twijfel”, zegt Steenbakkers. Enkele brieven van Van Gent aan de natuurkundige Christiaan Huygens zijn bewaard gebleven: “Alles bij elkaar zoveel tekst dat we alle letters kunnen vergelijken.” Steenbakkers wijst ter illustratie op het woord laetitia (blijdschap) in het handschrift en op het woord logica in een brief: “Precies dezelfde karakteristieke letter L.”

Rotstreek

Hoe is het handschrift in de archieven van het Vaticaan beland? Tschirnhaus verbleef ongeveer een jaar in Rome en had in de zomer van 1677 een ontmoeting met Niels Stensen, een Deense geleerde die was bekeerd tot het katholicisme. Spruit en Totaro denken dat Stensen het manuscript ontfutselde aan Tschirnhaus. Vast staat in ieder geval dat Stensen het vervolgens inleverde bij de Inquisitie om de werken van de ‘goddeloze’ Spinoza op de index van verboden boeken te krijgen.

Het blijft wel een raadsel waarom Tschirnhaus het boekje dat hij zo koesterde afgegeven zou hebben. “Misschien heeft Stensen na de ontmoeting het manuscript achterover gedrukt. Misschien had Tschirnhaus moeite om zich te onttrekken aan de invloed van de zeer welbespraakte Stensen”, zegt Steenbakkers. “En misschien had hij wel meer dan één handschrift van de Ethica en heeft hij er een afgestaan.” Een extra exemplaar zou ook verklaren waardoor lezersnotities in het handschrift nagenoeg ontbreken, terwijl de eigenaar het zeer intensief las. “Maar dat is puur een hypothese, waarvoor ik geen bewijs heb. Erg waarschijnlijk acht ik dat niet.”

Filosoof Eric Schliesser (Universiteit Gent) heeft de gang van zaken rond het manuscript al betiteld als het “verraad van de vrienden” van Spinoza, maar dat vindt Steenbakkers een erg zware kwalificatie: “Van Stensen is het een rotstreek, zeker, maar een innige vriend van Spinoza is hij nooit geweest. Hij moest tegenover de katholieke kerk bewijzen dat hij echt had gebroken met zijn oude vrienden en hij bracht het manuscript van de Ethica binnen als een soort trofee. En bij Tschirnhaus speelde mogelijk de wetenschap dat de Opera Posthuma toch zouden gaan verschijnen.”

Want na voltooiing van de Ethica had Spinoza besloten zijn hoofdwerk niet bij leven te laten publiceren, omdat in 1675 het politieke klimaat in de Republiek gevaarlijk was geworden. Spinoza stopte het manuscript in de la van zijn lessenaar en wijdde zich aan het schrijven van zijn nimmer voltooide Tractatus politicus. Na zijn dood in februari 1677 gingen de vrienden aan de slag met de Opera Posthuma en met de Nederlandse vertaling daarvan die tegelijkertijd werd gepubliceerd onder de titel De Nagelate Schriften van B.d.S.

Spinoza liet het persklaar maken van zijn werk doorgaans over aan zijn oude vrienden, die hij volledig vertrouwde. “Hij had geen zin om zich bezig te houden met details. In brieven over eerdere publicaties schrijft hij een vriend meermalen dingen als: doet u maar wat u het beste lijkt.” Steenbakkers gaat ervan uit dat Spinoza zijn vrienden in feite een volmacht gaf om de Opera Posthuma te bezorgen. “Mogelijk zijn er afspraken gemaakt over de manier waarop zij dat zouden doen. Je kunt ervan uitgaan dat de Opera Posthuma zijn verschenen op de manier waarop Spinoza dat wilde, in een vorm die zijn impliciete instemming had.”

De Opera Posthuma blijven de basistekst voor de nieuwe kritische editie, maar het Van Gent-manuscript werpt een interessant licht op de redactionele ingrepen door de vrienden. “Die zijn in het algemeen minimaal: Romeinse cijfers in plaats van Arabische, het kopje ‘hoofdstuk’ toegevoegd als in de voorafgaande tekst ‘hoofdstukken’ werden aangekondigd, kleine verbeteringen van de grammatica.” Zo gebruikte Spinoza blijkbaar het woord invicem (wederzijds) in de betekenis van ‘elkaar’: “In het handschrift staat dan bijvoorbeeld ‘erga invicem’ (‘jegens elkaar’): in de Opera Posthuma is daar ‘se’ aan toegevoegd.”

Een enkele keer ging de ingreep verder, zegt Steenbakkers. “Zo gebruikt Spinoza ergens het woord laxare, verslappen. Dat is veranderd in diminuere, vernietigen, en daarmee begaven de vrienden zich op een hellend vlak.” De vrienden zijn betrapt door hun oude vriend Van Gent, kun je zeggen. Van Gent heeft ook wat oude misverstanden rond al dan niet foute woorden en verkeerd geplaatste komma’s opgehelderd (zie kader).

Inhoudelijk zijn er eigenlijk geen verschillen tussen de edities, zegt Steenbakkers: “Het manuscript bevat geen Dan Brown-achtige onthullingen die allerlei verborgen bedoelingen blootleggen. Filosofen zoeken graag in de verschillen aanwijzingen die hun visie op Spinoza ondersteunen, maar volgens mij zitten er in het handschrift van Van Gent daarvoor geen aanknopingspunten.” Steenbakkers gaat binnenkort het originele handschrift in Rome bekijken: “Om te zien hoe het is ingebonden, om de inkt en het papier te bestuderen, en slecht leesbare passages te ontcijferen.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel ‘Klein boekje, grote verwachtingen’ (Wetenschapsbijlage 11 & 12 juni) staat dat Spinoza op QED varieerde met ‘ut proposit’. Dit is onjuist. Spinoza varieerde onder meer met ‘ut proponebatur’ (‘zoals gesteld werd’) redactie wetenschap