Jodokus

Na de arrestatie van Dominique Strauss-Kahn spleet de brede stroom commentaren al snel op een rots van morele principes. De eerste stroom richtte zich op het eeuwig fascinerende thema ‘mannen met macht.’ De ander stond in het teken van een hartgrondige afschuw van de ‘trial by media’, de nietsontziende manier waarop DSK wordt uitgeleverd aan een menigte die graag een zondebok in de modder ziet liggen. Eerste groep: DSK is misschien een beetje slachtoffer, maar toch vooral dader: denk aan dat kamermeisje! De tweede: hij is misschien dader, maar toch vooral slachtoffer; kijk hoe men van zijn openbare vernedering geniet! Het beest in de man of het beest in het volk.

Het strijdperk is zo oud als de wereld zelf: de seksuele relaties tussen mannen en vrouwen. Die zijn in een beschaafde wereld onderworpen aan beschaafde regels. Iedereen kent die regels, de meeste mensen onderschrijven ze van harte. Maar de kloof tussen ideaal en werkelijkheid is groot – de seksuele fantasieën van zowel mannen en vrouwen zijn zelden politiek correct. Zet dertig jaar feminisme tegenover een aflevering van Sex and the City en de kloof gaapt onder je voeten – na al die jaren van strijd en maatschappelijke bewustwording gaat het toch weer over dure schoenen en grote piemels.

Ook de man kent een openbare terugval: het achterhaalde burgerlijk machismo krijgt ruim baan in bierreclames en stoute mannenbladen. Eens in de zoveel tijd krijgt die strijd een ideologisch tintje: dan staat er een neoconservatieve professor op die stelt dat mannen en vrouwen, misleid door de emancipatoire idealen van de Verlichting, hun ware natuur ontrouw zijn geworden. Terug naar de basis moeten we. Man=veroveraar. Vrouw=nestbouwer.

Dat soort boeken miskent een gespletenheid: een oprechte worsteling tussen verlichte idealen en naakte, politiek incorrecte lust. De commentatoren die het opnemen voor DSK verafschuwen vooral de verbetenheid waarmee zijn vervolgers hem het recht op een privésfeer ontzeggen. Die stellen op hun beurt terecht dat DSK waarschijnlijk een seksuele misdaad heeft begaan, dus privacy is niet aan de orde.

Maar stel dat het hoofd van het IMF geen zware misdaad had begaan. Stel dat hij alleen per ongeluk een foto van zijn mythische 30 centimeter openbaar had gemaakt – had hij dan ook zijn baan moeten opgeven? Op dit moment staat het Amerikaanse congreslid Anthony Weiner onder grote druk om af te treden, omdat hij zich af en toe achter zijn pc ontspande en foto’s van zijn „jodokus” (ik citeer nrc.nl) stuurde aan jonge vrouwen die hij niet persoonlijk kende. Weiner had op de foto zijn onderbroek nog aan, maar maakte een foutje – hij stuurde de foto niet als direct message, maar zette hem op Twitter. Eerst ontkende hij. Toen beet hij van zich af. Uiteindelijk volgde een betraande schuldbekentenis. De roep om zijn aftreden zwelt aan.

Het geval-Weiner roept veel minder beschouwing op dan dat van DSK, maar het is interessanter. Hoeveel privéleven mag een mens nog hebben? Hoe incorrect mogen fantasieën en spelletjes nog zijn, wanneer ze zo gemakkelijk te achterhalen zijn? Door de sociale media is het onderscheid tussen privé en openbaar vervaagd – ik maak regelmatig formeel kennis met mensen, die ik eerder op Facebook al feestend in zwembroek en bikini heb gezien. Dat Weiner zijn jodokus door het aanraken van een verkeerde toets niet enkel aan die studente maar aan heel de wereld liet zien, laat alleen maar zien hoe dun die scheidslijn is geworden.

Dat lijdt tot nieuwe hypocrisie. In plaats van huilend boete te doen, had Weiner zijn achtervolgers beter op de man af kunnen vragen: wie van jullie zit er niet af en toe met zijn broek los achter de pc?